0
De laatste roker in zijn gezicht spugen

MINOLTA DIGITAL CAMERA

Een bouwvakker zit tegen een muurtje. Links een pakje melk. Rechts een broodtrommel met een halve boterham. Hij rookt. Diepe tevredenheid hangt als een rookpluimpje om hem heen. Als ik hem zie, word ik gelukkig. Dan is er wereldvrede in mijn lichaam.

Ik ben tien jaar geleden gestopt met roken. Het kostte me meerdere pogingen, vooral vanwege het geluk dat ik weg moest geven. Als ik schreef, miste ik mijn vriend. Ik miste de rook voor mijn beeldscherm, die me het zicht op de werkelijkheid benam. Als ik rookte, was ik vrij, de rook tilde me op.

Ik dacht ook aan al die inspiratiebronnen. Jean Paul Sartre. Hij existeert niet eens zonder sigaret. James Dean in een cabriolet. Roken was dromen. Roken was vrijheid, omdat het geen massa had, het zweeft. Remco Campert. Jack Kerouac, een sigaret voor On the Road. Je kunt Chet Baker als junk zien, ik zag vooral dat hij  de rook dwars door zijn trompet heen blies, waardoor zijn geluid nog mooier werd. Als jonge roker wilde ik bij hen zijn.

Nog steeds als ik ergens rook zie, heb ik ‘het verlangen naar een sigaret’, zoals Rutger Kopland het ooit uitdrukte. God kan ondoorgrondelijke dingen met ons doen, dankzij het feit dat hij niet bestaat’, zegt hij verderop in het gedicht. Om af te sluiten met: Het verlangen naar een sigaret is het verlangen zelf.

Het is de romantiek. Roken staat voor mooi, voor creatief, voor vrijheid. Toch heb ik me nooit vrijer gevoeld dan het moment dat ik stopte met roken. Niet dat moment zelf, maar het moment dat je naast die bouwvakker kunt gaan zitten en kunt genieten van zijn rook, zonder dat je zelf zo nodig moet roken. Genieten van andermans romantiek (en andermans ellende).

Als ik nu met een roker in het café sta, zie ik hem wiebelen, hij pakt alvast een sigaret, speelt ermee, duwt hem achter zijn oor en kijkt continu naar de deur. Hij luistert niet meer. Ik weet wat hij gaat zeggen. Hij wil weg. Als ik door blijf praten, wordt hij onrustiger. Het is geen willen, maar moeten. Niet lang daarna staan we samen buiten. Ik kijk naar hem. Hij inhaleert, plichtmatig, schuldbewust. Blij kijkt hij niet. Hij weet het. Vrijheid is vooral iets niet doen.

Deze column is geschreven voor het debat Hoe vrij ben jij? van Futuresociety op 25 juni  in Felix Meritis. Daarvoor hebben ze Wanda de Kanter uitgenodigd die begonnen is met een Jakobijnse actie: Nederland stopt! Met roken. Dat uitroepteken midden in de zin triggert al. De Kanter is 25 jaar longarts en wil door naming en shaming aan de kaak stellen dat politici lobbyen voor de tabaksindustrie. Op haar website Tabaknee.nl gaat het er niet zachtzinnig aan toe: Brinkman (CDA) is ‘dom en gewetenloos’. Edith Schippers is ‘Minister van Tabakswerkgevers’. Aanvankelijk komt dat drammerig over, als een hysterische wereldverbeteraar, die andermans waarheid niet erkent. Niet iemand verleiden te stoppen, maar iemand in zijn gezicht spugen en dan zeggen dat zijn neus nat is. Het is niet mijn manier. Edoch. Als je de vrijheid van het niet roken hebt geproefd, is elk middel misschien legitiem. Ik denk vooral aan die bouwvakker, die even later piepend en kreunend met mij de trap op liep om bij ons de keuken te vervangen.

Er zijn nog kaarten!- Via Felix Meritis

Marcel Duyvestijn, columnist, publicist voor onder andere Elsevier en The Post Online

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code