0
Ik ben toch geen Turk

‘Ik ben toch geen Turk.’ Het was mijn antwoord op de vraag van mijn moeder die me een bezem voorhield. Dat was normaal om te zeggen, destijds. Ik was tiener en wist niet beter, zeg ik nu, met schaamte.

Daar denk ik aan als ik die wapperende rode vlaggen zie in Amsterdam. Twintigers. Hier geboren en getogen, maar kennelijk niet geworteld. Want de reden dat ze hier demonstreren, heeft alles met identiteit te maken. Wat ben je? Wat voel je?

Turk zijn ze, met heel hun rode hart. Ze kennen amper Amsterdammers. Ze kijken elke dag, via de schotel, naar Turkije. Daar aait iemand ze over de bol. Erdogan geeft deze jonge jongens een gevoel van trots.

Het woord tweederangsburger valt. Zo voelen ze zich. Dat snap ik. Discriminatie is een hardnekkig virus dat door blijft etteren. Je hebt gewoon minder kansen als je naam Yildirim is. Dat is bewezen. En moeten we niet ontkennen.

En toch wringt er iets. Kijk naar onze vrijheden. Ondanks alle hindernissen kun je hier zijn wie je wilt zijn. We zijn gelijkwaardig en worden gelijk behandeld. Maar nog belangrijker: hier woon je. Hier ligt je toekomst, ook die van je kinderen. Ahmed Marcouch zei al eens: Je bent de regisseur van je eigen leven. Dus waarom maken deze ‘Nederturken’ niet een film die zich in Nederland afspeelt. Of, als je echt zoveel van Turkije houdt, en je bovendien alles aan Nederland haat, dan ga je toch daarheen? Erdogan ontvangt je met open armen.

‘Ik ben toch geen Turk.’ Het zou eigenlijk weer een gevleugelde uitspraak moeten worden. Maar dan op een andere manier. Omdat je Nederlander wilt zijn. Omdat je hier wilt leven, wilt bouwen. Die liefde moet wel van beide kanten komen. Dat besef ik. Nederland moet de armen spreiden en een wenkend perspectief bieden door te zeggen: voel je vrij, voel je welkom.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website