Een gedomesticeerd bontkraagje

Het was 2-0 geworden. Kees en Ahmed dansten op de bank. Marokko gaat naar het WK. Voor de gelegenheid hadden ze allebei het mooie rode shirt met de ster aan. Kees, aanstellerige dandy, die hij nu eenmaal is, had zelfs zijn djellaba aangetrokken. Ahmed had er niks van gezegd. Hij had alleen geknikt, hij wist dat Kees dat voor hem deed. Bij het eindsignaal pakte Kees de champagnefles en opende deze met een sabel. Dat was nog een behoorlijk gedoe, maar uiteindelijk gutste het frisse vocht eruit en mocht Ahmed het opvangen in zijn gillende mond.

Dit was een rare avond. Als hij diep in de wedstrijd zat, was het net of hij weer in een theehuis aan het August Allebéplein stond, met zijn vrienden. Maar als het spel in rustiger vaarwater zat, zag hij de idiotie om hem heen. Wat deed hij hier, in een ruim appartement in het Oostelijk Havengebied? Buiten zag hij de lichtjes van een schip op het IJ. Binnen zat Kees aan zijn port te nippen. Hij vond voetbal maar niks. Daarom zat hij vooral op zijn mobiele telefoon met zijn D66-vrinden te appen. Met veel lawaai prees hij de sushi die op een wit schaaltje op het voorzettafeltje stond. Ahmed was eraan gewend. Zo ging hun relatie nu eenmaal.

En toch. Toen ze later die avond ruzie kregen over de Marokkaanse relschoppers op het Mercatorplein moest Ahmed slikken. Hij stond op het punt om zijn scooter te pakken en het feestgedruis in te duiken, maar toen zei Kees dat hij Ahmed wel kon brengen. Dat gebaar vond Ahmed weer zo lief dat al zijn wrok verdween. ‘Nee, ik blijf bij jou.’

‘Ik ben een gedomesticeerd bontkraagje’, zei hij na lang zwijgen. Hij keek tevreden. Het klonk wel heel goed. Dat vond Kees ook, die daarop met wat oud servies aankwam om tegen de muur te gooien.  Maar Ahmed wilde het op een andere manier vieren. En dat deden ze.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *