Weekers. Hij is de underdog. En dan krijg je sympathie. Althans, dat heb ik altijd als de volledige oppositie tegen je staat te schreeuwen. Wijzende vingers, wapperende moties van wantrouwen. Ze wilden helemaal niet horen dat hij er ook niets aan kon doen. Ze wilden zijn hoofd.
Toegegeven. Hij heeft alles tegen. Zijn verleden. Zijn uiterlijk. Zijn zachte stemgeluid. En Weekers kijkt ook zo lief in de camera. Die zet je toch niet zomaar af. En toch. Weekers heeft fouten gemaakt en moet vertrekken. Zo simpel is het. Zoals Fred Teeven ook moet vertrekken. In Nederland zijn we altijd voorzichtig. Pas als het bungelen van een bewindvoerder pijn doet aan de ogen, verlossen we hem.
Hoe anders is dat in Engeland of Frankrijk. Wie niet functioneert, wordt vervangen. Daar doen ze niet moeilijk over. En terecht. Het openbaar bestuur kan zich geen verkeerd imago permitteren.
Ik denk even aan Ella Vogelaar. Haar ministerschap liep al vanaf dag één moeilijk. Het ging niet meer. Iedereen dacht: die is ‘knettergek’. Telkens stapte ze in de frames van Geert Wilders en werd daarmee een dankbaar onderwerp van spot. Toen Wouter Bos haar uit haar lijden verloste, brak echter de pleuris uit. Vooral onder de zachte sectie van zijn achterban, die zich ook nu roert, was Bos de boeman. Bos handelde echter in het landsbelang. Haar laten zitten, zou meer schade berokkenen.
Datzelfde gebeurde met Job Cohen. Met dit verschil dat Job de eer aan zichzelf hield en vertrok. Bij Jolande Sap ging daar nog een pijnlijk toneelstuk aan vooraf, voordat ze inzag dat het niet handig was om aan te blijven. Co Verdaas had niet eens moeten aantreden, omdat er al een wolk van gesjoemel boven hem hing toen hij nog gedeputeerde was.
Mensen die te lang blijven zitten, richten ongelooflijk veel schade aan. Daar moet Weekers zich bewust van zijn. Ook. Ja. Ook als hij het kan uitleggen. Hij is beschadigd. De enige reden dat hij mag blijven, is omdat de PvdA dit kabinet in een rustig vaarwater wil loodsen en al die oproer niet kan gebruiken. Dat is kortetermijndenken.
Dat Aleid Wolfsen maar bleef zitten, heeft zowel de stad Utrecht als de PvdA geen goed gedaan. Het gaat niet eens meer om de feiten. Iemand is beschadigd. Iemand bungelt. Iemand is daarom niet meer geloofwaardig. Het zou goed zijn als iedere politicus een groep eerlijke mensen om zich heen verzamelt. Als de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is, kunnen zij hun vriend de deur wijzen. Als het point of no return daar is, moet je koffers pakken. Dat moet iedere bestuurder bedenken. Het land draait namelijk niet om hem.
Deze column verscheen eerder bij Elsevier
Maandag mocht ik in het politiek café van de VVD burgemeester Van der Laan toespreken. Een eer. Hij luisterde, zoals hij vaak luistert: met één hand aan zijn kin en de andere om zijn eigen middel, alsof hij zichzelf moet vasthouden. Hij grijnsde.
Tien jaar geleden kwam ik Eberhard voor het eerst tegen. Hij stond in de Haarlemmerstraat, samen met zijn jonge femme fatale, Femke. Zij is zeker twintig jaar jonger dan hij. En het toeval wilde, dat ik op dat moment met een hoogwaardigheidsbekleedster verkeerde, die weer bijna twintig jaar ouder was dan ik. Zij begroetten elkaar, want ze kenden elkaar uit de Amsterdamse politiek.
Femke en ik gaven elkaar een hand. We wisselden blikken van verstandhouding uit. We waren ongeveer even oud en allebei de partner van. Wij wisten hoe dat is, de partner van te zijn. Hoe je er altijd aan hangt, altijd tientallen mensen de hand schudt, die je totaal niet kent. Altijd moeten lachen en zwaaien.
