0
Oudemanhuispoort

Soms tikt de hectiek continu op je hersenpan. Ze boren. Ze zagen. En je lichaam wil maar één ding: rust. Even helemaal niks. Wat is er dan lekkerder dan wandelen door de Oudemanhuispoort, waar de Universiteit van Amsterdam is gevestigd?

Ik liep er vorige week. Er prikte een flauw zonnetje door het wolkendek. Ze had moeite de wolkensluier weg te stralen, maar wist wel haar warmte door te geven. Dat gaf rust. Maar als je dan bij de Kloveniersburgwal rechtsaf gaat en de stilte ineens over je heen valt als een bontmantel in Siberië, voelt die rust nog weldadiger aan.

Vroeger werkte ik in de Stopera en kwam ik hier regelmatig. Ook toen stonden er boekverkopers in de poort. Wellicht zijn het na twintig jaar nog steeds dezelfde mannen die hun waren uitstallen. Dostojewski. Multatuli. Ayn Rand. Nog steeds strelen ze de kaften van hun boeken. Nog steeds ruiken ze aan de bladzijden. Pure liefde voor de letteren.

Halverwege zit de ingang naar de universiteit. Een kakofonie van inspiratie, van debat, van het leven van de toekomst. Hier staan de studenten hun sigaretten te roken en praten ze over Marx en Engels. De naïviteit zie je in hun ogen. Ze hebben nog idealen. Ze leven nog. En juist dat geeft zuurstof, want hoe vaak kom je niet op plekken vol zuchtende gezapigheid, waar mensen de energie uit je lichaam zuigen? Dan is het geluid van vrolijk kwetterende studenten een genot en maakt het niet eens uit wat ze precies zeggen.

Een half uur. Meer had ik niet nodig. Ik had een boek gekocht dat ik waarschijnlijk niet zou gaan lezen. En toch. Ik was weer opgeladen. Op de Kloveniersburgwal werd ik bijna door een vuilniswagen aangereden, een zakenman duwde me luid bellend opzij. Maar ik kon het hebben. Ik was weer mens.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code