Home arrow Columns
Dales (Echo)
 

obama.jpgGeert Dales snapt niks van al die commotie om de Noordzuidlijn, zei hij in De Volkskrant. De wethouder die destijds het besluit om die metrolijn aan te leggen door de Gemeenteraad loodste, vindt het allemaal maar geklets. Hij vindt het nog steeds een geweldig besluit.

 

Dat zijn leiders. Daar hou ik van. Of hij nou gelijk heeft of niet. Het doet er niet toe. Ook Tony Blair was deze week duidelijk. Hij staat nog steeds achter zijn beslissing om met Amerika Irak binnen te vallen. Hij deed dat overtuigend. Want dat doen staatsmannen.

 

Terug naar Dales. Eigenlijk ook een staatsman, al is zijn carrière geknakt, omdat de VVD de rechterkant opging en Geertje toch een links liberaaltje was. Geert is een mooi mannetje. Pedant mannetje ook. Ja, natuurlijk. Maar toch. Geert Dales is een lieflijk pedant mannetje. Altijd keurig in pak, meestal blauw. Altijd schitterende oogjes. Altijd volop aanwezig.

 

Lang geleden zat hij in het Amsterdamse college. Hij vormde vanaf 2002 een duo met Robbie Oudkerk. Snip en Snap. De Dikke en de Dunne. Als die met z’n tweeën ergens binnen kwamen, ontplofte er iets. Het siste als een gillende keukenmeid.

 

Allebei hadden ze dadendrang. Vuisten op tafel. Dwingende ogen. Allebei hadden ze hun eigenaardigheden. Maar allebei hadden ze ook het beste met de stad voor. Misschien werkte het niet zo uit. Ze bedoelden het in ieder geval wel goed. En dat is niet in geld uit te drukken.

 


Columns | De Echo | 00:00 - 04-02-2010 | Reacties (0) | Lees meer..

 
Hatseflats (prov)
 
bezoek_heemskerk_2_full_4198.jpg
Hatseflats
 
Iedereen telt mee! Dat is de nieuwe slogan van de PvdA. Kennelijk was er een vraag: Tellen we iedereen mee? Ja! Zeiden ze op het partijbureau. Iedereen telt mee. Een slogan. ‘Wij’ zijn er verdomde slecht in. Sterk en sociaal. Dat was ook zoiets. Zou er een partij zijn die het tegenovergestelde wil?
 

In eerste instantie was er een groep buitenstaanders - waaronder ikzelf - die zich boog over de nieuwe slogan. Over één ding waren we het eens; hij moest tot nadenken zetten. Hij moest iets laten voelen. Een kwinkslag. Een… Er werden wat ballonnetjes opgelaten, maar die werden ook weer uit de lucht geknald. Toen hadden we het al moeten weten: er komt weer een vreselijk lege tekst uit de bus.

 Maar goed. Iedereen telt dus mee. Meedoen hoeft nog niet. Maar als er geteld wordt, dan ben je erbij. Meepraten ook niet. Meevoetballen. Mee…Meetellen. Dus. Alle kiezers. Die op ons stemmen. Iedereen telt mee. Niet alleen die kiezers. Nee. Ook hun gezinnen. Hun ouders. Hun hele familie. Iedereen.
 

Ben ik nou flauw? Ja. En toch. We moeten wel veranderen. We moeten de slag naar de moderniteit maken. Even los van de inhoud – waar al genoeg over gezegd is – moet het merk opgepoetst worden. Het is namelijk sleets. We zijn oud en stoffig. Dat geeft niet. Chique grijs is ook mooi. Maar we moeten ook frisser worden. Fruitiger. Vrolijker. Mensen stemmen namelijk ook met hun gevoel. Één van de redenen waarom D66 omhoog klimt in de peilingen is de nieuwe vrolijkheid die als een frisse wind door die partij waait. De inhoud hebben ze volledig naar de achtergrond gedrukt. Die doet er niet meer toe. Het gaat om een houding – zoals Alexander Pechtold zei. Het gaat niet om woorden, laat staan om daden. Het gaat gewoon om kleuren. Ze zeggen niet “Ja, maar”, zoals wij. Nee. Ze kijken in de toekomst met een positief gemoed. Ja! Ze hebben d’r zin an. Dat is duidelijk.

 

De PvdA moet die inhoudsloosheid niet kopiëren. Ze moet juist hard met die inhoud aan de slag. Veel kiezers hebben namelijk geen idee waarom ze op ‘ons’ moeten stemmen. Maar toch moeten we ook aan ons uiterlijk werken. Naar de kapper. Geschoren. Stropdas om. En een mooie glimlach. Een frisse slogan zou al een hele stap voorwaarts zijn.

 

Een slogan geeft een richting. Je voelt je er lekker bij. Als je ’s ochtends op je fietsie naar je werk fietst en je ziet een poster van een lachende Lodewijk Asscher met boven hem ‘PvdA’ en onder hem ‘hatseflats’, dan ben je direct lekker wakker. Je denkt: ja, lekkere dag. Je krijgt direct een lekker gevoel. Dat kan. Als we maar durven. Maar daar zijn wij nooit goed in geweest.



Columns | PvdA Bladen | 00:00 - 03-02-2010 | Reacties (1) | Lees meer..

 
VVD in de mangel
 
03-vvd-2006.jpgDe VVD in Amsterdam is links. Beetje Mark Rutte. Beetje Geert Dales. Van haviken als oud-liberalen Verdonk en Wilders gruwen ze. Hier en daar hoor je wat onvervalst rechtse geluiden. Als het over de kilometerheffing gaat bijvoorbeeld. Maar voor de rest zijn ze het altijd roerend met de PvdA eens. Zelfs zo erg dat ze Lodewijk Asscher (PvdA wethouder) tot liberaal bestempelen.

De VVD is in Amsterdam afhankelijk van de PvdA. Zoals eigenlijk alle partijen. Zonder de partij van Asscher gebeurt er niks. Dan ben je nergens. Die moet je dus tegen je aandrukken. Lief zijn. Kijk even, Lo. Wij zijn klaar om mee te doen. Wij zijn lief. Wil je de volgende keer met ons spelen?

Die constellatie maakt de politiek in Amsterdam doods. Soms laat iemand zijn tanden zien, maar dat is snel voorbij als de PvdA terugblaft. Dan denken ze aan het pluche. Dan denken ze aan hun toekomst. En die is – linksom of rechtsom – altijd met de PvdA.

Een voorbeeldje. Ageeth Telleman (D66) verweet de PvdA arrogantie. In een eerste interview in Het Parool gaf ze aan dat ze graag zou zien dat Amsterdam een periode zonder die rooien geregeerd wordt. Een dappere aanval. Je zou denken dat de andere partijen zouden juichen. Dat ze aan de kant van Telleman gingen staan. Dat ze samen een blok vormden om die almacht van de PvdA te breken. Maar nee. Het bleef ijzig stil. D66 moest niet zo gek doen. Terug in je hok. Het risico dat ze Asscher tegen zich in het harnas kregen, was groot. Liever lafjes afwachten tot hij je ten dans vraagt, dan met een ander dansen.

De VVD regeerde 16 jaar met de PvdA. Tot 2006. Aanvankelijk wilde Asscher dat jaar met zowel GroenLinks als de VVD samenwerken. Maar dat wilde Maarten van Poelgeest (GroenLinks) niet. Hij deed daarmee de deur dicht voor de VVD. Dat was even slikken.

Het was dus even stil. Eric van der Burg maakte weliswaar veel geluid. Maar dat was voor de bühne. Zijn stemgeluid is befaamd. Als hij op een kilometer afstand staat, kun je hem nog horen. Hij is directeur van een bejaardentehuis. ‘En daar klaagt nooit iemand dat ik zo hard praat.’ Hij is nu de liberale lijsttrekker. En geen slechte. Hij staat voor de joviale, de gezellige, de borrelende en de omhelzende VVD. Fris geschoren, jeugdige stekeltjes op zijn hoofd. Kortom: een vrolijk Frans. Maar toch de beste debater in de gemeenteraad.

Tot dusver is de campagne mat. Maar goed. Wat kun je ook? Ze zitten in de mangel tussen de PvdA en populistisch rechts. Want ook Rita Verdonk is een gevaar. Zij kan in Amsterdam zomaar een zeteltje afsnoepen van de liberalen. Recht door zee. Nederlandse vlag erachter. En een ijzeren gezicht. ‘Deze stad heeft orde nodig’ – je ziet het haar zeggen. Als Rita de komende weken in vorm is en zich laat zien als de stalen mevrouw die de Noordzuidlijn dicht gooit, handen weigert en dodelijk is voor Marokkaans tuig, dan zou ze zomaar een bres kunnen slaan in het bolwerk van de linksige hoofdstedelijke liberalen.

Zie daar het dilemma. Lief zijn voor links. Maar toch ook je rechterflank dichthouden. Dat is een ongelijke strijd. Daarom verliest de VVD, tegen de landelijke trend in. Niet veel. Maar toch.



Columns | Overige | 15:21 - 29-01-2010 | Reacties (0) | Lees meer..

