0
Je moedertje

Dit is raar. Ze zitten op de kop van het Java-eiland, Ahmed en zijn moeder. Het waait. Ahmeds moeder moet haar hoofddoek onder haar kin vasthouden, om te voorkomen dat hij afwaait. Ook haar papieren, in een verfrommelde blauwe envelop en de ‘brief van de koning’ wapperen in de wind. Ze zwijgen. Een jaar lang hebben ze elkaar niet gezien. Woorden kunnen echter niets lijmen. Ze zitten vast in gedachten.

Waarom hebben ze in godesnaam hier afgesproken? Ahmed voelt zich een waardeloze zoon. Voor een café heeft hij geen geld. En hij wil zijn moeder niet meenemen naar zijn nieuwe huis. Hij schaamt zich voor de luxe waarin hij inmiddels leeft. Daarom zitten ze op een betonblok in de wind, te kijken naar een onstuimig IJ. In de verte rommelt het. Onweer komt hun kant op.

Het is drie uur in de middag. Anne-Marie komt nog lang niet thuis. Schichtig neemt hij zijn moeder toch maar mee naar huis. Tegen zijn moeder zegt hij, bij het openen van de deur, die klemt, dat hij hier af en toe terecht kan. Hij kan moeilijk zeggen dat hij hier woont, met een blonde vrouw zonder hoofddoek. Hij laat zijn moeder in de gang staan, om snel wat kleren, foto’s en andere dingen, die verraden dat hij daar woont, weg te poetsen.

Dan doet hij de kamerdeur open en pakt hij zijn moeders hand, teder. Dit is een verschil van dag en nacht. Ahmeds ouderlijk huis aan het August Allebéplein is vochtig, klein en propvol prullaria. Zijn nieuwe huis, met uitzicht op het IJ, is groot, leeg en luxe. ‘Wil je thee?’

Daar staan ze. Midden in de kamer. Hij wil zijn moeder omhelzen. Maar weet niet hoe. Hij wil ook dat ze weggaat. Weg uit zijn leven. Want hij voelt de tranen opwellen. Haar aanwezigheid in dit dure appartement maakt hem ongelukkig. Hij wil huilen, maar zwijgt. En dus haalt zijn moeder allerlei koetjes en kalfjes uit de sloot. Dat oom Karim op sterven ligt, teveel gerookt. Dat Farid een ongeluk heeft gehad met zijn scooter. Ahmed ziet het allemaal helder voor zich. Het hoort echter bij zijn vorige leven. Hij heeft niet alleen alle schepen achter zich verbrand, hij heeft ook alle foto’s van die schepen in een diepe la van zijn geheugen gelegd.

Ahmed is verzonken in zijn eigen gedachten, als de deur ineens opengaat. ‘Hooooi.’ Het is Anne-Marie. Hij kijkt zijn moeder betrapt aan. ‘Ik heb zin in je.’ Anne-Marie trapt haar pumps uit en loopt op kousenvoeten door de gang de kamer in, haar blouse al opengeknoopt. ‘Waar ben je?

Daar dus. Aan de eettafel. Met zijn moeder. Anne-Marie doet snel haar blouse dicht en probeert haar rok recht te trekken. ‘Eh. Sorry.’ Half gebogen steekt ze een hand uit naar Ahmeds moeder. ‘Hallo.’ Ze doet een poging tot glimlachen. ‘Ik ben Anne-Marie.’

Die avond hebben ze geen seks. Sterker nog. Die hele week kan hij Anne-Marie amper aankijken. Het heeft met onzekerheid te maken. Dat Anne-Marie de papieren van zijn moeder nu uitzoekt, voelt niet goed, maar hij laat haar. Ze regelt huursubsidie. Haar uitkering wordt weer opgestart. Toeslagen. Potje hier. Potje daar. Aan het einde van de week heeft Anne-Marie zijn moeder rijk gemaakt. Leuk voor zijn moeder. Maar Ahmed zelf is hierdoor definitief de mislukte zoon geworden.

Dit is deel 2 van het feuilleton over Ahmed, dat elke maand in De MuG verschijnt.

Lees hier deel 1

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code