Misschien dat we iets te vrolijk elkaars gelijke herkenden, want Eberhard sloeg prompt een bezitterige arm om zijn Femke en drukte haar even tegen zich aan. Ook mijn toenmalige geliefde, trok mij naar zich toe. Ze gaf me zelfs een zoen op mijn wang, wat ze maar zelden deed in het openbaar.
Eberhard zag er toen afgetrokken uit. Bleek. Zijn pak was te flodderig en op zijn vale regenjas zat een koffievlek. Mijn toenmalige vriendin zag het ook. ‘Mannen en hun tweede leg’, zuchtte ze hoofdschuddend, toen het echtpaar Van der Laan bij ons weg fietste. We keken naar de krom getrokken rug van Eberhard. Achterop had hij een kinderzitje. Femke fietste voorop, fris en fruitig, de wind in haar haren.
Mijn verhouding met de hoogwaardigheidsbekleedster hield geen stand. Die van Eberhard wel. Bij de kroning liep ze naast hem – de burgervader. Ze was minstens zo mooi als Maxima. In dat gezelschap was Eberhard de vaderfiguur. En die rol ligt hem. Op de rode loper van de Nieuwe Kerk pakte hij de hand van Femke en keek haar even liefdevol aan. Mooi moment. De vader en de moeder van Amsterdam.
Deze column verscheen eerder in De Echo
Denkend aan de PvdA, zie ik Johan Fretz, onze premier over twaalf jaar. Yes he can. Johan is een goed mens. Bij Pauw en Witteman zong hij daarom een lied over een vreemde in de nacht. Het is duidelijk. Johan wordt premier namens de PvdA.
In het gesprek daarvoor suggereerde hij dat als wij maar meer geld naar Afrika sturen, dat die mensen hier ook niet naar toekomen. Hatseflats. Zo lost onze premier het hele vluchtelingenprobleem op. Lodewijk Asscher zat tegenover hem en lachte vriendelijk.
In DWDD wilde Johan die hele vreemdelingendiscussie weer overnieuw doen. ‘Waarom mogen die mensen hier sowieso niet blijven?’ Toen Felix Rottenberg daarop reageerde met ‘maar dan zet je helemaal de deur open’, zat Johan heftig te knikken. Inderdaad. Waarom mogen wij hier wel zijn en zij niet?
Hier zie je de PvdA’er in Johan. Alle PvdA’ers dragen de wereld op hun schouders. We willen de verworpene der aarde helpen. Te eten geven. Huisvesten. Het kan toch niet zo zijn dat ze in Afrika niks te eten hebben en dat wij hier de deur dicht doen?
Al die mensen die op de ledenraad van de PvdA tegenover Diederik Samsom hun verdriet toonden, waren Johans. Mensen die de victorie kraaiden toen Barack Obama gekozen werd. Dat die ‘eerste zwarte president van de VS’ nog steeds Guantanamo Bay niet heeft gesloten, daar hoor je ze niet over. Nee. Het gaat om idealen. Als je die hebt, doet de werkelijkheid er niet zo toe. Als je intentie maar goed is.
Als je morele superioriteit zo onaantastbaar is, valt elk argument weg. Dan win je altijd. Over de strafbaarstelling illegaliteit zag je die houding in optima forma. Het waren grote woorden die tegen die strafbaarstelling werden ingebracht. ‘Aantasting van de mensenrechten’. ‘Staan voor je principes. Je idealen.’ Het gaat om ‘beschaving’. Met andere woorden: die discussie win je nooit.
Van mij hoeft die strafbaarstelling ook niet. Het is zuiver symbolisch. Maar de morele superioriteit van veel Johans binnen de PvdA maakt me opstandig. Een soort: wij zijn goed. En iedereen die ook maar iets durft te zeggen over de ‘zwakste groep in de samenleving’ is slecht. Johan behoort duidelijk tot de goede.
Marcel Duyvestijn was in zijn vorige column hard over Diederik Samsom. Maar toen hij een excellerende PvdA leider bij de ledenraad zag, nam hij zijn woorden terug. Diederik had overtuigend zijn standpunt verdedigd.
Twee jaar geleden liep ik met Jeroen Dijsselbloem door Utrecht. We waren op weg naar een PvdA bijeenkomst in een hel verlicht zaaltje. Hij als panellid. Ik mocht een column daar voordragen.
Jeroen Dijsselbloem
We liepen langs het stadhuis, waar op één kamer nog licht brandde. Aleid Wolfsen was nog aan het werk. Aan een bureau zat een gekromde figuur. Hij schreef. Met een pen. Jeroen wees. ‘Hij werkt’, zei ik. We keken omhoog en voelden de motregen op onze brillenglazen vallen. De domtoren klokte acht uur. ‘Aleid was verreweg het beste kamerlid’, zei Jeroen na een tijdje. Ik wilde iets vragen. Ik wilde van alles vragen. Maar ik zweeg. Dit was niet het moment. We keken naar de burgemeester van Utrecht, die kromgebogen, tegen de wind, achter zijn bureau zat.
Wat ging er mis? Jeroen haalde zijn schouders op. Je hebt een moment. Een kiezelsteentje op een bergpad dat de lawine veroorzaakt. Samen probeerden we te achterhalen wat de val van Aleid Wolfsen inluidde. Niet de Roma’s die Aleid in een villa had gezet. Niet de homo’s die hij niet beschermde. Niet eens het huis-aan-huis blaadje dat hij wilde censureren.
Typische PvdA-blik
Nee. Het was een foto die gemaakt werd voor de burgemeestersverkiezing in Utrecht in 2007. Wolfsen streed met Ralph Pans om de ambtsketen. Een dodelijk saaie wedstrijd tussen twee technocraten. De Volkskrant plaatste een dodelijke foto van de twee op de voorpagina. Ze leken op elkaar. Allebei een donkerblauw pak. Allebei een typische Ik-weet-wat-goed-voor-u-is-blik.
‘Maar misschien gebeurde het wel iets eerder’, zei Jeroen ineens. Wolfsen was namelijk in 2007 voorbestemd om fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer te worden. Wouter Bos was minister van Financiën geworden en had Aleid keer op keer op de schouders geslagen: jij bent mijn man. Maar Wouter ‘beslist altijd dat wat zijn laatste raadgever hem influistert’, zei een prominente PvdA’er laatst tegen me. En aangezien hij fijn met Jacques Tichelaar (‘Ik ben een rat’) een regeerakkoord in elkaar getimmerd had met CDA en Christen Unie werd Tichelaar ineens leider van de fractie. ‘Dat was misschien wel het kiezelsteentje dat de lawine veroorzaakt heeft’, zei Jeroen.
Template
We liepen verder, Jeroen en ik. Het proces volgt altijd hetzelfde scenario. Dat wilde ik tegen Jeroen zeggen, maar ik kwam niet op het woord. Nu weet ik het wel. Het woord ‘template’. We zwegen derhalve. We dachten allebei aan kiezelsteentjes. En prompt ging het harder regenen.
Deze column verscheen eerder bij Elsevier
Hij denkt wel eens aan dat rubberbootje. Diederik Samsom. Zijn haar wapperend in de wind. Hij trekt de rits van zijn groene windjack dicht, een scherpe blik op het schip dat vaten gif op zee loodst. God, wat was het leven eenvoudig. Bij Greenpeace bestonden geen compromissen, geen regels-zijn-regels. Greenpeace was altijd ergens tegen en dat maakte de wereld heel overzichtelijk. Je had zeehondjes en die waren zielig. En je had de vervuiler. En die moest bestreden worden.
Doos wur de dees. Diederik is nu partijleider. Hij is nu zelf de stuurman die het gif in zee stort. Althans, zo zien veel leden hem. Avond aan avond staat hij in zaaltjes tegen dezelfde mensen te roepen over de vluchteling. Als hij een keer thuis is, is hij eigenlijk ook niet aanwezig, want dan twittert hij met iemand uit Appelscha.
’s Avonds kijken Tineke en haar kinderen naar het nieuws. Dat is de enige manier om hun man en vader nog te zien. Ze zien hem dingen uitleggen. Ze zijn trots, maar hebben geen idee wat hij nu precies zegt.
Tineke slaat een arm om Bente, hun dochter. Ze ziet dat het niet goed gaat met haar Didi. Ze ziet de trouwe kompanen zich van hem afkeren. Dezelfde mensen die deur aan deur het evangelie van Samsom predikten. Didi maakte de PvdA immers groot, met het eerlijke verhaal. Nu staan diezelfde vrienden met bijlen op hem in te hakken, als was hij een zeehondje op een ijsschots.
De coalitie van VVD en PvdA houdt het wel vier jaar vol. Maar Diederik Samsom niet. Tenminste, als Didi niet heel snel verandert, zal hij of opgebrand zijn of weggestuurd door zijn eigen leden.
Marcel Duyvestijn weet dat Diederik Samsom de intelligentste van het stel is. Maar hij weet ook dat hem dat nu juist opbreekt. www.liefdevollid.nl
Deze column was geschreven voordat Diederik op reis ging en voordat hij op indrukwekkende wijze de PvdA ledenraad inpakte. Inmiddels denk ik dat hij sterker staat dan daarvoor.
De column die ik maandag uitsprak bij Politiek Café De Libertijn (van de VVD) over Eberhard van der Laan en diens femme fatale. Continue Reading
Diederik blijft maar wrijven in die vlek
Hij ging het nog een keer uitleggen. Diederik Samsom, de gekwelde leider van de PvdA, zat bij Pauw en Witteman de strafbaarheidstelling van illegaliteit te verdedigen op een onnavolgbare wijze. Hij zei ook dat PvdA afdelingen zich konden melden, als ze het niet snapten. Diederik komt naar u toe, deze zomer.
Het is wrijven in de vlek (zoals Jack de Vries, de voormalige spindoctor van Balkenende het zou noemen). Daar is de PvdA goed in. Ze laten het onderwerp in de lucht hangen en laten hun eigen leden er op schieten. Dat dit schadelijk is, hebben ze zelf niet door.
Pragmatische VVD
Hoe anders doet de VVD dat. Die accepteert de nederlaag, buigt het hoofd en gaat weer verder. Ze beschouwen dat als onderdeel van het spel. Je wint wat en je verliest wat. De manier waarop Rutte zijn eerste kabinet leidde, was daar een mooi voorbeeld van. De flirt met de SGP zat veel VVD’ers dwars, maar daar hoorde je niemand over. Ook dat Rutte continu door zijn eigen gedoger in de billen werd gebeten, accepteerden de liberalen, alsof ze wilden zeggen: zo gaat dat in een huwelijk.
Dit verklaart ook direct waarom het CDA altijd voor de VVD kiest en alleen als het echt niet anders kan voor de PvdA. De liberalen willen op de troon zitten. Die willen sturen. De macht. En daar hebben ze alles voor over. Toen Wiegel n 1977 met van Agt een kabinet in elkaar timmerde, gaf hij alles weg aan het CDA. Als ik maar vicepremier wordt, schijnt hij gezegd te hebben.
Als Rutte maar kan sturen
Zo is Rutte ook. Pragmaticus pur sang. Ook dit regeerakkoord is feitelijk geschreven door Diederik Samsom. Rutte zei alleen: toppie. Doen we! Dat de premier geen idee had van wat hij tekende, bleek uit de ophef over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Ook het sociaal akkoord werd door Rutte omarmd alsof hij het zelf had geschreven. Zo rollen VVD’ers. Als ze maar aan het stuur zitten en gas kunnen geven. Dan maakt de richting niet veel uit.
Samsom trekt nu door het land om zich uit te laten schelden door verontwaardigde PvdA’ers. ‘Ik leg het nog één keer uit.’ Dat is hartstikke nobel, maar wat schiet je ermee op? Kun je niet beter je nederlaag accepteren en verder gaan? Dat is regeren. Nee. Een PvdA’er kan dat niet. Die blijft net zolang uitleggen, tot er geen lid meer over is.
Deze column verscheen eerder bij Elsevier
Een wagentje met bezems slurpte oranje slierten op. Een flesje bier. Een kroontje. Het geluid was heerlijk. Ergens in de buik van het monster zat de geschiedenis van Amsterdam van de afgelopen dagen. In elkaar gevlochten. Vies. Vuil. Amsterdam wordt weer van de Amsterdammers. Althans, voor een paar dagen.
Ik zat in café Kobalt en keek naar bouwvakkers die een podium uit elkaar trokken. Een groepje Japanners liep erachter. Hun gids noemde een paar keer de naam van onze nieuwe koningin. Mijn Japans is niet van dien aard dat ik verstond wat ze zei. Maar ze keek er blij bij. En dat maakte mij weer intens vrolijk. Onze Maxima.
Op haar is al onze hoop gevestigd. Allochtoon der allochtonen. De vrouw die onze koning zijn klompen uitdeed en hem –met gelakte schoentjes- de tango leerde. Maxima. Ze ondertekende vorige week ook alleen met haar voornaam. Maxima. Prachtig.
Deze Maxima is inmiddels wereldberoemd in Japan. Dat las ik niet alleen in de ogen van de volgzame Japanners en hun gids. Nee. Het stond ook in de krant. Japan heeft namelijk ook een kroonprinses. Masako. Een mondaine vrouw die de kroonprins twee keer afwees, maar uiteindelijk toehapte. Japan juichte. Maar niet voor lang. Want de kroonprinses zit al tien jaar binnen. Ze is depressief. Ze kan het hofleven niet aan. Als een gekooid vogeltje huilt ze. Eigenlijk wilde ze ook niet naar Amsterdam komen om te zien hoe Willem Alexander tot koning werd uitgeroepen. Tot ze een telefoontje van Maxima kreeg. Toen kwam ze toch. Heel Japan keek hoe hun vogeltje aan de arm van kroonprins Naruhito de Nieuwe Kerk binnenschreed. Allemaal dankzij onze Maxima.
De groep Japanners die langs me liep, sprak honderd uit. Weer hoorde ik een paar keer haar naam. Maxima. Maar het ontroerendst was dat de laatste japanner die voorbij liep een oranje wuppie met een kroontje op zijn rugzak had geplakt. Toen wist ik het zeker. Of je nou republikein of monarchist bent, Nederland heeft goede zaken gedaan in het buitenland. En dat alles dankzij ons aller Maxima.
Marcel Duyvestijn Deze column verscheen eerder in De Echo
Waar was u bij de beruchte kroning van 2013? Die vraag wordt straks gesteld. En ik zal zeggen dat ik in Disneyland zat. Mijn ouders zijn 50 jaar getrouwd en organiseerden derhalve een reisje naar Mickey Mouse en Donald Duck.
Op zich jammer. Op 30 april is Amsterdam het middelpunt van de wereld. Maar ik heb me er inmiddels mee verzoend. Sterker nog, ik zie grote gelijkenissen: die hele kroning is inmiddels een Disneyland an sich geworden. Met een mislukt Koningslied (‘de W van stamppot eten’), een dromenboek, prinsjes en prinsesjes, paleisjes, kerkjes. Met name de overheersing van de kleur Oranje maakt het hele gebeuren sprookjesachtig.
Twee dingen over onze koning. Ten eerste wil ik dat hij een baard gaat dragen. Een machtige oranje baard. Op internet hebben diverse mensen Willem Alexander met een baard gephotoshopt en ik moet zeggen dat ik het resultaat bevredigend vind. Het geeft hem smoel. Gezag ook. Ook wordt hij wat rauwer, wat levendiger. Hij heeft nog een week. Dus meer dan een stoppelbaard wordt het niet. Maar dat geeft niet. Het is een begin. Daarnaast zal die hermelijnen mantel hem al meer mannelijkheid geven. 27 april 2014, des konings eerste verjaardag in functie, kan hij een baard hebben die past bij zijn statuur.
