Robbie is weer gelukkig

Ik denk vaak aan Robbie Oudkerk. Het is alweer veertien jaar geleden dat hij aftrad als wethouder. Iets met hoeren en snoeren.

Robbie. Ik wilde ooit Robbie, de musical, schrijven. Het is er nooit van gekomen. Maar elke keer als ik eraan denk, stroomt er een warm goedje door mijn lichaam. Het heeft te maken met gevallen sterren. En toch is het geen leedvermaak.

Robbie voelde zich een beetje de koning. En in zekere zin was hij dat ook. Toen hij in 2002 naar Amsterdam kwam om wethouder te worden, was hij een van de weinige die de Fortuynrevolutie in Amsterdam in bedwang hield. Dat kwam omdat Robbie van het volk was. Hij wist mensen voor zich te winnen, met die grote geile glimlach van hem. Maar hij was ook een van de weinige PvdA’ers die geen apparatsjik was. Kok, Melkert, Pronk, het waren vleesgeworden pakken, die ver van de gewone mensen afstonden.

Maar hij was ook kwetsbaar. Als koning ben je eenzaam. Dan wil je weleens neerdalen in de krochten van de samenleving. Dan stuurde hij zijn groene Toyota Corolla naar de Theemsweg, de tippelzone van de gemeente, om verlichting te zoeken. Om met vrouwen te praten die hem begrepen. Dan huilde hij, heerlijk. Hij noemde dat zelf het stofje in de hersens dat vrijkomt als je stress hebt.

Maar inmiddels is hij weer gelukkig. Hij heeft een nieuwe grote liefde, een radioprogramma en klusjes voor de overheid, zoals nu. Dat klusje, voor wethouder Kukenheim, deed hij niet helemaal goed. En de vraag borrelt bij mij op: deed hij dat expres? Ik denk het. Hij wilde gewoon iemand naaien, maakt niet uit wie. Het was een wraak op de moraalridders, die hem destijds van zijn paard hadden gestoten. Ik denk dat Robbie nu met een grote geile glimlach zijn Campari leeg slobbert. Tevreden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *