De oude man die een #metoo voorkwam

Hij zat in het tramhokje zijn nutteloze leven te overdenken. Zijn stok stond tussen zijn benen. Hij leunde er met zijn kin op. Tram 12 zou er nu toch een keer aan moeten komen.

Het regende hard. Hij was zo met de naderende tram bezig, dat hij niet had gezien dat er een meisje naast hem kwam staan. Ze stond stilletjes in het hoekje aan de andere kant. Hij merkte haar pas op toen ze iets zei tegen de twee jongens die inmiddels ook de abri hadden bereikt.

De jongens stonden dicht tegen haar aan en lachten kirrende lachjes. De een aan haar linkerkant, de ander vlak voor haar. ‘Anders word ik nat’, zei hij. ‘En het is lekker warm zo’, zei de ander, die kennelijk zijn rechterhand op het achterwerk van het meisje legde, waardoor het meisje hard ‘blijf van me af’ riep.

De stoffige hersens van de oude man draaiden op volle toeren. Oud brein, dat al jaren maar beperkt gebruikt werd. Lichtflitsen die pijn deden, vlogen over en weer. Hij moest iets doen. Maar dacht ook aan zijn eigen oude lichaam, dat al afbrokkelde als hij eraan dacht.

Toen vloog zijn stok naar rechts, op de rug van de jongen die nog dichter op het meisje was gaan staan. Een knalharde pets vloog over de trambaan. ‘Ik zou nu weggaan’, zei de oude man gedecideerd. Zijn stem klonk zwaarder dan hij gewend was. De jongen die tegenover het meisje stond, keek nu woest naar de man. Hij zette een stap naar hem toe. Maar de oude man liet zijn stok weer spreken. Die belandde precies in het kruis van de jongen. Hij gilde het uit.

Daar kwam de tram. Het meisje rende naar binnen en hielp de oude man ook naar binnen. ‘Dank u’, zei ze verlegen toen ze tegenover elkaar zaten. Hij glimlachte een trots lach. Zijn leven had nut.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *