0
Dichter van dienst

Een dichter die dood gaat, als het gedicht nog niet voorbij is. F. Starink, oud-stadsdichter van Amsterdam, overleed afgelopen weekend. Zijn hart zette een punt achter zijn leven. Zomaar. Poef.

Ik kende hem niet. Althans, niet in de zin dat ik hem sprak, aanraakte of zelfs hoorde. Maar als zijn naam viel, kwam er wel een vriendelijke wind binnen. De wind van een goed mens. Een mens die er ook voor een ander is.

Zo was hij ‘beheerder’ van de ‘poule des doods’, een groep dichters die gedichten schreef en voordroeg op eenzame uitvaarten. Dat deed hij sinds 2002. Amsterdammers die op straat leefden en plotseling neervielen, kregen postuum de aandacht die ze bij leven zo node misten. Op zijn website staan een paar prachtige gedichten die hij voordroeg. Bijvoorbeeld voor een man die het leven op een koude Amsterdamse zolder opknoopte. Er zit een bepaalde distantie in. Hij kende de man niet. De laatste regels zijn niettemin mooi. ‘Koos u daarom hoog en droog voor de zolder? Hoe dan ook, u overschreed de grens, ik groet u voorzichtig, aandachtige mens.’

Ik ken ze, de mensen die aan een touw hangen, op zolder. Ik ken ze, de mensen die niet meer verder wilden leven. In mijn eigen familie hebben meerdere mensen hun eenzaamheid vermoord door alles weg te gooien. Ze wilden nog wel. Maar ze konden niet. Op hun gezicht de tronie van bevrijding, van rust. Elke keer als ik langs het huis van Joost Zwagerman rijd, voel ik diezelfde pijn, die schreeuw, die angst om dood te gaan. Toch ging hij, terwijl het gedicht nog niet af is. Hij liet een enorm gat achter, dat men tracht te dichten met troostrijke gedichten.

Als er een hemel is, zal F. Starik als een held binnengehaald worden. Al die getroebleerde zielen zullen hem danken voor zijn laatste woorden. Ik doe het hier.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code