Femke

‘Wat ben je toch een heerlijke jankerd, Femke.’ Femke van der Laan hoort het haar overleden man, Eberhard, zeggen als ze de keukendeur in de ambtswoning achter zich dichttrekt, waardoor ze vol schiet. Daar zaten ze altijd. Daar zat hij te lezen. Nu, in hun nieuwe huis, zijn ze hem kwijt.

Femke, de mooie, jonge weduwe, heeft nu een column in Het Parool. Heerlijk. Het betekent namelijk ook dat ze een boek gaat schrijven over Eberhard. Daar ben ik nu al benieuwd naar, want de relatie die zij had met Eberhard was een bijzondere.

Ik ben ze ooit tegenkomen in de Haarlemmerstraat. Op de fiets. Ik had toen een relatie met iemand die twintig jaar ouder was en Eberhard goed kende. Ik was net dertig, maar Femke was nog niet halverwege de twintig. Daar stonden we, een beetje onwennig, jong. Eigenlijk hadden we elkaar toen een boks willen geven, als teken van herkenning, maar dat is ook weer zo wat.

Femke stal definitief mijn hart toen ze in de deuropening van de ambtswoning verscheen en de Amsterdammers bedankte voor hun applaus en gezang, in de laatste dagen van zijn leven. Eberhard had het gehoord, zei ze. Hij kon niet naar buiten komen, maar, hij heeft er geweldig van genoten. Toen pakte ze de handen van haar kinderen en ging naar binnen. IJzersterke vrouw. IJzersterke kinderen.

In haar eerste column schrijft Femke dat haar kinderen moesten lachen om een live zingende Eberhard op televisie. ‘Heeft ie dat echt gedaan?!’ ‘Nee!’ Hoofden worden afgewend, ogen bedekt door handen: dit is te erg om naar te kijken, schrijft ze. ‘Ook als je vader dood is, kun je je blijkbaar nog hartgrondig voor hem schamen. Voor de tweede keer die dag hoor ik Eberhard lachen.’ En inderdaad, ik weet nu dat Eberhard tevreden een borrel voor zichzelf inschenkt en een shaggie draait.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *