Femke

Wat moet je eigenlijk zeggen? Vorige week zagen we een silhouet achter het raam van de ambtswoning. Kwetsbaar, breekbaar. Eberhard. Hij kreeg al eerder bakken vol steun uit de stad en nu stonden ‘zijn mensen’ minutenlang te applaudisseren en te zingen. Voor hem.

Hij had het liefst alle Amsterdammers bedankt. ‘Maar dat gaat even niet’, zei zijn vrouw, Femke, die wel met haar kinderen op de stoep verscheen. Tegen de camera van AT5 zei ze dat ze iedereen bedankt, namens haar man.

Juist dat stuk was zo mooi. Ze hield de handen van haar beide kinderen stevig vast en was zo verschrikkelijk sterk. Haar stem sloeg niet over. En haar beminnelijke glimlach was er een van een engel.

Femke. Een mooie, blonde vrouw. Daar sta je dan, op de Herengracht. Op de stoep van de ambtswoning. De duizenden gezichten gaven haar troost. Maar ze weet ook, straks ben ik alleen. Alleen met mijn kinderen. Dan is haar Eberhard weg. Denk daar eens aan. Dan is het stil.

Ik heb haar vaker gezien. In De Balie interviewde ze een keer haar eigen Eberhard. Het was een programma waarin meerdere interviewers vragen konden stellen. De geïnterviewde wist van tevoren niet wie. Ook toen was ze scherp. Maar vooral aardig. Lief. De manier waarop ze naar haar Eberhard keek, was ontroerend. En andersom ook. In zijn ogen viel te lezen: verdomme, wat heb ik een mazzel met zo’n vrouw. Hij wist dat de lichten vooral op hem schenen, anders zou hij op de knieën gaan om haar weer ten huwelijk te vragen.

Een jaar of vijftien geleden kwam ik ze voor het eerst tegen, samen. Eberhard en Femke. Het was op de Haarlemmerdijk en volgens mij waren ze nog niet zo lang samen. Ze deelden een fiets. Hij fietste. Zij zat in amazone achterop. Hij was Rutger Hauer, zij Monique van der Ven, fluitend door Amsterdam. Ze slingerden, van geluk.

Deze column verscheen eerder in De Echo

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *