0
Geert Dales

‘Als je in de onderste krochten van je gemoed zit, kun je helemaal niets meer.’ Dat zei Geert Dales tegen Het Parool dit weekend. In 2002 was hij de verantwoordelijk wethouder voor de Noord-Zuidlijn.

2002. Het waren zijn gloriejaren. Geert voelde zich groot. Hij stond ook op in zijn eigen VVD. Hij was een van de critici die vonden dat er een nieuw blik liberalen opengetrokken moest worden. Andere woorden, andere monden.

PvdA en VVD vormden samen in Amsterdam een college dat knetterde dat het een lieve lust was. Want ook Robbie Oudkerk zat daarin. En de stoïcijns technocratische Duco Stadig. En Hannah Belliot, koningin van de Bijlmer. Alles onder de wat wankele leiding van Job Cohen. Ik had weleens medelijden met Job, want zie al die haantjes maar eens op één stokje te krijgen.

In 2004 vertrok Dales naar Leeuwarden om burgemeester te worden. Of zoals ze het in de Stopera vaak zeiden: om corvee te doen. Het was toen een gebruikelijke route om hogerop te komen in het openbaar bestuur. Guusje ter Horst ging naar Nijmegen. Pauline Krikke ging naar Arnhem. Als wethouder in Amsterdam moest je ‘eerst de provincie in’. Geert hield het niet lang vol. In 2007 werd hij de grote leider van INHolland. Terug naar de stad. Weer ademhalen. Zo moet dat gevoeld hebben.

Maar die functie was geen gelukkige. Hij moest aftreden. ‘Een verschil van inzicht’, heette het toen officieel. Eigenlijk is hij vanaf dat punt naar beneden afgegleden. Zo erg dat hij in de Valeriuskliniek belandde, compleet ingestort. Nu komt er een boek: Na De Val.

Robbie Oudkerk. Halbe Zijlstra. Fredje Teeven. Gevallen grootheden. Allemaal Icarusjes, die te dicht bij de zon vlogen en dus vielen. Denk ook aan hen als u straks uw hokje op het stemformulier rood kleurt. Het zijn namelijk net mensen, die politici.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code