Bijlmer

Het is vijfentwintig jaar geleden dat een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al in twee flats van de Bijlmer vloog. Met eenzelfde soort knal ben ik ineens weer terug in het jaar 1992.

Het leven was nog overzichtelijk. We zaten Studio Sport te kijken. En toen werd er ingebroken. Een ramp. Gijs Wanders had het over een vliegtuig. ‘En hier zijn de eerste beelden.’ We zagen brand en brandweermannen. Daarna gingen de samenvattingen van de voetbalwedstrijden weer verder. Annette van Trigt zei iets van ‘wat moet je ervan zeggen?’ En toen zei ze: ‘Laten we maar weer verder gaan’.

Ik woonde aan het Bonaireplein in de Baarsjes en liep naar het balkon. Kon ik ergens een oranje gloed ontwaren? Het was de eerste ramp die zo snel, zo dichtbij kwam. Eigenlijk moesten we het de hele avond met dat ene beeld doen. Heel frustrerend. Want je wilt meer zien, je wilt meer weten. Maar alles ging nog vreselijk langzaam. Internet bestond amper, laat staan social media, waarbij meningen, beelden en geouwehoer over elkaar heen rollen.

De Bijlmer. Ik was er een keer geweest, geloof ik. Dat was toen de metro net af was. We gingen er toen met de hele familie heen, als uitje. Een trein die onder de grond reed, het was een sensatie die destijds zijn weerga niet kende. Ik weet nog dat we eindigden in de remise, we waren vergeten uit te stappen. Wisten wij veel wat het laatste station was.

Daarna had je de Bijlmerramp enquêtecommissie om te achterhalen wat er mis was gegaan. Ook dat was televisiehistorie, want het was voor het eerst dat we bijna dagelijks naar die verhoren konden kijken.

De Bijlmerramp. 1992. Het zit in ons collectieve geheugen. Het bracht ons ook een beetje bij elkaar. We waren even een, in ons verdriet. Dat had wel weer iets moois.

Deze column verscheen eerder in De echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *