Rookvrije terrassen

Café-restaurant Amsterdam heeft het eerste rookvrije terras van Amsterdam. Café De Jaren in de Nieuwe Doelenstraat denkt erover na. Roken. Het is uitstervend. Twee weken terug waren het nog de pretparken die het hun gasten verboden om in de wachtrij van een attractie te roken.

Ik rook al heel lang niet meer. Mijn allerlaatste sigaretten kocht ik van het geld dat ik van Gerrit Zalm, de toenmalige minister van Financiën, had gekregen. Iedere Nederlander kreeg toen wat Euromunten om gewend te raken aan het nieuwe geld. Dat was januari 2002. Ik liet het in rook opgaan.

In Amsterdam Zuid volgde ik daarna een zogenaamde lasertherapie, die mijn verslaving moest vernietigen. Hoe het werkt, weet ik niet. Met een laserpen scheen de mevrouw op de ‘knooppunten’ in mijn lichaam. Het deed geen pijn. Sterker nog, ik had het gevoel dat ik bij een charlatan op de sofa lag die met hokus pokus, zonder resultaat, het geld uit mijn zakken klopte. Maar nee. Het hielp. Ik was ervan af. Eindelijk. Ik was vrij.

Als ik nu rokers zie die in een hoekje staan te roken, voel ik medelijden. Vooral als het regent en ze met tien man op een vierkante meter onder een luifeltje moeten staan, een grote boze wolk boven hun hoofd.

Het is snel gegaan. Nog niet zo lang geleden, was het een normaal verschijnsel. Iedereen rookte overal. Soms zie je nog weleens een treinwagon met asbakjes op de armleuning. Bij ons thuis stonden vroeger glaasjes met sigaretten erin, voor de gasten. Mentholsigaretten voor de vrouwen. Zwaardere voor de heren. Roken hoorde erbij. Zo simpel was het.

Rokende mensen. Ik mag er nog steeds graag naar kijken. De bouwvakker op zijn steiger, na gedane arbeid. De schrijver op het terras, die zijn laptop dichtklapt om inspiratie te halen uit zijn sigaret. Het is weemoed. Een zekere romantiek die voorbijvliegt, opgelost in de blauwe lucht.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *