0
De brief van de koning

Hij kijkt vaak naar de foto van zijn moeder. Als hij niet kan slapen, praat hij met haar, zonder woorden, zonder geluid, soms alleen een snik van een verdwaalde traan. Maar die slikt hij snel weg.

Haar ogen staan bedrukt. Zijn moeder zit in een moeilijk huwelijk, met veel geweld, armoede en verdriet. Het is te zien aan de dofheid van haar ogen. Zijn vader maakte de foto. Ahmed stond achter hem. Als zijn moeder naar hem keek, lachte ze flauw, maar als ze in de lens keek, zakte dat weg, dan nam de dofheid de overhand. Zijn vader zag het en riep haar tot de orde: ‘Ga rechtop staan, mens.’

Toen Ahmed zonder zijn vader en moeder in te lichten uit huis ging, had hij alleen die foto in zijn leren jack gestopt. In zijn andere zak had hij een brief van iemand die uit naam der koning schreef –‘ja, mam, die vertaal ik voor je’- en een handzame koran. Anne-Marie stond hem op te wachten, met een fles champagne en twee glinsterende glazen. Zij omhelsde Ahmed. ‘Waar is je tas?’

Geen tas. Dit was het. Het voelde licht, levend, als een vogel. Een foto, een brief van de koning en de Koran. Ahmed had alle ballast in Slotervaart gelaten. Anne-Marie vond het poëtisch, een woord dat Ahmed niet thuis kon brengen. Zij was de romanticus. Ahmed was vooral praktisch. Hij kon moeilijk een paar dozen pakken en dan tegen zijn ouders zeggen dat hij bij Anne-Marie ging wonen, aan de Javakade, in Oost.

Anne-Marie en Ahmed. Ze hadden elkaar ontmoet aan de kade van het IJ. Ze zaten niet ver van elkaar en keken naar een groot cruiseschip, dat keerde. Ook toen had Anne-Marie champagne bij zich. En glazen. Zij wachtte op iemand die niet op kwam dagen. Nadat ze een paar keer oogcontact hadden, wuifde Anne-Marie met een glas naar Ahmed. Hij had nog nooit champagne gedronken, maar wilde het wel proberen.

Die nacht voelde hij tussen de satijnen lakens een vrouw, goddelijk gevormd. Een kech, een hoer. Hij zei het zelfs tegen haar, maar ze begreep niet wat hij bedoelde. Toen hij later in zijn eigen bed luisterde naar het gesnurk van zijn broer, die op nog geen meter van hem vandaan sliep, dwarrelde alles langzaam op hem neer. Hij dacht aan het lammetje in de frisse wei. Had hij zich ooit gelukkiger gevoeld als deze nacht met Anne-Marie? Het licht piepte al tussen de gordijnen door, toen hij een besluit nam. Hij ging. Weg van de armoede, de deurwaarders en de ingewikkelde brieven van de sociale dienst die hij moest vertalen voor zijn ouders.

Dat is nu een jaar geleden. Anne-Marie snurkte naast hem, zachtjes, terwijl Ahmed met natte wangen naar de foto van zijn moeder keek. Hij had haar al die tijd niet gezien. Maar die middag stond ze ineens op zijn voicemail. Iets met ‘sociale dienst’. Ze hadden haar uitkering gestopt. Ahmed moest haar helpen.

Dit is het eerste deel van een feuilleton, dat elke maand in MuG verschijnt

 

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code