Negers en racisten

‘Laat die negers teruggaan naar hun eigen land.’ Ik was in het zwembad met mijn dochter. Aan een tafel verderop zaten geen Pegida-sneuneusjes, maar oudere vrouwen, aan de koffie, de haren nog nat van het bejaardenzwemmen. Het ging over Zwarte Piet. ‘Sodemieter op. Het is ons feest.’

Ik zei er niks van, vooral vanwege mijn dochter. Maar dan nog. De vrouw was nogal overtuigd van haar eigen meningen. Zo wist ze te melden dat die hele #metoo- discussie overdreven was. ‘Ze motten naar die Marokkanen kijken.’ Geknik en bevestigend gemurmel van grijze hoofden om haar heen. Ik zat er lang over na te denken. Vooral over het antwoord.

Zaterdag las ik een interview met David Kenning. Dat is de anti-radicaliseringsgoeroe waar Eberhard van der Laan zo dol op was. Hij zei nuttige dingen. Dat het om identiteit gaat. Om bevestiging. Om ergens bij horen. Zowel de jihadistische hangjongere uit Nieuw-West als de zwem-oma voelt zich bedreigd, vernederd en wil opstaan. Het heeft, volgens Kenning, weinig nut om diegene te confronteren met jouw ‘gelijk’. De filmpjes, die in de ‘grijze’ campagne tegen anti-radicalisering werden gemaakt, probeerden ook ‘niet te zeggen wat je moet denken, maar hoe je moet denken’, zei Kenning. Als ik die zwem-oma dus had gezegd dat ze een racist was, had ze alleen maar erkenning gevonden. Dat geldt overigens ook voor de meest militante anti-Zwarte Pietdemonstranten, als ik tegen hen zeg dat het racisme in Nederland wel meevalt.

Luisteren. Proberen te begrijpen. En verplaats je eens in de ander. Ik heb zelf lang gezegd: wat is er nou zo racistisch aan, die Zwarte Piet? Maar ga eens praten met mensen die daadwerkelijk last hebben van racisme. Tegelijk moet je ook begrijpen dat ‘de boze blanke man’, zoals hij is versimpeld, het weer ingewikkeld vindt dat zijn cultuur verandert. Ook dat mag je niet wegwuiven met ‘wen er maar aan.’

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *