Strandwandeling met Bergkamp

Net voor kerst ontslagen worden. Het overkwam Marcel Keizer en Dennis Bergkamp. Een hard gelag, vooral omdat het Keizers eerste grote klus was. Nu lopen ze samen over het strand.

Keizer en Bergkamp zijn vrienden. Dat voel je. Ze kijken elkaar aan en slaan elkaar op de schouders, zoals mannen dat doen. Ze zwijgen. Of je moet het verongelijkte murmelen van mannen als praten beschouwen.

Dennis. Ik probeer me zijn tronie voor me te zien. Ik probeer teleurstelling in zijn ogen waar te nemen. Maar ik zie niets. Hij lijkt geen emoties te hebben. Hij sprak altijd met zijn fluwelen voeten. Hij danste als een ballerina over het veld, vaak op zijn tenen. Een heerlijk gracieuze speler. Maar toen hij daarmee stopte, was alle magie weg. Ik weet niet wat het is. Dennis was ineens een saaie man, met een wat kalend hoofd en een gemaakte glimlach.

Voetballers hebben altijd iets schuchters. De zinnen die ze na de wedstrijd uitkramen, zijn door een persvoorlichter ingeprente oneliners. ‘Ik moet het team een compliment geven.’ ‘We hadden te weinig dreiging in de zestien.’ Ik zeg al jaren dat er een verbod moet komen op voetballers die op televisie zouteloze woorden spreken. Bergkamp kon ook altijd maar beter zwijgen. Zijn voeten hadden al zoveel gezegd.

We zitten nu tussen kerst en nieuwjaar. Bergkamp en Keizer lopen over het strand. Ze hebben net een visje gegeten op de boulevard. En nu lopen ze met de handen in de zakken en de blik op het zand. Zwijgend.

Ik zie ze lopen en bedenk ineens dat Bergkamp net zo voetbalde als hij sprak. Zachtjes. Bij de tien mooiste goals zitten acht stiftjes. Hij aaide de bal. Hij duwde hem, alsof het om een ballon ging. En zo spreekt hij ook, zacht, duwend, met weinig woorden in de tekstballon.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *