Een gedomesticeerd bontkraagje

Het was 2-0 geworden. Kees en Ahmed dansten op de bank. Marokko gaat naar het WK. Voor de gelegenheid hadden ze allebei het mooie rode shirt met de ster aan. Kees, aanstellerige dandy, die hij nu eenmaal is, had zelfs zijn djellaba aangetrokken. Ahmed had er niks van gezegd. Hij had alleen geknikt, hij wist dat Kees dat voor hem deed. Bij het eindsignaal pakte Kees de champagnefles en opende deze met een sabel. Dat was nog een behoorlijk gedoe, maar uiteindelijk gutste het frisse vocht eruit en mocht Ahmed het opvangen in zijn gillende mond. Continue reading

Toen zijn we met de borstvoeding gestopt

 

‘Toen zijn we met de borstvoeding gestopt. Dat ging veel beter.’ Twee ME’ers staan bij elkaar, vlakbij de ArenA, na de wedstrijd Ajax-Utrecht. Mannen van middelbare leeftijd schuifelen voorbij, friet en hotdogs in hun handen. Ze zwijgen, Ajax had immers weer belabberd gespeeld. Continue reading

De vlogger

Burgemeester van der Laan had een ‘geheim programma’. De gemeente wilde met behulp van een vlogger de nog ongerijpte geesten van jonge moslims beïnvloeden. Liefde in plaats van oorlog. Hij had waarschijnlijk in zijn hoofd dat de hangjongere met jihadistische ideeën, na het zien van zo’n vlog, spontaan de schoffel pakt en het onkruid uit het parkje schoffelt, alle voorbijgangers omhelst, terwijl hij ze, met een traan in het oog, het Wilhelmus toezingt. Anti-radicalisering per vlog. Continue reading

Ahmed stond ook in de rij

In de rij staan, Ahmed deed het nooit. Maar nu kon hij de verleiding niet weerstaan. Hij parkeerde zijn scooter met de pizzabak op het trottoir en sloot achteraan, geen idee waar het hem zou brengen. De slang van mensen gleed het Concertgebouw in, dat had hij wel gezien. Daar had hij vaak pizza’s gebracht. Mannen in pinguïnpakken die hem een dikke fooi gaven. En een knipoog. Dat was voor hem het Concertgebouw, maar verder dan de stoep van de dienstingang was hij niet geweest. Continue reading

Doodgaan

Mensen gaan dood. De een met lawaai. De ander in stilte. Lodewijk Asscher schreef op Facebook een prachtige brief over Eberhard, die afgelopen week het leven verliet. Daarin schreef hij dat Eberhard iemand ‘was die er altijd hoort te zijn.’ Hij was een soort vader voor Lodewijk, waar hij altijd naartoe kon voor raad. Een man die zijn grote hand op je schouder legt, zoals een vader dat doet als hij zijn zoon leert fietsen. Continue reading

Mamma

Ahmed bezorgde er weleens pizza’s. Nu werd hij aangehouden door iemand die zich journalist noemde. Hij vroeg hoe het binnen was. Of het een puinhoop is? Ahmed keek naar het studentenhuis aan de Kloverniersburgwal en haalde zijn schouders op. ‘Ach. Het is niet zoals bij mijn moeder thuis’, zei hij. Toen deed hij de klep van zijn achterbak dicht en startte zijn scooter om terug te gaan naar de winkel, om nieuwe pizza’s te halen. Continue reading

‘Het kan wel.’

‘Let goed op.’ Voor me op de tribune zaten een vader en een zoon van Marokkaanse komaf. De vader legde een hand over de schouders van de zoon en fluisterde iets in zijn oor. Daarna balde hij zijn vuist. De zoon keek wat onzeker. De vader knikte echter zo heftig dat de boodschap duidelijk was. ‘Dit kun jij ook’, zei de vader uiteindelijk. Toen draaide hij zijn hoofd naar Ahmed Marcouch, die als een popster de trap afdaalde. Continue reading