0
Lege sokkels. Daar liggen ze, Lucebert, Reve, Wolkers

Lucebert was fout. In de oorlog hielp de dichter en schilder vrijwillig de Duitse oorlogsmachine en ondertekende hij zijn brieven aan zijn vriendinnetje met ‘Heil Hitler’. Het doet pijn. Zo’n vrolijke dichter. Zo’n frisse kunstenaar. Verdomme. Waarom in godesnaam?

Hij was achttien. Ik weet het. Een jongen uit de Jordaan. De armoede zat diep in zijn lichaam. Zijn vader was huisschilder. Dus de geur van verf zat al in zijn neus toen hij nog aan de borst zat. Toen hij zijn vader een keer hielp en een lege witte muur zag, kwam er een explosie van creativiteit uit. Daar begon zijn kunstenaarschap.

Juist Lucebert, dichter, schilder, was het nieuwe licht na de oorlog. Hij was de voorman van de Vijftigers, een groep dichters die de oorlog van zich af wilde werpen, die jong en fris de fakkeltocht naar de nieuwe, vrije tijd aanving.

Over de oorlog kun je –met de ogen van nu- moeilijk oordelen. Anders is het bij Jan Wolkers, die ik altijd als een oer-kunstenaar zag. Heerlijk rauw. Heerlijk ruw. Maar uiteindelijk was hij tegen zijn vrouwen ook ruw, onbehouwen en had hij losse handjes. Datzelfde gold voor Picasso, die je met een gerust hart vrouwonvriendelijk kunt noemen. Bij Reve is het weer diens racistische inborst. Hij vond dat de Surinamers ‘met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot naar Takki Takki Oerwoud’ gezet konden worden.

Vannacht droomde ik dat ik een wandeling maakte langs lege sokkels. De beelden lagen ernaast. Het verleden roest. Ik denk dat het niet lang meer duurt voordat er een verbod op standbeelden komt. Omdat de werkelijkheid, die achteraf aan komt zetten, later minder pijn doet. Moordende zeehelden, alla, dat zijn militairen, dan is geweld en daarmee de misdaad nooit ver weg. Maar van schrijvers, dichters en schilders verwacht ik meer. Maar misschien is dat naïef.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code