Toen zijn we met de borstvoeding gestopt

 

‘Toen zijn we met de borstvoeding gestopt. Dat ging veel beter.’ Twee ME’ers staan bij elkaar, vlakbij de ArenA, na de wedstrijd Ajax-Utrecht. Mannen van middelbare leeftijd schuifelen voorbij, friet en hotdogs in hun handen. Ze zwijgen, Ajax had immers weer belabberd gespeeld.

Die zin blijft hangen. ‘Stoppen met borstvoeding.’ Ik zie een gezin voor me. Ik zie de breedgeschouderde ME’er zitten in een kleine woning in de Kinkerstraat, boven een slager. Buiten rinkelt tram 2. Ik zie een blonde vrouw. Een wiegje. En daar ligt Hans. Ja, Hans is een wat ouderwetse naam, maar Hans is vernoemd naar de ME’er die gewond raakte bij de krakersrellen in de jaren tachtig.

Dit gebeurt bij mij altijd. Een flard van een zin waait voorbij en ik zie een hele film voor me. Maar deze zin blijft langer hangen. Aan het einde van de dag staat die zin voor Nederland. Voor hoe wij zijn. Dat lieve landje, waar de ME’er rustig met zijn vrouwelijke collega staat te babbelen over borstvoeding, terwijl murw gebeukte supporters voorbijlopen. Hij heeft een helm op, dus niemand ziet de druppende traan op de bebaarde kaak. De man van Nederland.

‘Jodúu.’ Twee handen gaan in de lucht. ‘Jodúu.’ Een moddervette man met een Nouri-shirt waggelt voorbij. De ME’er kijkt ernaar, glimlachend. Zijn dag kan niet meer stuk. Hij denkt aan de nacht die komen gaat, dat hij Hans zijn flesje geeft, terwijl de stad zwijgt. Hij is gelukkig.

’s Avonds zie ik een Haagse politicus op televisie over de ‘gewone man’ praten. En weer zie ik die flesvoedende ME’er voor me. Weer zie ik dat kleine huisje in de Kinkerstraat. Op een rode bank zit hij met zijn zoon op zijn arm. Voorzichtig houdt hij een lauwwarm flesje vast. Hij glimlacht naar Hans en ziet dat Hans geniet van de stilte, van de melk, van het vader en zoonmoment.

Deze column verscheen eerder in De Echo

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *