3
Houten Eberhard en zijn femme fatale

DEN HAAG-BENOEMING-VAN DER LAAN

De column die ik maandag uitsprak bij Politiek Café De Libertijn (van de VVD) over Eberhard van der Laan en diens femme fatale.

De eerste keer dat ik Eberhard van der Laan in het echt zag, was meer dan tien jaar geleden. Het was op de Haarlemmerdijk. Ik liep over de stoep, samen met mijn toenmalige vriendin. Eberhard stond voor een babywinkel te hannesen met luiers. Naast hem stond een vrouw, die minstens twintig jaar jonger was. Femke. De femme fatale van Van der Laan.

Mijn toenmalige fiancee was toen belangrijk in de Amsterdamse politiek. Daar kende ze Eberhard van. Zij sprak met hem over Jan Schaefer. Over Eneüs Heerma en trokken daar een gezicht bij van: nou nou, das lang geleden.

Femke en ik stonden erbij zoals je erbij hoort te staan als je de partner van bent. Afwachtend. Bescheiden. Beleefd. Als de notabele in kwestie het woord tot je richt, geef je antwoord, anders zwijg je.

Met Femke was dat echter anders. We herkenden iets in elkaar. Ik was de jonge toyboy van een wethouder. Zij het chicky van een advocaat en toenmalig partijleider van de PvdA in Amsterdam. Dat schept een band. We waren ook van dezelfde leeftijd. Schaefer en Heerma hadden onze ouders kunnen zijn. We waren jong, fris en mooi. En we vielen dus op oude mensen.

Dat schiep een band. Fem en ik. En dat vond Eberhard niet leuk. Want zo gaat dat met oude mannen met een jonge kip. Die worden jaloers. Ook mijn toenmalige vriendin pakte mijn hand en keek Femke aan met een verwoestende blik. Nu ik zelf oud ben en een jongere vriendin heb, weet ik precies wat er door je heen gaat, Eberhard.

Toen fietsten ze weg. Eberhard en Femke. Zij, fris en fruitig, de wind in de haren, op een racefiets. Hij kreunend en puffend, op een herenfiets met een kinderzitje achterop. We keken naar zijn krom getrokken rug in een vale regenjas. Boven zijn hoofd hing een rookpluimpje. De rokende advocaat, bleek, vermoeid.

Toen Eberhard werd genoemd als burgemeester van Amsterdam dacht ik weer aan dit voorval. Niet in de laatste plaats omdat mijn toenmalige fiancee ook genoemd werd voor diezelfde post.

Even voor de goede orde: ik heb geen relatie gehad met Annemarie Jorritsma.

Eberhard werd het. Burgemeester van de hoofdstad. Eberhard is vooral de Amsterdammer. In alles. Typerend in deze was dat hij tegenover een fluitende Ajax-menigte vertelde dat hij al een seizoenskaart had, toen zij nog in de luiers zaten.

Een glimlach is nooit ver weg. Maar hij is ook een betweter. Nou heb je dat met PvdA’ers wel vaker, maar Van der Laan kan je met een opgestoken vinger en een kleine stemverheffing echt van tafel blazen. Hij kijkt je dan aan met die blik van: wat weet jij nou. Dan spugen zijn ogen vuur. En krommen zijn lippen naar beneden. Wat weet jij nou.

U ziet dat voor zich. In de collegevergaderingen van Amsterdam. Eric van der Burg die weer als een stuiterbal tegenover hem zit en op de hem wel bekende luide toon oreert over bijvoorbeeld de Olympische Spelen. Als Van der Burg is uitgestuiterd, zegt Van der Laan alleen maar. Eric! Toen jij nog in de luiers zat, zat ik al tegenover Saar Boerlage, omdat Amsterdam de spelen van 1992 wilde hebben. Dus: wat weet jij nou.

Eberhard.

Die houten houding. Hoog. Hooghartig.

Die vingerende vinger van het eigen gelijk in de dijk.

Die bleke tronie, treurnis op de lippen.

Het gezicht van de joker. Gerookt, ongezond.

Het haar van Mark van Bommel, maar dan blond.

Eberhard. Het eeuwig harde, verwarde

Het hilarisch vriendelijke.

Het empatisch Amsterdamse

Man der mannen, leider onder de leiders,

Maar thuis, in de warme ambtswoning,

Waar de kaarsjes branden, een ouwe jenever borrelt,

Daar zit Femke. Femke, die feminiene versie van Eberhard.

Minstens zo duidelijk. Maar tien keer zo mooi.

Misschien is het die ik-weet-wat-goed-voor u-is-houding dat kritiek van hem afvalt. Of misschien is het wel het beroep van burgemeester, dat iemand schijnbaar onfeilbaar maakt. Job Cohen had dat ook, dat tefallaagje. Alles gleed van hem af. Niks bleef kleven.

Maar er is altijd het gevaar dat een kiezelsteentje een lawine kan veroorzaken. Dat kiezelsteentje had Joanna kunnen heten. Op 30 april ging namelijk alles goed. Niet alleen het koningspaar straalde. Ook Eberhard was als een zonnetje en zwaaide als een prins. Toch ging er iets mis. Joanna. De republikein. Compleet onschuldig schepsel van hedendaags hedonisme. God, wat hoopte ze dat ze gearresteerd zou worden. Met het alles overdonderende argument ‘hé, het is 2013’ ging ze de monarchie slopen. Ik zou zeggen: negeren. Ga lekker wapperen met je bordje. Maar nee. Ze werd weggevoerd. En in het cachot gegooid. Domdomdom. Eberhard gooide zelfs olie op het vuur door te suggereren dat het Joanna wel erg goed uitkwam dat ze gepakt werd.

Het zijn kleine foutjes. Maar ze raken hem niet. Hij is immers de vader. De man die naast Maxima stond. De Amsterdammer. De Ajacied. Gabber. Goocheme goochelaar. De sjofele, shag rokende sjacheraar. De man van Femke. Daar houden de mensen van. Dan glijden de foutjes van je af.

Nog wel. Dat hij na afloop van het hele gedoe met Beatrix in de Bulldog heeft zitten blowen, zal hem worden vergeven. Dat hij bij Pauw en Witteman op een vaderlijke, bevoogdende manier tegen Diederik Samsom gleed ook van hem af. Dat de pooiers met geld van de gemeente hun oude bordelen op de Wallen weer opkopen, is genoteerd, maar wordt nog niet aan hem gehangen.

En toch. Ook jij, Eberhard, hebt gezien hoe Aleid Wolfsen geslacht werd, ook jij hebt de verzamelde werken van Robbie Oudkerk gelezen. Ook jij weet hoe de hyena’s in de Arena alles kunnen verscheuren. Het journaille. De Joanna’s. De pooiers. De columnisten. Ze zijn er. En ze slapen nog.

En dat doen ze, omdat je het goed doet.  Omdat ze je drive zien, je passie, je harnas. Ze zien een koning. En die val je niet aan. De ridder op het witte paard die je bent. De joker, die lacht. De joker, die heerst. Zolang jij heerst, zullen de hyena’s slapen.  

En ook als het mis gaat. Dan nog. Dan blijf je voor mij een held, met je borreltje. Je shaggie. En je mooie Femke.

 

 

 

 

admin
3 Comments
  1. Prachtverhaal. Mooiste in tijden.

    Toch krijg ik bij Eberhard inmiddels een naar gevoel. Bij de afwikkeling van het afvoeren van Joanna (“mevrouw Joanna, zoals we haar voortaan maar zullen noemen”) zat het zo vol met onnodige klungeligheden, en de burgervader zat daarover bij het nr.1 praatprogramma wel zo opzichtig te liegen, dat je voelt dat Eberhard met dat opgeheven vingertje en de bijbehorende ‘wat weet jij nou-blik’ iedereen kan treffen. En elke zinnige vraag deze houding kan uitlokken.

    Omdat het de keizerlijke wil van mijnheer de burgemeester tart, het humeur van mannetjesputter van der Laan op de proef stelt. Of meneer Eberhard, zoals we hem voortaan maar zullen noemen.

    Want E. van der Laan, die dicht je geen almachtige wijsvinger toe.

  2. Ik hoop dat zijn femme fatale hem nu liefdevol bijstaat in deze moeilijke tijd voor hem!

  3. Hij rookte hij als een ketter. Goed voorbeeld voor een burgervader En lang leve de republiek!

Your Name Email Website

*

code