Ten tweede moet hij zich meer manifesteren. Ik heb het grote interview op tv gezien en zag een volgzame, makke koning. Je mag hem noemen wat je wilt. Als hij alleen lintjes knipt, vindt ie het ook goed. Als hij maar mag koekhappen, dan vindt ie het wel best. Dat is geen houding. Verdikke. Je bent koning. De baas. Misschien moet hij zich nog eens verdiepen in zijn mannelijke voorganger, Willem lll. Dat was een man met een wil. Een man met vele vrouwen. Een heuse modderfokker. Een man die niet deugde, maar wel een rijzige gestalte had en… een baard!
Deze column verscheen eerder in De Echo
We zijn hier allemaal bijeen.
Dit is de dag van Arie de Jong
Oud Kamerlid.
Oud gedeputeerde
Oud Statenlid
Oud-directeur
Oud secretaris
Oud voorzitter
Oud links
Oud mens.
Mooi mens.
Wijs mens.
Wijsneus
Maar ook een Robbie Oudkerk.
Een oud Hoerenloper
Hoerenloper? Echt?
Dat moet je uitleggen.
Dat zal ik doen. Op de website van de PvdA Leiden legt Arie uit hoe hij in 1973, nog met een vlassig snorretje, voor het eerst ging canvassen. We zien een twintigjarige door Zoetermeer lopen. Verdwaald. Verstrooid. Maar toch met die PvdA blik in zijn ogen. Zijn wapen is zijn folder. De ideeën het evangelie. Destijds was van luisteren nog geen sprake. Het ging om de bekering van de verworpene der aarde. Het ging om stemmen. Het ging om de verleiding. Stemt rood.
Zo ook op een koude dag in december 1973, bij het canvassen in Zoetermeer. Arie de Jong loopt daar moederziel alleen. En waar hij ook aanbelt, overal krijgt hij te horen:
Hier zijn jullie al geweest! Op de website van de PvdA Leiden schrijft hij: Uiteindelijk probeerde ik het op een andere galerij. Daar deed tot mijn stomme verbazing een prachtige jonge vrouw open, gekleed in een wit transparant negligé. Ze wilde gelijk dat ik binnen kwam en bleek totaal niet geïnteresseerd in mijn PvdA-folders. Maar al heel snel kreeg ze door had dat ik niet kwam als klant, maar dat ik daar was om haar te vragen lid te worden van de PvdA. Ik werd uitgescholden en binnen enkele ogenblikken stond ik met een vuurrood hoofd weer buiten! Ik vertelde mijn verhaal aan wethouder Bruin, van Zoetermeer. En hij reageerde direct: ik was een half uur eerder ook al bij haar geweest, kennelijk voelt ze zich wel aangetrokken tot de PvdA!’
Hier is Arie de Jong ontmaagd. In Zoetermeeer. 1973. Toen canvassen langs tochtigeportieken nog een belevenis was. De PvdA heeft het witte laken met de rode vlek trots buiten gehangen. We hebben hem. Arie de Jong. Hij is ontmaagd. Hij is nu een echte socialist.
Arie de Jong kon niet meer weg. Hij bleef zich laven aan die rooie kachel. Hoeveel vrouwen in licht doorschijnende gewaden hij gezien heeft, is niet te zeggen. Mooi is het wel, dat het begon, bij een idee, bij een licht, een rood licht.
Het evangelie is hij blijven belijden. Met de rode bijbel en de opgestoken vinger ging hij jaren langs de deuren. Laat mij u getuige maken van mijn gelijk, was zijn ijzersterke boodschap.
Want als iets Arie de Jong typeert, is het het alomvattende gelijk. Hij brengt dat zuchtend, alsof hij zich er ook voor schaamt. Ik zei het toch. Of nog korter: tja.
Vervelend waren de nieuwlichters in de partij. In 1999 waren het de neefjes van Felix Rottenberg, Erik van Bruggen en Lennart Booij, die zich kandidaat stelden voor het voorzitterschap. De tegenstrever was Marijke van Hees, die te boek stond als ‘het nichtje van Bart Tromp’. Het waren tijden van de apparatjiks tegen de radicale vernieuwers. Arie bemoeide zich ermee in een opiniestuk in De Volkskrant. Hij schreef; ‘ De PvdA heeft niks aan mensen die als enige mantra hebben, dat er vernieuwd moet worden.’ Daardoor kon hij op steun van Bart Tromp rekenen.
