Doodgaan

Mensen gaan dood. De een met lawaai. De ander in stilte. Lodewijk Asscher schreef op Facebook een prachtige brief over Eberhard, die afgelopen week het leven verliet. Daarin schreef hij dat Eberhard iemand ‘was die er altijd hoort te zijn.’ Hij was een soort vader voor Lodewijk, waar hij altijd naartoe kon voor raad. Een man die zijn grote hand op je schouder legt, zoals een vader dat doet als hij zijn zoon leert fietsen.

Lodewijk verliest veel de laatste tijd. Ook zijn eigen vader is ernstig ziek. Natuurlijk, hij is een sterk ‘jochie’, zoals Eberhard hem noemde. Maar toch. Ik hoop dat er iemand is die een paraplu open wil houden de komende tijd. Want het is koud en het regent. Buiten, maar vooral ook binnen. Er zullen meerdere armen om hem heen worden geslagen. Hij is niet alleen. Maar toch zal hij de leegte voelen. Zinloze zinnen zullen als holle frasen door zijn lichaam echoën. In het laatste gesprek dat Lodewijk met Eberhard had, hadden ze het ook over de PvdA. Eberhard wil dat hij de partij redt. ‘Er zijn mensen die denken dat jij dat kunt.’ De PvdA. Als de dood op je deur klopt, moet je het niet over de PvdA hebben. Daar wordt een mens niet vrolijker van. Toch zegt Eberhard dan: ‘Laat ik het persoonlijker maken. Wil je zorgen dat mijn kinderen, als ze 18 zijn, gewoon PvdA stemmen?’ Ik ken de grimlach die Lodewijk dan trekt. Zijn mond zakt een beetje scheef. Hij sluit zijn ogen, om ze snel weer te openen. Hij knikt. En hij zwijgt.

Hij zwijgt, omdat er een beter idee is. En dat is dat Lodewijk zelf in de ambtswoning gaat wonen. Er is namelijk niemand die in de enorme voetstappen van Eberhard kan staan. Behalve Lodewijk. Een ‘lieve jongen’ voor een ‘lieve stad’. Mensen en partijen gaan dood. Amsterdam blijft echter altijd leven.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *