0
Oom Dick

Ik heb net de was gedaan met het wasmiddel van oom Dick. Bonte was. Ook diens wasverzachter heb ik gebruikt. Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar het gaf mij een prettig gevoel.

Oom Dick overleed vorige maand en nu zijn we diens huis aan het leeghalen. Ik heb hier al een gloednieuw gourmetstel. Een mooi koffertje. Een tuinstoel. En twintig notitieblokken. Wat hij daarmee wilde doen, is onduidelijk. Of hij vergat elke keer dat hij er al heel veel had of hij spaarde notitieblokken. Dat zijn van die vragen die we hem niet meer kunnen stellen.

Oom Dick was ‘een man alleen’, zoals je dat noemt. Eenzaam was hij echter niet. Althans, er was niets dat erop wees dat hij het vervelend vond dat hij alleen naar de televisie keek. Hij had vaak een glimlach rond de lippen, die een zekere opgeruimdheid verraadde.

We vonden hem in een stoel, achter zijn bureau, op een koude nacht in november. Zijn hoofd schuin, alsof hij in slaap was gevallen. In zijn ene hand de telefoon, in zijn andere een briefje met het telefoonnummer van de huisartsenpraktijk. Dat had hij kennelijk vlak daarvoor opgezocht. Hij heeft ze niet meer kunnen bereiken.

Het is nu 2 januari. De lelijkste dag van het jaar, de grootste anti-feestdag die je je kunt bedenken. Vroeger schreef ik op die dag mijn 2 januari-brieven, om mijn familie en vrienden te laten weten hoe het met me ging. Treurige brieven vol zwangere onweersbuien in een leeg landschap.

Aan het einde van die brieven scheen altijd de zon. Ik keek uiteindelijk vol hoop het nieuwe jaar in, omdat in de doos van Pandora altijd de hoop overblijft. Zonder hoop is er geen leven. Als ik klaar was met schrijven, was ik opgelucht, vrij. Of zoals ik me nu voel: schoongewassen. Dat allemaal dankzij het wasmiddel van oom Dick.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code