0
Als Jesse Klaver echt iets wil veranderen, moet hij GroenLinks verlaten

safe_image.php

Jesse Klaver is de nieuwe God. En hij weet het. Dat zag je aan zijn gebaren. Hij zwaaide als een popster, iemand die weet hoe het is om complimenten in ontvangst te nemen. Die niet het hoofd buigt, maar zijn bewonderaars recht in de ogen kijkt en knikt.

Ook van het journaille kreeg hij louter veren tussen de billen. Maar waarom eigenlijk? Omdat hij jong is. Omdat hij mooi is. Maar ook omdat Klaver evident retorische kwaliteiten heeft. En aangezien politiek tegenwoordig puur theater is, zijn we blij met iedere nieuwe acteur.

Ik veerde ook even op. Heerlijk als iemand de ‘status quo’ wil ‘doorbreken’. Een soort ‘change we can believe in’. Hij bracht dat wel met zo’n retorisch trucje: ‘Mijn adviseurs hebben me dit afgeraden, maar ik doe het toch.’ Dit had hij rechtstreeks gekopieerd uit Borgen, de Deens televisieserie over politiek, waar heel Den Haag aan verslaafd is, om aan te geven: ik ben een autonoom denker. Dat tranentrekkende verhaal over hoe hij alleen door zijn moeder werd opgevoed, is ook al zo’n trucje: ik ben een knokker. Hij bracht het wel mooi met die retorische vraag: wat moet er van dat joch komen? Wat hij niet zei, maar wat iedereen in zijn ogen las, was: en kijk mij nu eens.

In het zure cynisme dat de politiek omringt, is elk fris geluid welkom. En er is ook niks mis met grote woorden. ‘Wij gaan Nederland veranderen’, zei hij met een triomfantelijke glimlach. Maar wie is ‘wij’? Zijn dat die vier GroenLinksers of zijn dat diens geestverwanten die overal zitten, maar niet noodzakelijkerwijs bij GroenLinks. Als hij echt iets wil veranderen, moet hij dus zijn eigen partij verlaten. Niet uit rancune, maar om een groter draagvlak te krijgen. Er zitten in partijen als VVD, PvdA, D66 en zelfs bij de SP veel geestverwanten, sociaalliberalen, die veel meer op zijn lijn zitten dan veel van zijn eigen partijgenoten. Dat is ook wat Femke Halsema graag wilde, maar nooit echt durfde: het partijenstelsel openbreken.

Klaver houdt van Winston Churchill en noemde aan de keukentafel van Mathijs van Nieuwkerk ook de naam van Pim Fortuyn. Dat biedt hoop, want dat zijn mannen die niet gehecht waren aan hun eigen partij. Zij haalden de politiek rücksichtlos overhoop, om resultaten te boeken.

De particratie omverwerpen, is stap één. Dan de inhoud. Klaver is een namedropper. Hoe hij zich samen met Piketty op één affiche liet zetten, is bewonderenswaardig. Maar ook hier moet hij aan de slag met diens lessen. ‘Er broeit’ inderdaad iets, zoals hij zelf al zei. Maar waarschuwende politici hebben we al genoeg.

Pakt hij bijvoorbeeld ook de vragen op die Joris Luyendijk stelt over de cultuur en het systeem van onze financiële sector? Fortuyn noemen is één, ook echt iets met het multiculturele drama doen, is twee. Ook op duurzaamheidheb ik nog weinig concreets gehoord. Ik ken hem eigenlijk vooral van het gratis kraanwater dat restaurants nu, dankzij hem, moeten schenken. Het klimaat verandert niet als je er maar veel verontwaardigde woorden tegenaan gooit.

Hij doet een beetje denken aan de jonge Wouter Bos, de beste premier die we nooit gehad hebben. Ook Wouter was onbevangen, maar durfde uiteindelijk toch niet zijn eigen partij op te blazen, wat hij diep in zijn hart wel wilde. Ook Wouter was een vrijdenker, maar als het puntje bij paaltje kwam, slikte hij alles weer in. Soms gooide hij een knuppel in het hoenderhok, zoals bij de fiscalisering van de AOW, maar toen hij tegenwind kreeg, nam hij alles weer terug. Ook bemoeide hij zich aanvankelijk voortvarend met het integratiedebat, maar verder dan wat mooie termen als ‘beschaafd nationalisme’ kwam hij niet. Dat is jammer.

Of Jesse Klaver het ook alleen bij woorden laat, gaan we zien. Laten we hem de tijd geven en het voordeel van de twijfel. De hoop is er. Nu de change nog.

Deze column verscheen eerder in Het Parool – Marcel Duyvestijn

admin
Your Name Email Website

*

code