0
De zeikende PvdA’er

media_xl_1217902

U gaat straks oppositie voeren. En om u alvast ín positie te brengen, sta ik hier. Het is de bedoeling dat mijn woorden uw bloed al doen koken. Dat het langzaam vanuit de dunne darm, via de onderbuik en de maag omhoog komt. Als ik straks klaar ben, heeft u de vinger al in de lucht en roept u dat ene woord: Voorzitter! (Een voorgedragen column)

Wij zijn namelijk zelf de beste oppositievoerders. Wij zijn zelf het beste in staat om vooral tegen onszelf oppositie te voeren. Wij zijn de beste zeikerds. De grootste zeurkousen en de grootste azijnpissers. Laten we dat maar gewoon toegeven.

De eerste keer dat ik me een echte PvdA’er voelde, was toen ik me hoofdschuddend en druk gesticulerend in een groepje snorren bevond. Er deugde niks aan die partij. Geen visie. Geen uitstraling. Geen leiderschap. Manmanman.

Voor een gemiddelde PvdA’er is het een heerlijke hobby, je eigen partij afzeiken. Toen ik even boven mezelf zweefde en me zo zag staan, besefte ik: ik ben dus net zo’n zeikerd.

Daarvoor zag ik mezelf als een frisse wind. Iemand die de problemen van de andere kant bekeek en niet in de linkse reflex schoot als er een hervorming van het sociale stelsel aan zat te komen. Ik irriteerde me vooral aan het multiculturele debat. Met de lessen van Paul Scheffer werd niks gedaan. Kritiek op de islam was onmogelijk. Islam stond immers voor vrede. Dat een aantal allochtone politici amper de idealen van de partij konden onderschrijven, leek de partijleiding niet te deren. Hoe meer ziel hoe meer vrolijkheid. Nou ja, vrolijkheid? Hoe meer zetels.

Het waren de jaren van Wouter Bos versus Ella Vogelaar. Rechts Links. Ik was een overtuigd Bossiaan. Mijn opponenten waren geslepen Vogelaristen. Zij droegen snorren. Baarden. De truien. De katoenen tasjes van de vredesbeweging. Ban de Bom en Baas in eigen onderbuik. Zij gebruikten het woord ‘afbraak’ en dat kotsten ze soms letterlijk over mijn revers. Wouter Bos was rechts. Rechts. Alleen dat woord al scheurde door hun baardharen heen als een blikseminslag in een open veld.

Ik haatte mijn eigen partij. Maar dat doen we allemaal. Zo lief als u hier zit te luisteren. U haat de PvdA.

Nu het gekrakeel over onze partij weer oorverdovend is, zie je overal ontevredenheid uit de grond komen. Een rapport uit Friesland, een noodoproep van een verbolgen canvasser en ome Adri Duivesteijn die voor de laatste keer waarschuwt dat we geen contact met de kiezer hebben. De rode klaagzang is als het volkslied voor een PVV’er. We zingen het luidkeels mee.

Ik durf te wedden dat u, zojuist in de pauze, bij de thee, de Haagse kaasstolp weer hoofdschuddend heeft doorgenomen.

We schamen ons veelvuldig. Toen vorige week bijvoorbeeld de PvdA in een zaak om een Afghaanse tolk geen mooie rol speelde, doopte de voorzitter van de Jonge Socialisten, Bart van Bruggen, zijn pen in azijn om in De Volkskrant te schrijven: ‘Vandaag schaam ik me diep dat ik PvdA’er ben’. Dat kom je bij andere partijen nooit tegen, zoveel zelfhaat. Je zou ook verwachten dat Van Bruggen zijn functie aan de wilgen hangt. Maar nee, als de woede weg is, gaat hij weer langs de deuren om het rode evangelie te verkondigen. Zo zijn wij. Een frontale aanval kan met gemak gevolgd worden door een steunbetuiging: hup Didi.

Waar komt die verbetenheid vandaan? Ten eerste is er natuurlijk die zuigende christelijke klei waar we uit voortkomen. In zekere zin lijken we op Jezus Christus. In de Bijbel hoor je hem continu klagen, steunen en zuchten. Vooral als hij zijn apostelen weer de les leest. ‘Begrijpen jullie dan helemaal niets?’ roept hij oip een gegeven moment vertwijfeld uit. Dan zie je zo Diederik Samsom voor je.

Louis van Gaal, een andere oppergod, zou ook een goede PvdA’er zijn met zijn ‘ben ik nou zo slim of zijn jullie zo dom?’ Dat zie je Frans Timmermans zo zeggen.

De sliptong van Timmerfrans is een goed voorbeeld van die messiaanse betweterij. :Laat ik vooropstellen dat ik een diep respect heb voor Frans. Zijn charme, zijn redenaarskunst, zijn passie. Als die talenknobbels echte knobbels zouden zijn, zou Frans’ hoofd een grote builenveld zijn. Maar Frans heeft ook een zwakte: zijn emotie. Die vliegt soms met hem weg. Dat was deze week weer duidelijk toen hij een fantastisch afscheidssalut kreeg van Jeroen Pauw, maar in zijn betweterige overenthousiasme op de versnelling trapte en oreerde dat het een lieve lust was. Als Frans op dreef is, kan geen mondkapje hem meer tegenhouden. Daar oreert ie dwars doorheen. Die woeste emotie typeert ons allemaal.

‘Wij zijn zuur’, zei Wouter Bos eens. ‘Zet drie PvdA’ers in één kamer en je hebt een milieuvergunning nodig.’ Wij zeiken. Wij zeuren. En we weten het altijd beter. Tot grote irritatie van andere partijen. Toen de PvdA in 2010 onderhandelde met GroenLinks, VVD en D66 ging Diederik Samsom aan tafel zitten met een stapel dossiers die hij allemaal wilde behandelen. Wij eisen dit, wij eisen dat. Bij de VVD dachten ze direct: toedeledoki. Diezelfde houding zie je bij Alexander Pechtold. Die kan zijn persoonlijke haat tegenover Didi amper voor zich houden.

Emile Roemer doet niet eens moeite dat te verhullen. Bij de PvdA zien ze de SP namelijk nog steeds als het opstandige broertje. Roemer is de gezellige knuffelbeer, die honing eet, maar inhoudelijk weinig voorstelt. Die hautaine houding maakt SP’ers furieus.. Flikker effe op met je vingertje.

Dat Hans Spekman jullie allemaal oproept waakzaam te zijn, gaat er op neer komen dat er overal in het land PvdA’ers tegenover elkaar staan te bekvechten. Dat kun je ‘activistische politiek’ noemen, maar het komt eigenlijk neer op georganiseerd gebakkelei, resulterend in veel vingerwijzerij naar elkaar. Geen mooi plaatje.

Ook met deze column laat ik zien dat ik een echte PvdA’er ben. Geen VVD’er zal een stuk schrijven waarin hij aangeeft dat zijn partij alleen maar borrelt en bitterballen knabbelt – wat natuurlijk wel zo is. De enige D66’er die zijn partij van leegheid betichtte, vertrok met stille trom. Wij niet. Wij zetten onze zelfhaat in de etalage.

Mijn dochter is nu zeven weken. Het is hard om te zeggen, maar ik zie nu al dat wijzende vingertje, die frons op het voorhoofd. Spugen doet ze nooit bij opa of oma. Uitpuilende luiers produceert ze alleen in de warmte van het eigen nest. Ze draagt wel eens een rompertje met de tekst: later word ik een PvdA’er. Het is echter nu al zover.

 

Een lieflijk gedichtje met een boodschap tot slot

In positie. Niet in de oppositie.

De buik. We zijn in verachting. De emotie, gebald onder het katoen,

Jeroen. De jurk staat strak.

Hou elkaar nou eens vast. Praat niet. Kijk niet.

Geen vinger in de lucht. Geen lucht in de vinger.

De gebalde emotie van de onderbuik stroomt langzaam weg tussen de billen.

Geen kans. Frans.

Laat lopen. Laat gaan. Laat Hans

Sterk. Als een Hans in pak. Activistische rust.

Superieur. Wees groot. Wees rijk. Omarm Lodewijk

Wees blij. Hou van elkaar. Kus, knuffel en neuk met elkaar.

Wat ik eigenlijk wilde zeggen: voer oppositie tegen de oppositie. Niet tegen elkaar.

 

Deze column werd uitgesproken bij het CLB congres op 11 oktober

admin
Your Name Email Website

*

code