0
Johan van Hulst

De oorlog zakt weg in het moeras van het collectieve geheugen. We weten bijna niet meer wat er gebeurde. Afgelopen week doofde het kaarsje van Johan van Hulst, op 107-jarige leeftijd. Hij was de verzetsheld die honderden joodse kinderen redde uit de Hollandse Schouwburg. Een van de laatste verzetshelden die nog kon vertellen waar we nooit voor mogen wijken, het ultieme kwaad.

Van Hulst was in 1942 directeur van de Kweekschool, die schuin tegenover de Hollandse Schouwburg stond aan de Plantage Middenlaan. De Schouwburg diende als verzamelplek voor joden die op transport werden gezet naar Westerbork, en van daaruit naar de gaskamers in Auschwitz. Van Hulst redde zeker 600 kinderen.

Toch wilde hij na de oorlog niet de held zijn. ‘Ik denk eigenlijk alleen maar aan wat ik níet heb kunnen doen. Aan die paar duizend kinderen die ik niet heb kunnen redden’, zei hij in 2015 tegen Het Parool.

Ik heb hem tien jaar geleden de hand mogen drukken. Of drukken? Het was toen al een bleek, met blauwe aderen doorlopen handje. Ik werkte toen bij Corus, het voormalige Hoogovens, dat elk jaar het grootste schaaktoernooi van Nederland organiseert. Van Hulst was elk jaar een soort erelid en schaakte mee in het toernooi van de (ex)parlementariërs. In 2010 won hij dat toernooi, op 99-jarige leeftijd.

Corus, dat nu nog Tata Steel heet, gaat fuseren met Thyssen Krupp, de Duitse staalgigant, die in de oorlog het staal voor de tanks en de kanonnen leverde. De familie Krupp was doordrenkt met het nazisme. Gustav Krupp was feitelijk de wegbereider van Hitler-Duitsland.

Met Van Hulst verdwijnt er weer een stukje levende geschiedenis. Dan hebben we alleen de stenen nog. Als ik langs de Hollandse Schouwburg fiets, voel ik de pijn, de ellende, de gruweldaden. Maar voor de meeste mensen is het gewoon een stapel witte stenen, zonder betekenis.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code