3
Didi is een van de aardigste politici die ik ken. En daar is geen woord van gelogen.

13138756_998112113576058_878899904226871552_n

Lieve mensen. Lieve Didi. Lieve PvdA’ers. Wat u niet weet, is dat Didi en ik vrienden zijn.

Didi weet dat zelf niet eens.

Maar sinds ik hem heb mogen spreken, in de beslotenheid van zijn eigen kamer, was er een grote rode wolk, waar liefdevolle regen uit druppelde. En toen wisten we het. Wij zijn vrienden. Wij zijn maten. Door dik en dun. Jij en ik.

En dat is het verschil. Tussen u en mij.

U bent hier naartoe gekomen om die kale met die rode stropdas even flink de les te lezen. Peilingen roept u dan, in zijn toch al pijnlijke oren. Je maakt ons kapot, Samsom. Dat hoort hij in Appelscha. Dat hoort hij in Heerhugowaard en dat hoort hij hier, in Amsterdam, waar iedereen het goed heeft.

Flikker toch op Samsom.

U bent het straks kwijt, uw woede, uw frustratie, uw zure zult. Maar Didi, dames en heren, neemt het mee naar huis. Als Didi straks in de trein zit en naar zijn eigen weerspiegeling in de ruit kijkt, ziet hij een traan over zijn rode wangen biggelen. Dan komt hij thuis in een koud huis en zakt hij helemaal afgetrokken op ene oude versleten bank. Hij warmt nog even de pizza van de vorige dag op en trekt een fles bier open. Dan kijkt hij de herhaling van Pauw in het schemerdonker en dan gaat hij slapen met een koud hart.

Is dat wat u wil?

Jullie maken Didi met z’n allen zo kapot.

Het blijft raar. Ik heb het laatst ook in Het Parool geschreven. Didi is de slimste van het hele stel. Hij is de beste spreker. De beste debater. De man met de meeste energie. En hij offert alles op voor die partij, voor een beter leven voor iedereen.

Maar er is één probleem: niemand houdt van hem. Niemand vertrouwt hem. Laatst was er een televisieprofessor bij De Wereld Draait Door die vertelde dat de kijkcijfers dramatisch dalen als Didi in beeld is. ‘Hij is de politicus met het minste vertrouwen.’ Iedereen zapt weg.

Zie daar de hondenbaan die Didi gekozen heeft.

Gekozen ja.

Hij had ook minister van milieu kunnen worden. Dan zou hij schitteren. Asscher. Dijsselbloem. Timmerfrans. Ze krijgen allemaal waardering. Een fractievoorzitter wordt echter continu uitgejouwd, uitgekotst, afgetrokken.

Het lot. Het rotte Tweede Kamer kot.

Het levenloze loden leed dat Didi draagt.

De woorden. Uw woorden. Ze schuren. Ze scheuren.

De geuren van woorden die vreten, die het zwijgen ontketend.

Didi. Het ongeluk, van een gelukte man.

Gebukt gaan onder doffe lof, van een enkeling.

Didi. Altijd een Tien. Nu niet eens meer een Tineke.

Didi is murw gebeukt. Hij lacht, maar die is opgeleukt.

Hij kan traanloos huilen, schuilen achter zijn facade.

Twee weken geleden was ik op de kamer van Didi. Ik mag daar niks over zeggen, want dat heb ik beloofd. En als vrienden ben je trouw, ben je loyaal. Maar wat ik wel kan zeggen, is dat Didi echt een aardige gast is. Dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Ik dacht een ongeduldige lul te zien, drammerig, betweterig. Een nare man, met een neplach. Dat beeld had ik een beetje.

Maar niets van dat alles.

Didi is een van de aardigste politici die ik ken. En daar is geen woord van gelogen.

En toen dacht ik: Didi heeft een vriend nodig. En ik zal die vriend zijn. Ik moet nog zoeken naar een vorm. Het liefste zou ik bij hem op de bank pizza’s eten, om over de lullige dingen des levens te babbelen. Over voetbal. Over vrouwen.

Of over Bente. Dat Bente een kind is als een dieseltrein. Ze komt langzaam op gang, maar als ze eenmaal rijdt, dan rijdt ze. Dat is mooi. Dan zwijgen we even. Omdat de glimlach van een kind, ons doet beseffen dat we leven. Maar vooral, dames en heren, omdat Didi zelf ook een diesel is en nu pas echt op stoom is.

Een fijne, veilige vriendschap.

Als we dan nevelig zijn van de jenever

En bevend op de benen staan,

Omhelzen we elkaar, als helden,

Als hedonisten, als ijdele eikels die elkaar mogen. Ongelogen

Didi en ik. Vrienden voor het leven. Als gegeven.

Vrienden van de PvdA. Het is goed gebruik dat jullie elkaar afkatten. Dat jullie elkaar het licht in de ogen niet gunnen. En ik ben misschien wel de laatste die daar iets van mag zeggen. Ik vraag ook niet of jullie daar mee op willen houden. In tegendeel. Dat hoort erbij. Jullie moeten elkaar scherp bevragen.

Maar besef, als het vocht uit je mond is verdwenen, als de woorden zijn gedoofd, dat er iemand is die zich opoffert, elke dag weer, voor jullie. Als jullie hier weggaan, wil ik dat jullie allemaal Didi een knuffel geven. Je hoeft niks te zeggen. Je hoeft niets te doen. Je moet alleen Didi’s machtige torso even tegen de jouwe voelen. Laten we er voor zorgen dat Didi vanavond met een glimlach gaat slapen.

Deze column sprak ik uit op 2 mei

 

Marcel Duyvestijn
Website
3 Comments
  1. Ik heb Diederik af en toe ook mogen zien. Echt gezien. Zijn tranen, zijn dromen, zijn gedachten. Wat een dappere, strategische en slimme beslissing toen en ook nu. Mijn steun heeft ie.
    En Benthe en Fane ook.
    Zijn prachtmensen!

  2. Ik zie een beweging komen, Ellen

  3. Diederik heeft veel steun nodig, heel veel. Zo’n gedreven kerel heeft het landsbestuur keihard nodig. Mijn steun heeft hij, nu en in de toekomst.

Your Name Email Website

*

code