0
We hebben onze oproerkraaiers hard nodig

CharlieHebdoMohammedCover

‘Als het om mij en mijn gezin gaat, ben ik niet moedig’, zei Eric de Kort, tekenaar van deze krant, in de Volkskrant. Hij zuchtte en liet erop volgen: ‘En dat vind ik verschrikkelijk.’ In de tsunami van heldhaftige reacties op de brute slachtpartij op de redactie van Charlie Hebdo was dit misschien wel de meest reële, de meest menselijke. Hij is bang. Hij heeft ‘geen zin’ om over zijn schouder te kijken.

Dat is logisch. Ik heb zelf een jaar of twee geleden een boze moslim voor mijn neus gehad, die mij na een uitzending van ObaLive, met Theodoor Holman, kwam vertellen dat ik met mijn leven speelde als ik kritiek op zijn profeet leverde. Hij was speciaal voor mij gekomen, zei hij. Ik moest eerst lachen. Maar voelde me toch ongemakkelijk. Met een indringende blik, en een prevelementje over zijn Allah, nam hij afscheid van me. Wat moest ik hiermee? Aangifte doen! Zeiden ze direct bij de redactie. Ook de bibliotheek zelf had maatregelen genomen. Als ik te gast was, zat er beveiliging in de hoek. Ook reed er af en toe politieauto langs mijn huis. Toen ik een keer met mijn zoon naar de maan zat te kijken, stopte een agent om zijn duim omhoog te steken, als een soort alles-is-veilig-gebaar. Mijn zoon vond het supercool dat ik de politieman kende. Ik heb hem maar niet verteld waarom ze langsreden.

En wat had ik in vredesnaam gedaan? Ik had wat speldenprikken uitgedeeld. De islam kwam wel eens langs in columns. En Allah heb ik wel eens opgeroepen om terug te komen op aarde om te vertellen dat hij nooit bestaan heeft. Milde spot. Maar het was al genoeg om me te waarschuwen dat de allerhoogste wist waar ik woonde.

Als een moslim dat zegt, gaan alle alarmbellen rinkelen. Ik kon het christendom tot op het bot afbranden, ik kon Albert Verlinde een slijmerige slak noemen, ik kon zelfs Geert Wilders een angstige augurk noemen. Er gebeurde nooit veel. Maar nu was dat ineens anders.

Ik kan dus heel erg invoelen wat Eric de Kort bedoelde. Het was een geluid dat verloren gaat in de kakofonie. Ook de eindeloze stoet bekende Nederlanders riep op door te gaan met provoceren. Columnisten, cartoonisten en cabaretiers hebben de plicht te blijven schuren is de communis opinio. Bij DWDD riep Jort Kelder Youp van ’t Hek op dat hij ongenuanceerd de pen moest heffen tegen de onverdraagzamen. Youp keek op en je zag twijfel in zijn ogen: waarom moet ik mijn hoofd in de strop doen voor de vrijheid van meningsuiting? Ook hij had zichtbaar geen zin om de hele tijd over zijn schouder te moeten kijken.

En toch. ‘Juist nu niet voor fanatici buigen’, liet Kurt Westergaard weten. Als iemand weet hoe een aanslag op zijn leven eruit ziet, is hij het. Nadat hij in Jyllands Posten, een Deense krant, een Mohamed cartoon tekende, moest hij zwaar beveiligd worden. Maar dat weerhield een man met een bijl er niet van om op zijn voordeur in te hakken, terwijl de tekenaar in de gang stond.

Ik heb diepe bewondering voor die houding. Niet buigen voor barbaren. Rechtop staan. Dat deed Stéphane Charbonnier, hoofdredacteur van Charlie Hebdo, ook. Zelfs na zware bedreigingen en een aanval met een molotovcocktail bleef hij doorgaan met ‘grappen maken’, met ‘tekeningen maken’.

Hoewel iedereen nu roept dapper door te gaan, weet je dat dat niet zo is. Je weet dat mensen hun woorden heroverwegen. Dat columnisten hun teksten met het bedreigde oog herzien. Dat er in filmscripts geschrapt wordt. Hoewel het een logische, angstige reactie is, weten we ook dat als we dat doen, de moordenaars winnen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want juist op dit moment moeten we om die mensen heen staan. Dat geldt ook voor Geert Wilders. Hoe zeer je het ook met hem oneens bent, het is onverteerbaar dat hij zijn leven niet zeker is op het moment dat zijn beveiliger ontslagen wordt. Laten we daarom al die mensen die hun nek uitsteken blijven steunen. Vaak zie je dat in een aanslag-luwe periode iemand roept dat de beveiliging van Wilders wel afgebouwd kan worden. De aanslag in Parijs bewijst hoe naïef dat is. Ayaan Hirsi Ali is al gevlucht, omdat de beveiliging hier in Nederland onvoldoende was. Dat mag niet nog een keer gebeuren. We hebben onze oproerkraaiers hard nodig.

Dit opiniestuk verscheen eerder in Het Parool

Marcel Duyvestijn is publicist

 

admin
Your Name Email Website

*

code