0
Mijn oma trouwde uiteindelijk wel met een christen

Bijna honderd jaar geleden verhuisde mijn oma van de Haarlemmerhouttuinen naar de Spaarndammerbuurt, waar ze een huis van Eigen Haard huurden. Ze was nog jong, maar wist zich dit te herinneren. Want ineens hadden ze een huis met aparte slaapkamers, een keuken en een woonkamer. Het was een luxe waar ze met open mond naar keken. Dit was het arbeidersparadijs. Hier hadden ze voor gevochten.

Het verhaal van mijn oma kun je lezen in Het Schip, het schitterende architectuurmuseum aan de Zaanstraat. Het museum is gehuisvest in haar lagere school. Ze woonde erachter, in de Hembrugstraat, waar nu ook een museumwoning is, om te zien hoe ze toen leefden.

Aan de overkant van de straat stonden de huizen van Patrimonium, de Christelijke woningbouwvereniging. Daar kwam mijn oma nooit. Zij was socialist en hoewel Patrimonium ook voor de gewone arbeider bouwde, waren christelijken ‘geen mensen die je groette’. De verzuiling zat diep.

Waar mijn oma woonde, woont nu een Marokkaans gezin. Een man met een lange baard schreeuwt naar zijn gehoofddoekte dochters dat ze moeten uitkijken met oversteken. Ze hebben de leeftijd van mijn zonen. Hij kijkt mij even aan, zuchtend, hoofdschuddend, als zijn drie dochters zijn advies gillend negeren.

De buurt is veranderd. Het badhuis waar mijn oma wekelijks douchte, staat er nog. In zekere zin is het ook nog een badhuis, alleen heet het nu een hammam. Verderop zie ik een ‘gemeenschapshuis’, waar mijn oma vroeger naailes had, om ‘een goede huisvrouw te worden’. Het draagt nu een oosterse naam en vrouwen in lange gewaden komen er druk babbelend naar buiten.

De verzuiling die mijn oma kende, is weg. Sterker nog, ze is uiteindelijk getrouwd met een ‘christen’. Maar staat de man met de baard het ook toe dat zijn dochter met mijn zoon trouwt? In hoeverre kan ook die zuil omver getrokken worden?

Deze column verscheen eerder in De echo

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code