0
Alleen zijn als niemand alleen is

vondelpark_vondel.jpg
Stil in de stad. Iedereen die op straat was, ging bij iemand op visite. Op de Brouwersgracht hingen lampjes voor de ramen. Er klonk iets van lang-zal-die leven. Mensen hielden hun glas hoog.

Op een bankje voor het huis zat Arnold, al tien jaar zwerver. Hij keek naar het feestgedruis, de beslagen ramen, de kerstster die lichtjes bewoog. Hij trok een blik bier open en proostte op het gezelschap dat hij niet kende, nam een slok en boerde tevreden.

Dit was zijn moment. Ja. Het was koud. Ja. Hij was alleen. Maar toch genoot hij. ‘Niks lekkerder dan alleen zijn als anderen niet alleen zijn’, zei hij een keer. Hij genoot van een lege Leidsestraat. Rolluiken naar beneden, een lichte motregen, maar vooral die oorverdovende stilte. Onwerkelijk.

Ik denk aan Arnold. Omdat hij er dit jaar niet zal zitten. Niet op zijn vertrouwde bank, niet in de Leidsestraat. Vorig jaar overleed hij. Moe. Versleten. Hij lag in het Vondelpark, vlakbij het stadbeeld van Joost. Het blik bier had hij nog in zijn handen.


Deze column verscheen eerder in De Echo

admin
Your Name Email Website

*

code