Eberhard. Ineens stokten de woorden

De mens. In Zomergasten zagen we de mens Eberhard van der Laan, die zijn favoriete televisieavond mocht samenstellen. Een aardig mens. Een vader. Een voorbeeld. Ik heb zondagavond ademloos zitten kijken.

Vooral de laatste twintig kwetsbaarste minuten waren fenomenaal. Die gingen over zijn naderende dood, over zijn nalatenschap en wanneer hij de ambtsketen definitief naast zich neer gaat leggen. Hier zagen we een Eberhard die dat vreselijk moeilijk vindt. Ineens stokten zijn woorden, trilde zijn onderlip en vulden zijn ogen zich met tranen. Dat wilde hij eigenlijk niet. Dat is hij immers niet gewend. Hij is zelf altijd degene die een arm om iemand slaat. Hij is degene die troost biedt, zoals hij dat ooit gaf aan de vrouw van Fred Hund. Hund werd in 2010 vermoord door een gewetenloze klootzak (sorry, ik heb hier geen ander woord voor), na een mislukte overval op zijn winkel. Troost. Geen arm die losjes op je schouders hangt en er al snel weer afglijdt, nee, een arm die je even vasthoudt.

Maar zijn avond was veel rijker. Over de uniciteit van de Februaristaking. Hij ergerde zich aan het beeld dat mensen schetsen van de Jodenvervolging, dat alle Nederlanders wegkeken. Maar ook zijn analyses over de huidige politieke kopstukken, die vastzitten in een ‘pervers’ systeem van elkaar vliegen afvangen. Eberhard is een wijs man. Zijn woorden gingen er bij mij in als Gods woord in een ouderling.

Zijn extra tijd is ingegaan. Hij vertelde ontroerd over het filmpje waarbij Amsterdammers beloven de stad ook na zijn afscheid te beschermen. In dat filmpje zat ook een jongen die vertelde dat hij beloofde dat hij op het rechte pad zal blijven. ‘Ook als het hem niet lukt, hoop ik dat hij het nog een keer probeert. En daarna nog een keer.’ Zijn glimlach zei voldoende. Hij wist dat de jonge crimineel zijn woorden ter harte zou nemen.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *