Gewoon wat aardiger doen

Het zijn geen fijne tijden. Agressie. Cynisme. Scheldpartijen. ‘Iedereen heeft tegenwoordig een kort lontje.’ Je hoort dat vaak. Misschien dat het daarom zo heerlijk is om af en toe in een bad van liefde te zitten. Alle berichten over Abdelhak Nouri voelden aan als zo’n bad. Daar had iedereen behoefte aan. Liefde. Mededogen. Empathie. Weg zijn de verschillen. Ineens staat iedereen te klappen voor het ouderlijk huis van de Ajacied. Overal kwamen steunbetuigingen vandaan. Onversneden liefde voor een jongen die in de kracht van zijn leven werd neergesabeld door het noodlot.

Ik hou me daaraan vast als aan een liane in de jungle. Datzelfde had ik met de vijfjarige Tijn die onlangs aan hersenstamkanker overleed. Met zijn actie, waarin hij de nagels van mensen lakte om geld op te halen voor de bestrijding van zijn ziekte, maakte hij iedereen week. Tijns ontwapenende manier van leven, hoe kort ook, stak velen aan. Liefde is simpel, eigenlijk. Het neemt geen ruimte in, het is er gewoon, als een weelderig windje door je haar.

Ook alle berichten die binnenkwamen op het bericht dat burgemeester Van der Laan aan een ongeneeslijke ziekte lijdt, waren hartverwarmend. Allerlei Amsterdammers die hem beloofden dat ze van zijn stad blijven houden, ook als hij er niet meer is, dat ze zullen strijden, dat ze samen zullen staan, rechtop, hand in hand, kameraden. Mooi.

Pure liefde als gif tegen het cynisme, de angst, het wantrouwen. Maar waarom zouden we dat tegengif alleen inzetten als mensen ziek zijn of doodgaan? Kunnen we niet sowieso wat aardiger zijn tegen elkaar? Dan hoef je niet direct een hartje van je handen te maken als je de bus instapt. Je hoeft ook niet iedereen te omhelzen. Nee. Een kleine glimlach is genoeg. Een helpende hand bij het oversteken. Een hand op iemands schouder als je ziet dat hij verdriet heeft. Gewoon wat aardiger.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *