0
Er moet juist meer geneukt worden

Tofik_Dibi_1002955q

Waarom geven veel Marokkanen hun ziel en zaligheid voor Gaza, maar zijn ze aanmerkelijk stiller bij andere oorlogen, zoals de moordpartijen door extreme moslims in Irak en Syrië? Dat was de vraag. Heeft het met een virulent antisemitisme te maken? Is het slachtofferschap? Het antwoord kwam van Tofik Dibi die op mijn Facebookpagina schreef: Go fuck yourself.

Ik heb het geprobeerd, fucken met mezelf, maar daar is geen ruk aan. Sowieso los je weinig op, als iedereen met zichzelf neukt. Er moet juist meer met elkaar geneukt worden, Tofik, dat weet jij ook wel. Dát is integratie. Dát is dingen samen doen.

Ik ken Tofik als een onafhankelijke denker. Hij keek altijd eerst naar links en daarna naar rechts voor hij een mening gaf. Hij liet mooie woorden weerklinken over vrijheid van meningsuiting, initieerde de ‘last fatwa’, om moslims zelf te laten nadenken. Hij hield de Marokkaanse gemeenschap een spiegel voor, wees ze op het ingebakken antisemitisme, op het niet accepteren van homoseksualiteit. Maar hij wees ook de andere kant op: het vastgeroeste racisme van veel Nederlanders, de vooroordelen, de discriminatie. Dat deed hij met een vrolijk makende glimlach. Tofik was een ideale brugwachter, die moeiteloos de kolkende rivier tussen zwart en wit overstak. Ik hield van die Tofik.

Maar nu ‘radicaliseert’ hij ineens, zoals hij het zelf in een mooi interview met Addie Schulte in deze krant zegt. Als zijn moeder zegt dat ze de joden in Israël ‘allemaal’ haat, spreekt hij haar niet meer tegen. Zijn joodse vrienden kijkt hij anders aan en zijn vooroordelen laat hij de vrije loop. En hij laat het daarbij. Hij is boos en daardoor valt elke nuance in onvruchtbare aarde. Dat schrijft hij op zijn eigen blog. ‘Ik merk dat ik de radicale teksten best vind.’

Dat radicaliseren gebeurt overigens aan ‘de andere kant’ ook veelvuldig. Mensen die ik als weldenkend beschouwde, zien nu dat de holocaust al voor de deur staat. Jan Bennink en Arjan Erkel lieten hun pen met henzelf op de loop gaan en schreven in NRC: Als straks de mensen weer door de straten worden gesleept, de bonzen op de deuren galmen, de helle gloed van in brand gestoken scholen en synagogen de horizon verlichten, helpt de laffe blinddoek voor onze ogen niet.’ Hatseflats. Ronkende, zwartgallige poëzie. Maar godallemachtig, mag het een onsje minder?

Tussen Tofik en mij komt het wel weer goed. Tussen Fatima Elatik en mij ook, al is ze nu diep teleurgesteld in me, omdat ik de woorden antisemitisme en Marokkanen in één zin had genoemd. Ook Ahmed Marcouch zal ik weer omhelzen, al kan ik het dan ongetwijfeld niet laten iets naars over zijn religie te zeggen. Hij zal lachen en de Koran citeren, die één en al liefde betekent, volgens hem. Dat doen vrienden. Die zeggen elkaar de waarheid, maar sluiten daarna weer vrede. Remco Boas, eigenaar van café Goos, heeft al aangeboden ons bij elkaar te brengen. En het mooie, Remco betaalt.

Waar ik me meer zorgen om maak, zijn de gewone mensen, moslim, christen of ongelovig. Ineens zie ik op social media brave burgers oorlogstaal uitslaan. Ik schrik van ‘Facebookvrienden’, die ineens óf Israël of Gaza willen wegvagen. De haat zit aan beide zijden vreselijk diep. De mensen die zeggen: kappen nou, allebei, zijn zwaar in de minderheid.

Dat is wat die oorlog met ons doet. Ze trekt ons volledig uit elkaar, ook in Amsterdam. Het adagium van George W. Bush is hier van toepassing: je bent of voor of tegen ons. Een middenweg lijkt er niet te zijn, terwijl we juist diegene moeten koesteren die ondanks alles contact met elkaar houden. Niet alleen om Israëliërs en Palestijnen bij elkaar te brengen, maar ook om moslims, joden, christenen en ongelovigen in eigen land bij elkaar te houden.

 

Deze column verscheen eerder in Het Parool – Marcel Duyvestijn – Liefdevollid.nl

 

admin
Your Name Email Website

*

code