Het stilzwijgen van de zwarte slavernijpagina’s

‘Over de holocaust bestaat geen verschil van mening. Over het slavernijverleden wel.’ Dat zegt Antoin Deul, de directeur van het slavernij-instituut Ninsee in Het Parool. Je moet erover nadenken, maar het klopt. Sowieso is het vreemd dat we pas de laatste jaren meer maken van de herdenking op 1 juli.

Ook in mijn geschiedenisboekjes stond dat het een ‘zwarte bladzijde was’. Maar daarna volgden een paar schouderophalende zinnen. Dat de Afrikanen ook hun eigen mensen verkochten. Of dat dat nu eenmaal zo ging in die tijd.

Ik kon lange tijd de pijn niet begrijpen die je nu nog zou voelen, als je voorouders slaaf waren. En dan die Zwarte Piet, dat is toch gewoon een grappig mannetje? In Het Parool schreef ik dat we ons geen racisme aan moeten laten praten. Dat vind ik nog steeds. We zijn geen racistisch land.

Toch begrijp ik de woede. Dat lange stilzwijgen over die zwarte pagina’s moet verstikkend zijn. Het is toch alsof je er niet toe doet. Dat je pijn voelt, maar dat de dokter zegt dat je gewoon door moet lopen.

Vorig jaar gaf Antoin Deul ook een interview in Het Parool. Ook toen zei hij iets opzienbarends. Hij had vele jaren in het buitenland gewoond, zijn huidskleur was nooit een punt geweest. Maar dat voelde hij, bij terugkomst in Nederland, ineens wel. Ook die uitspraak hakte erin.

Die zwarte discussie is de laatste jaren opengebroken. Met lawaai. Met een rauwheid die nodig is om mensen te laten luisteren. Mensen als Sylvana Simons lieten zich niet meer wegsturen, ondanks dat ze overgoten werden met racistische drek. Ze bleven staan, met een vuist in de lucht en een vastberaden tronie.

Schreeuwen is soms nodig. Het mooie echter aan Antoin Deul is dat hij niet schreeuwt. Hij legt alleen maar een zin neer, voorzichtig. Maar wel een zin die je laat nadenken. Die aankomt.

Deze column verscheen eerder in De echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *