De Eric van der Burg-brug

Er komen twee fietsbruggen over het IJ. Het zal tijd worden. En dan nog. Moet je niet een enorme boulevardbrug, midden in het centrum aanleggen?

Ik ben van het groot denken met andermans geld. Dus ik zou het liefst een brug aanleggen, met bomen, winkels, fietsers en vissers. Kent u de Galatabrug in Istanbul? Die dus. Zo’n brug waar dingen gebeuren. Waar reuring is. Met vissende mannen. Misschien kun je er ook restaurants, bars en bordelen op zetten. Als je dan toch Stadsdeel Noord wilt ontsluiten, zorg dan dat het kloppende centrum met een enorme levensader wordt verbonden.

Je hebt kademensen. Je hebt watermensen. En ik ben een bruggenmens. Niet met de stroom mee, ik wil dwars zijn, zonder al te veel tegenwerking. Als ik op een brug sta, moet ik altijd even stilstaan. Of het nou de Brooklynbridge in New York is of de Magere Brug over de Amstel. Ik wil in het midden stilstaan en iets voelen. Ik weet niet wat ik moet voelen, maar ik wil altijd even in evenwicht zijn.

Ik lijk wel een PvdA’er. Altijd verbinden, met een brug. Altijd in het midden. Aan de ene kant de allochtonen, aan de andere kant de autochtonen. De rijken en de armen. De mannen en de vrouwen. Als ik ooit nog iets wil in mijn leven, wil ik de brug der bruggen worden.

Maar goed. Laten we beginnen met de fietsbrug die het Javaeiland verbindt met Noord. Vanaf het centrum rij je dan eerst over de Jan Schaeferbrug. De PvdA’er der PvdA’ers. Die andere brug, naar Noord, moet dus naar een VVD’er worden vernoemd. Ook dat is evenwicht, tussen links en rechts. Dus waarom niet de Eric van de Burg-brug? Als die brug, na typisch Amsterdamse vertragingen, af is, ergens in 2050, viert Eric precies zijn vijftigjarig jubileum als wethouder. Dus dat komt goed uit.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *