0
Met Erdogan is de lente verder weg dan ooit

erdogan-turkey

‘We zullen blijven luisteren naar democratische eisen.’ Dat zei Tayyip Erdogan nadat hij het Taksimplein in Istanbul had schoon geveegd. Laat die zin even tot u doordringen. Erg geruststellend klinkt het niet. Het klinkt als een slecht huwelijk, waarbij een van de twee partners zegt: ‘Joh, als jij seks wil, doen we dat. Maar van mij hoeft het niet.’ Dat de premier van Turkije helemaal niets ziet in die vermaledijde democratie wordt telkens weer duidelijk. De repressie wordt harder. Meer en meer journalisten belanden in de gevangenis en de vrijheden worden steeds verder ingeperkt.

Tijdens de Arabische Lente hoorde je vaak dat Turkije als voorbeeld gold. Turkije is modern. Democratisch met een (vriendelijk) islamitisch tintje. Maar bovenal ontwikkelt het land zich als economische reus in de regio. In die tijd zag je Erdogan glimmen. Zijn snor krulde omhoog van trots. Eindelijk deed zijn land er weer toe. Allemaal dankzij hem.

Nu zit hij zelf in het oog van een revolutie. Althans, dat willen we graag zien: een revolutie. We willen die omwenteling meemaken. Niet meer die islamitische dwingelandij, die verboden, die repressie, die censuur. Wij zien vaak dingen in die Turkse opstand die er helemaal niet zijn. Met een beetje fantasie maak je er moderne vrijheidsstrijders van die naar Europa wijzen en zeggen: dat willen wij ook. Vrijheid. Gelijkheid en broederschap. Maar die groep is zwaar in de minderheid.

Zo ging dat ook met de Arabische Lente. Wij houden van dat woord. Lente. Zo’n Femke Halsema- woord. Lieflijk. Leven. Vrede. De islam zou terug gestopt worden in de fles en de hele regio zou luisteren naar John Lennon: imagine. Soms had je het idee dat het Tahrirplein in Caïro vol stond met mensen die de moderniteit omarmden.

Het is allemaal het tegendeel geworden. Moslimbroeders. Chaos. Stagnatie. Van vrijheid en democratie is geen sprake. De lente werd een winter en de temperatuur blijft alleen maar dalen.

Erdogans woorden zijn altijd voor meerdere uitleg vatbaar. Over het geweld bij de ontruiming zei hij bijvoorbeeld: ‘Als mijn reactie als te hard wordt beschouwd, dan spijt me dat. Ik ben Tayyip Erdogan, dat kan ik niet veranderen.’ Dat kun je zien als een excuus. Ik zie er vooral arrogantie in. En een dreigement: als jullie nog een keer de straat op gaan, zal ik nog harder ingrijpen. Ik ben Erdogan. Zo ben ik.

Deze column verscheen eerder in Elsevier

 

 

admin
Your Name Email Website

*

code