0
Bij het afscheid van Fatima Elatik

b7e2cfd8-75bc-4f47-aaa5-35e24350c768
Vorige week nam Fatima Elatik afscheid van haar Oost. Dat deed ze met een grootse toespraak. ‘Ik had eigenlijk deze toespraak willen houden, kijkend naar een kinderwagen die in de hoek zou staan…’ Het mocht niet zo zijn. Fatima verloor, vorige maand, haar kind, na acht maanden zwangerschap.

Fatima. Volgens Eberhard van der Laan de ‘leukste grote bek’ van Amsterdam. ‘Een vriendin’, zei Thijs Reuten. ‘Een voorbeeld’, zei Lodewijk Asscher. Prachtige woorden. Maar niet zo mooi als haar eigen woorden, die regelmatig onderbroken werden door applaus. Vaak opzwepend. Inspirerend. Verdrietig. En prachtige pauzes.

Daar zit het verschil tussen een goede en een slechte toespraak, de pauzes, de stiltes, het zwijgen. Fatima beheerst dat als geen ander. Vooral toen ze aan het eind van haar woorden haar man bedankte. Mounir Dadi. ‘Ik weet dat je niet wil dat je in de schijnwerpers staat…’ Een hand aan haar mond. Een hoorbare stilte. Adems die ingehouden werden. En een zaal vol betraande wangen. ‘Mounir. Zonder jou had ik het niet gered.’
Manmanman. Ik dacht even dat de zaal niet zou stoppen met klappen.

Ik ken Fatima al bijna vijftien jaar. We zijn nog een tijdje verliefd op elkaar geweest, lang geleden. Dat ontkent ze nu natuurlijk, maar Allah weet dat het waar is.
We konden echter ook botsen. Van Twin Tower tot Pim Fortuyn. Van Theo van Gogh tot Adolf Hitler. Juist vrienden moet je keihard aanvallen. Met veel aplomb gooide ik mijn venijnige woorden in haar gezicht. Mijn oren werden rood van haar weerwoord. Onze lippen trilden. Maar daarna viel altijd die serene stilte, die rust. Een glimlach, een omarming en een vederlichte ‘en toch hou ik van je’ lieten alle harde woorden ontdooien. Dat is vriendschap. Dat is liefde.

Deze column verscheen eerder in De Echo – Marcel Duyvestijn

admin
Your Name Email Website

*

code