0
Provocatie kan ook heel goed zijn

Het was een wanhoopskreet om aandacht, die hele cartoonwedstrijd van Geert Wilders. Telkens denk je, Jezus, verzin wat nieuws, iets origineels. Veel Nederlanders zagen het dan ook zuchtend aan, Wilders en cartoons, ach ja. En toch. Nu het door bedreigingen afgelast is, is er maar een winnaar en dat zijn de dreigers. En dat is diep triest.

Wat je ook vindt van diens wedstrijd, bespotten van religies, van samenlevingen, van mensen, is een belangrijk onderdeel van onze democratie. Je moet elk gezag uit kunnen dagen, zowel de staat als de geestelijkheid. Sterker nog, zonder provocatieve cartoons, boeken en films verandert er niet zoveel. De boeken van Wolkers en Reve droegen bij aan de bevrijding van het christelijke juk. Ook toen trokken we de wenkbrauwen op toen Gerard Reve God als een ezel voorstelde en hem het liefst in zijn reet naaide. Provocatie was overal. Ook de tweede feministische golf zat vol idiotie, gekte en tuinbroekenlol. Het was niet altijd smaakvol. Maar het zette vrouwen wel aan het denken: waarom word ik anders behandeld dan mannen?

En daar gaat het om. Dat er radertjes gaan draaien. Het vreemde is echter dat we nu veel voorzichtiger lijken dan vroeger. Vroeger kon columnist Jan Blokker dag in dag uit op de kerk en het geloof afgeven. Het begon op een gegeven moment zelfs vervelend te worden.

Nu is er een nieuw geloof dat de aandacht trekt. Maar nu zijn we terughoudend. Of erger: Peter R. de Vries twitterde dat Wilders cartoonwedstrijd je reinste haatzaaierij was. Nogmaals, alle acties van Wilders hebben iets sneus, maar haatzaaien was deze wedstrijd niet. Het is provocatief. Tenzij De Vries de boeken van Wolkers en Reve, de cartoons in Vrij Nederland en de columns van Jan Blokker in De Volkskrant ook haatzaaiend vindt, meet hij met twee maten. En dat gebeurt hier iets te vaak.

Dit opiniestuk verscheen eerder in Het Parool

Marcel Duyvestijn
Website
Your Name Email Website

*

code