0
De mensch is niet zielig meer

lammetje lente

90% van de PvdA’ers vindt dat dit kabinet de crisis alleen maar erger maakt. Het is dus hommeles. Twee Kamerleden vertrekken. Meerdere Kamerleden lekken. En al die malheur smeren we uit. Er is geen partij die zijn eigen nederlagen zo graag uitvent, als de onze. Dat heeft gevolgen. Tien zetels in de peiling. Geen visie. Geen leider. Geen schaap. We kijken er zuchtend naar. Verlegen buigen we ons hoofd en kijken we naar de punten van onze schoenen en mompelen iets over het licht dat wel uit mag.

Zo. Dat was het wegwerpgebaar.

Ik wil het hier hebben over iets dat goed gaat. Dat zit niet zozeer in het beleid, maar meer in een veranderd mensbeeld. Laat ik chargeren. Vroeger dachten wij van de PvdA: de mens is zielig. Wij gingen die mens helpen. Dat was onze missie. En dat deden we goed. Maar ik zie een kentering. Het nieuwe inzicht is: De mens is krachtig. Hoewel Diederik Samsom duidelijk niet blij was met de term ‘participatiesamenleving’, weerspiegelt dat woord het nieuwe denken. De mens doet mee, participeert. De tijd van (ver)zorgen (of zoals VVD’ers vaak zeggen ‘pamperen’) is voorbij. Lodewijk Asscher en Lilianne Ploumen verdienen lof, omdat zij dat nieuwe denken in het kabinet in praktijk brengen. Zij laten zich minder door ideologie leiden, maar meer door een realistisch wereldbeeld.

Die weg is al een aantal jaar geleden ingeslagen. Laten we in het kwartetspel ‘zielige mensen’ als eerste ‘de migrant’ eruit pikken. Die wilden we altijd beschermen. Hij of zij kon eigenlijk niks fout doen. Als er misstanden waren, was het ‘onze’ schuld. De misdaden van Marokkaanse jongeren werden vaak vergoelijkt. Sterker nog: het kwam door ‘ons’. Wij discrimineerden. Wij stopten ze weg in slechte huizen, in verloederde wijken. De multiculturele samenleving was een verrijking. Wie dat idee niet omhelsde, werd in de bruine hoek geduwd. In De Pijp in Amsterdam gingen mensen eind jaren tachtig nog de wijk in met folders van de Anne Frankstichting, die ze uitdeelden aan mensen die niet onverdeeld tevreden waren met zijn vele uitheemse buren. Wie kritiek had, was racist. Ja, ook dat is gechargeerd, maar er zit wel een kern van waarheid in. Die houding is hard afgestraft door Pim Fortuyn.

Paul Scheffer was de eerste partijgenoot die aan de bel trok. Zijn ‘Multiculturele Drama’ deed velen de wenkbrauwen fronsen. Hij was al snel een racist. Burgemeester Patijn reageerde zoals de meeste PvdA’ers: wij hebben geen Scheffer-probleem. Scheffer doorstond de storm en schreef er een prachtig boek over: het Land van Aankomst. Zijn steen in de vijver was het begin van het nieuwe denken over migratie. Steeds meer mensen zagen in dat hoe wij met migranten omgingen meer met onverschilligheid te maken had dan met ‘helpen’. We hielden ze eigenlijk klein. We gaven ze niet de ruimte om te emanciperen. Veel migranten verdwenen nodeloos in de WAO, waardoor hele generaties daarna opgroeiden met het beeld van werkloze vaders.

Wouter Bos trok de lessen van Fortuyn. Hij gooide zelf wat bommetjes in het debat door het over het ‘beschaafd nationalisme’ te hebben. ‘Trots’ zijn op je land, dat was geen schande. Ook schoof hij Jeroen Dijsselbloem naar voren om zich in het ‘integratiedebat’ (dat toen nog diversiteitsbeleid heette) te mengen. Hij deed dat zo goed dat hij door Marcel van Dam al snel het etiket ‘de Wilders van links’ opgespeld kreeg.  Dan doe je iets goed. Die botsingen tussen de nieuwe denkers en de oude garde kwam tot een uitbarsting bij de presentatie van de integratieresolutie, geïnitieerd door Lilianne Ploumen, destijds de voorzitter.

De integratieresolutie ‘Gedeeld verleden, gedeelde toekomst’ was een kanonschot in dat denken. Jacques Wallage reageerde door de oorlog erbij te halen. Maar ook Job Cohen keek er hoofdschuddend bij. ‘Het is wel erg wij-zij-denken’, vond hij. Hedy d’Ancona, vroeger trots op haar provocatieve acties om de beknelde vrouw te bevrijden, vond nu dat Ayaan Hirsi Ali, de rooie vrouw van deze tijd, te veel provoceerde. Ook zij ging fel te keer tegen de nieuwe denkrichting.

Toch dolven zij het onderspit. Het nieuwe denken ging verder. De participatienota van Lodewijk Asscher laat dat zien. Daarin gaat hij ook een stap verder. Hij legt de verantwoordelijkheid voor een geslaagde integratie vooral bij de migrant. Dat was vroeger ondenkbaar. Doe mee ‘met ons mooie land’, schrijft Asscher. Toch waren de reacties niet zo heftig als een aantal jaar geleden. Kennelijk was het nieuwe denken ingedaald. Participeren is in, verzorgen is uit.

Datzelfde zie ik in het beleid van Lilianne Ploumen, die op een heel ander terrein datzelfde adagium hooghoudt: de mens is niet zielig. Jarenlang is Ontwikkelingssamenwerking gedomineerd door Jan Pronk. Helpen deden we, grof gezegd, vooral door geld te geven. Ploumen  sloeg direct aan het ‘ontpronken’. Laat ik weer even chargeren. Vroeger werden we geleid door het idee dat de Afrikaan zielig was. En dat was onze (koloniale) schuld. Om dat af te kopen, gaven we geld, ontwikkelingsgeld. Hoewel daar ongetwijfeld ook goede resultaten mee behaald zijn, wordt er steeds openlijker getwijfeld aan het nut ervan. Is Afrika er iets mee op geschoten? Of zijn de arme landen alleen maar lui geworden, omdat ze zo lang aan die geldkraan van het westen hingen? De waarheid ligt ergens in het midden, maar dat het debat opengebroken is, is alleen maar waardevol. Feit is dat Ploumen nu meer nadruk legt op de handel en minder op ontwikkelingsgeld. Met andere woorden: we beschouwen de Afrikaan als onze gelijke, we drijven handel. Je kunt ook zeggen: vroeger gaven we de arme Afrikaan vissen, terwijl we nu meer hengels sturen, zodat ze die vis zelf kunnen vangen. Ook ontwikkelingshulp is nu in feite participatiehulp. Meedoen. Het zou goed zijn als Ploumen die gelijke behandeling doorzet en de arme landen écht helpt door te pleiten voor de opheffing van onze tolmuren.

Hoewel dat denken in participatie steeds meer vruchten afwerpt, zie je dat de gemiddelde PvdA’er daar nog moeite mee heeft. Bij het debat over de strafbaarstelling illegaliteit kwamen die emoties weer op. Dat we hierin ook duidelijk moeten zijn, is menig lid niet met mij eens. Ik denk: Als je hier niet mag zijn, moet je hier niet zijn. Die verantwoordelijkheid ligt bij de migrant. Blijf je hier toch, terwijl je uitgeprocedeerd bent, dan moet je daar –linksom of rechtsom – de consequenties van aanvaarden. Dat is niet hard. Dat is niet rechts. Dat is realistisch. Wat overigens niet inhoudt, dat de vreemdelingenopvang humaner mag.

Het is nu zaak dat nieuwe denken verder uit te vouwen. Het moet doordringen in de ‘hearts en minds’ van de mensen. Die zien immers ook dat de mens niet zielig is, maar krachtig, zeker als hij mee kan doen, kan participeren.

Asscher en Ploumen zijn nog maar net bezig. Ze hebben een startschot gegeven, brieven geschreven, notities gemaakt. Nu moeten ze het internaliseren. Maar wat ik het liefste zie, is dat Asscher die ‘participatiesamenleving’ handjes en voetjes geeft. Wat betekent het voor mensen met een uitkering? Maar ook mensen die zorg nodig hebben. Mensen in Afrika. Mensen in Appelscha. Van hem verwacht ik die kabinetsbrede visie op de mens die niet meer zielig is, maar krachtig.

Marcel Duyvestijn is publicist en columnist, onder andere voor Elsevier en The Post Online

admin
Your Name Email Website

*

code