0
Vandaag ben ik Marokkaan geworden

marokkaanse-koning-kondigt-oppervlakkige-hervormingen-aan-id1827036-1000x800-n

 

Ik ben Marokkaan, diep in mijn ziel. Dat is jaren geleden begonnen. Het was de tijd dat ik vruchteloze pogingen deed om Fatima Elatik te versieren. Ik was er dichtbij. Echt. Het scheelde een haartje. Ik ratelde zo die hele Koran op. En in plaats van gel deed ik woestijnzand in mijn haar. Maar het was niet genoeg. Ze wilde me niet.

Dat tekent een mens. Toen ze me de laatste keer afwees, ben ik in de kast gaan zitten. Mijn Marokkaan zijn, was mislukt. Ik gedroeg me als een blanke. Trouwen. Kinderen. Een doorzonwoning. Vrede was met mij.

Toch doofde het niet, dat Marokkaan zijn. Ik sprak er wel eens over met Ahmed Marcouch. Die begreep me. Samen zouden we die hele Koran herschrijven. Hij zou met het rode potlood alle passages over joden en homo’s schrappen en ik zou daar liefdevolle teksten voor in de plaats zetten. Die plannen bespraken we bij de chinees, waar we bier dronken tot de muezzin ons riep voor het ochtendgebed. Dat is nog niet makkelijk, kan ik u vertellen, bidden met een borrelende maag, terwijl iemand met een baard hel en verdoemenis over ons gooide in een taal die ik niet begreep. Maar dat terzijde.

Toen Marcouch naar de Tweede Kamer werd geroepen, liet hij mij zitten. Zo zijn ze, die Marokkanen. Op zich niet erg, want Marcouch is niet bepaald een held in de Marokkaanse gemeenschap. Zoals je Robbie Oudkerk niet moet noemen in de linkse kerk, zo moet je ook in de moskee niet zeggen dat je een vriend van Marcouch bent. ‘Die gast is homo.’

Ik ging mokken. Het Marokkanendrama. Het Marokkanendebat. Al dat gelul en die wijzende vingers. Manmanman. Wat is je probleem? Ik was er klaar mee. Ik ging aan de andere kant staan. Ik werd bevriend met erkende haatzaaiers als Eddy Terstall. Ineens was ik weer aan de winnende hand. De blanke vinger wijst toch prettiger dan de licht-getinte.

Lange tijd leefde ik een dubbelleven. Ik hing in cognito rond op de pleintjes, waar we de oorlog in Syrië naspeelden met Mohamed A, B en C. Heerlijk. Ik voelde me één met mezelf en mijn omgeving. Maar als ik dan diep in de nacht terugreed in mijn comfortabele middenklasser, met mijn bontkraagje in de achterbank, voelde ik het verdriet, het gemis.

Dat wil ik niet meer. Ik wil trots zijn op mijn Marokkaan zijn. Ik wil verdomme respect. Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven. Noem mij maar Badr Hari. Misschien dat Abdelkader Benali dan ook over mij een mooi boek schrijft. Wij Marokkanen moeten immers schouder aan schouder staan, bontkraag aan bontkraag.

 

Marcel Duyvestijn bidt niet meer voor bruine bonen. Hij zit nu op de tribune van de Tweede Kamer om de Marokkanen in het debat aan te moedigen. www.liefdevollid.nl

 

Deze column verscheen eerder op The Post Online

admin
Your Name Email Website

*

code