Johan en Eberhard

Johan Cruijff heeft zijn stadion. Diens zoon bedankte met name burgemeester Van der Laan. Dat ontroerde me. Je kunt zeggen dat de liefde het van het geld gewonnen heeft. En Eberhard heeft dat met zijn laatste krachten bewerkstelligd.
Als dank zal Ajax straks de Europa League winnen. De beker zullen ze persoonlijk naar de ambtswoning brengen om Eberhard van de zoete overwinningsdrank te laten drinken. Voor de laatste maal.

Eberhard en Ajax. Toen Eberhard de club de eerste keer mocht huldigen, omdat ze de kampioensschaal wonnen, klom Eberhard op het podium. Hij wist dat hij uitgefloten zou worden. Misschien zou hij zelfs wat verschraald bier opvangen. Zo gaat dat, als een bobo mooie woorden spreekt. Maar Eberhard is niet alleen een bobo. Hij is ook fan. En dus vertelde hij dat hij al een seizoenkaart had, ‘toen jullie nog in de luiers zaten’. Met andere woorden: wat mot je nou?
Eberhard kon dat. Hij maakte indruk. Dat kon Cohen niet. En Patijn ook niet. Van Thijn en Polak hadden ook iets stijfs en gingen netjes naar Ajax zonder iets te voelen. Eberhard heeft echter een rood-wit hart.
Ik had bij die laatste vergadering willen zijn, toen de kogel door de kerk ging en het stadion definitief de Johan Cruijff ArenA gaat heten. De commerciële jongens met hun gekleurde blazers aan de ene kant van de tafel, ondertussen hun knakken tellend. Aan de andere kant Eberhard, die met zijn armen over elkaar luistert. Tot hij het woord neemt en duidelijk maakt dat geld het leven niet gelukkig maakt. Maar dat eer, trots en iets om te geven veel mooier zijn. Er zit een trilling in zijn stem. Op dat moment gaan de commerciële boys overstag. Ok, geen Ziggo-ArenA. Geen Camp Wehkamp. Gewoon de ‘Johan Cruijff-ArenA.’
Johan kijkt vanaf zijn wolk tevreden naar beneden. Als niemand kijkt, kijkt Eberhard hem even aan.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *