Boef

‘Wat die Boef bezielde?’ Ahmed maakte een gebaar van ‘waarom vraag je mij dat?’ En zoals zo vaak boog Kees deemoedig zijn hoofd. ‘Je hebt gelijk.’

Ze woonden nu precies een jaar samen, in een penthouse op de oostelijke eilanden. Ze keken uit over het IJ. Kees had zijn roze kimono aan en Ahmed droeg de zwarte met de tijger erop, die nog van Badr Hari was geweest.

Het was zondagmiddag en ze stonden voor het grote raam met een dampende kop latte macchiato. Kees kneep even in de linkerbil van Ahmed. Dat was zijn manier om sorry te zeggen. Want het gebeurde vaker dat Kees naar Ahmed keek als er weer iets was met iemand ‘met een migratieachtergrond’. Nu was het Boef. Gisteren was het Nouri. Maar vorige week vroeg Ahmed zelfs over de demonstraties in Iran en of ze daar eindelijk afscheid van de ayatollahs gingen nemen. Ook toen had Kees een blik van: jij komt uit die zandbak. Vertel.

‘Maar ik kan het je wel uitleggen’, zei Ahmed, nadat ze een tijdje behaaglijk gezwegen hadden. ‘Er is een been in Nederland. Dat is de vlogwereld. De rap. Daar zit je geld. Maar tegelijk moet je continu op je hoede zijn. Je weet nooit of ze het echt menen. Die Boef is ongeveer net zo oud als ik, begin twintig, denk ik. Dan ben je kwetsbaar. Dat andere been staat nog in de Sahara.

Kees keek zijn vriend ineens blij aan. ‘En jij staat ook in twee werelden’, zei hij. ‘Niet zo lang geleden was je een pizzabezorger die ook snuifjes vervoerde. En nu sta je hier, de homo uit te hangen.’ Het was een gesprekje van niks. Maar Kees voelde bevrediging. Hij snapte iets. Hij deed zijn arm om Ahmed heen, kuste hem op zijn wang en zei dat hij van hem hield.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *