0
Een lul om trots op te zijn

Toen zijn moeder begraven was, voelde hij opluchting. In een koude ochtend rookte Ahmed de sigaret van de vrijheid. Het August Allebéplein was uitgestorven. De stilte was overweldigend, voor het moment.

Het was echter geen vrijheid. Het was een vacuüm, waar hij in zat. De zuurstof stroomde langzaam weg. Hij kon naar Farid gaan, zijn oude vriend, maar dat voelde niet goed. Farid was van vroeger, de tijd van bontkragen, van scooters, van pizza en grootspraak. Het was zo lang zijn normale leven geweest, maar als hij eraan terugdenkt, voelt hij de armoede van het criminele leven. Teruggaan zou het definitieve failliet van zijn leven betekenen. Maar ook naar Anne-Marie wil hij niet terug. Hij kon het bad vol laten lopen met champagne en de hele dag seks hebben tussen de satijnen lakens, maar ook dat voelde als een vlucht. Ook nu, terwijl de lucht ijl was en zijn sigarettenrook door zijn neus naar buiten stroomt, denkt hij aan haar, haar lichaam, haar geld, haar welvaart. Het was allemaal van haar. Het was niet van hem.

Hij was alleen. En nu moest hij het ook alleen doen. Dat had hij zichzelf beloofd, bij het graf van zijn moeder in Marokko, dichtbij Al Hoceima. Terwijl zijn familie langs hem liep om hem te omhelzen, te kussen, te troosten, keek Ahmed naar zijn schoenen. Daar bedacht hij dat hij moest lopen, ver weg, weg van alles.

En zo zat hij op maandagochtend bij de voedselbank. Omdat hij honger had, maar vooral omdat hij moe was van het lopen. Maar ‘zo makkelijk gaat dat niet’, zei een vriendelijke, vrouw van in de zestig, toen hij vroeg of hij wat te eten mocht. Eerst moest hij een ‘intakegesprek’ doen. Hij moest aantonen dat hij niks had, dat hij een uitkering had. ‘Er zijn criteria opgesteld, meneer.’ De vrouw keek hem medelijdend aan. ‘Zo zijn de regels’, zei ze schouderophalend, omdat ze dat ook niet verzonnen had. Ze gaf hem een appel en zei dat hij zijn papieren mee moest nemen. Maar die lagen bij Anne-Marie. Zij was van de papieren. Zij bezat alles. Hij had niks, alleen zijn lichaam en dat had hij feitelijk aan haar verkocht. Hij was haar toyboy. Daar lachten ze altijd om, maar nu voelde hij tranen. Want eigenlijk was hij gewoon een hoer. Hij nam een hap van zijn appel en voelde even aan zijn geslacht. Dat is zijn bezit. Een ‘lul om trots op te zijn’, zoals Anne-Marie altijd zei. Het was ook altijd het eerste dat ze pakte als Ahmed thuiskwam. Pas daarna vroeg ze hoe zijn dag was.

Hij pakte zijn mobiel en belde haar. Maar op het moment dat hij haar harde stem hoorde, gooide hij zijn telefoon in de gracht. Daarna vlogen zijn sleutels over de reling. Hij ging zitten, toen het begon te regenen. Dit was het moment om langzaam weg te stromen uit dit leven.

Uiteindelijk klopte hij op de deur van het Leger des Heils, aan het Hekelveld, omdat hij zich te laf voelde om zelfmoord te plegen. Hij kreeg een deken, een kop koffie en een bed. Daar droomde hij over zijn moeder, die een hand op zijn schouder legde. Haar hand was zacht en ze drukte alle tranen uit zijn fragiele lichaam, tot er geen druppel meer in zat.

Dit is het vijfde deel van het feuilleton over Ahmed

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code