Later had hij ook flinke kritiek op de commissie Noten die de partijdemocratie tegen het licht hield. Een ‘in haast gemaakt’ stuk, flodderig, slecht onderbouwd, geboren uit goede bedoelingen, schrijft hij in S&D, het blad van de WBS, vernietigend. Ook in dit stuk spuugt Arie het woord ‘vernieuwing’ uit alsof het vanonder uit zijn onderbuik komt.
In een column op de website van de PvdA Leiden schrijft hij: Grote woorden veranderen de wereld niet.’ Dat was Arie. Doe maar gewoon. Dan doe je al gek genoeg.
Geen grote woorden. Wel grote ideeën. Arie de Jong is een man van het verkeer, van wonen, van ordening, van ruimte. Zowel als ambtenaar als in de Tweede Kamer was hij bezig met de kaart van Nederland. Vooral op volkshuisvesting. Heerlijk. Huisje hier, huisje daar. Wat kan er mooier zijn dan het volk te huisvesten?
Waar ik snel over heen wil wandelen, is de Ceteco affaire. Het bankiertje spelen van de provincie Zuid Holland. Arie was nog maar een paar maanden in functie toen hij al moest aftreden, buiten zijn eigen schuld. Later traden ook de Commissaris van de Koningin, twee andere gedeputeerden en wat ambtenaren af.
Moeilijk moment. Daar sta je. Vol goede moed. De beste ideeën. Maar weggestuurd, omdat je toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek zat. Dan knakt er iets in een mens. Arie is een sterke man, maar in die jaren verkleurde zijn snor, van vrolijk bruin, naar zilvergrijs.
In 2007 keert hij terug in de provincie. Dit keer als voorzitter van het Gewestelijk Bestuur. Grootste wapenfeit is de motie die hij op het congres indient, omdat hij tegen de verhoging van de AOW leeftijd. 65 =65. Hij strijdt een strijd zij aan zij met Geert Wilders en Emile Roemer.
Het zijn maar een paar puntjes uit het lange wijze leven van Arie de Jong. En daarmee doe ik hem tekort. Arie is een icoon. Voor Nederland. Maar zeker hier, in het hart van de sociaaldemocratie, in Zuid Holland. Arie moeten jullie allemaal boven je bed hebben hangen. Arie is God. Jullie zijn feitelijk allemaal kinderen van Arie de Jong.
Derhalve een stukkie poëzie om hem in woorden te vangen.
Arie de Jong, van geest,
Van leven,
Van lendenen. Altijd komen,
Nooit geweest.
Arie. Altijd bombarie. Een Badr Hari, avant la lettre.
Grote wijzende vingers en het eeuwige gelijk.
Een partijbons, een partijman, een partij an sich
Soms de man met de vinger in de lucht. Soms met de vinger in de dijk.
Arie de Jong, een jonge Joop den Uyl
Met de snor, als borstel van zijn woorden,
Veegt hij de argumenten aan, vies en vuil
Legt hij zijn ziel in zijn soul en zijn
Schoen op zijn tafel. Om te bonzen. Voor de socialistische zuil.
Arie de Jong. Priemende, goedmoedige ogen.
Zestig inmiddels. Zilvergrijs, maar nog niet grijs gedraaid.
En woorden, vaak hoge, die hakken, maar nooit logen.
Arie de Jong. Als jongen in Zoetermeer
Een hoer bekeerd tot socialist.
Het rode gevaar bedwongen.
Wat wil je nog meer.
In Zuid Holland jaren met hamers geslagen.
Altijd voor gezeten, nooit achteruit.
Altijd met geest en drift, altijd maar doorzagen.
Nu wandelt hij, via een Wandelnet, met het hoofd n het hoge.
En de vinger in de lucht, naar buiten, de frisse lucht in de longen gezogen
Het is een socialist. Een realist.
Van zijn spekzolen tot zijn grijze snor
Zuid Holland huilt.
Want hij wordt straks node gemist.
Ik stel voor dat we allemaal even gaan staan. Het hoofd buigen. En Arie de Jong een langdurig applaus geven.








Recent Comments