 
Flodder en de metro
 

flodder.jpgRed Amsterdam. Het is geen vraag. Het is een bevel, een hartenkreet. Hij echoot in de putten van de Noord-Zuidlijn. En alleen daar. De partij van Nelly Frijda, actrice (die ik eigenlijk alleen als moeder Flodder kan zien) wil die metrolijn dichtplempen, zodat Amsterdam een ramp bespaard blijft.


Vlak voor de verkiezingen zie je vaker van dit soort ‘protestpartijen’. Ze hebben één punt. Hoewel dat een zinnig punt is, blijft het mager. Hoe ze over andere zaken denken, is de grote vraag. Maar er zijn er meer. Ook wat dissidenten uit de PvdA doen mee, onder de naam Tulpen van Amsterdam. Hun strijdpunt is vooral de PvdA.


Maar ook Henkie Bakker doet weer mee. Dat is de zoon van de vader (en de heilige geest). De man van de meubelzaak aan het einde van de Ten Catemarkt die inmiddels failliet is. Tussen 2002 en 2006 zat hij ook al in de Gemeenteraad. Hij bood burgemeester Cohen toen een wc-rol aan, om aan te geven dat hij zijn dunne billen met diens ideeën afveegde. Eigenlijk hadden ze elke vergadering wel iets ludieks. Erg constructief was het zelden, maar toch had het wel iets, die grappen en grollen in plat Amsterdams.


Red Amsterdam zou zomaar vijf zetels kunnen halen, omdat die metro-wind flink in de rug van moeder Flodder blaast. Niet genoeg om dat metrogat te dichten, maar toch te veel om niks te doen. Vraag is dus: wat dan?



Columns | De Echo | 09:45 - 27-01-2010 | Reacties (0) | Lees meer..

 
Wegteren bij Ajax
 
sulejmani.jpgSulejmani speelde bij Heerenveen de sterren van de hemel. Een zeldzame diamant. Bij Ajax lijkt het echter alsof hij dingen niet ziet. Of dat hij ineens met een andere bal voetbalt. Alsof zijn bal vierkant is. Datzelfde geldt voor Wielaert. Bakircioglu. Lindgren. Sinds ze in de ArenA spelen, zwemmen ze. Alsof ze met lood in de schoenen spelen.

Afgelopen zondag werd het 1-1. De titel is verder weg dan ooit. Terwijl ‘het materiaal’ toch toereikend moet zijn voor iets moois. Met Suarez. Met Aisatti. Maar nee. Ajax speelt bij vlagen geweldig. Maar daar blijft het bij. Clubs uit de provincie winnen. AZ vorig jaar. Twente dit jaar. En PSV, volgend jaar.

En daar zit de crux. Het is dat provincialisme dat Ajax ontbeert. Je moet terug naar de boerenkool. Naar de Fiat Panda. Naar ‘doe maar gewoon’ en meer van die tegeltjeswijsheden. Voetbal is namelijk simpel. Eigenlijk. Dat moet je niet ingewikkelder brengen dan het is. En dat gebeurt bij Ajax wel. Alles is groot. Veel goud. Veel felle kleuren. Veel plastic.


Ik heb ooit een rondleiding in de Kuip gekregen, bij een andere provincieclub, Feyenoord. Daar is de reservebank van hardhout. Niet van die luxueuze vliegtuigstoelen, zoals in de ArenA. Nee, een slecht geschilderde plank. Keihard. Je moet er namelijk niet lekker op zitten. Je moet er af willen. Je moet willen spelen. Kijk. Dat kunnen wij van die Rotterdammers leren. Niet verwennen. Prikkelen. Daar gaat het om.


Deze column verscheen eerder in De Echo

Columns | De Echo | 15:09 - 22-01-2010 | Reacties (0) | Lees meer..

 
Trots op Amsterdam
 

rita_2.jpgMannen die diep in de nacht posters plakken. Mannen die op markten en pleinen folders uitdelen. Vrouwen op zeepkisten. Mannen die roepen. Mannen die … Verkiezingen. 3 maart zijn ze en de campagnes zijn nu echt begonnen. De debatten tussen de lijsttrekkers. De slogans. De posters. Je ziet dat ze er zin in hebben, de politici. Ze gaan nu massaal naar jou toe. Of je wil of niet, ze hangen aan je jas, ze schreeuwen in je oren en ze kijken je blijmoedig in de ogen. Geen ontkomen meer aan.


Ze zeggen het ook zelf. ‘We gaan naar de kiezer toe.’ Dat klinkt toch alsof ze zich de afgelopen jaren in het stadhuis hebben verschanst. Ook mooi is: ‘de kiezer is nu aan het woord.’ Met een licht-evangelisch gezicht kijken ze je dan aan.


Één van de weinige die dat wel kan, is Rita Verdonk. Die kan weer andere dingen niet. Maar op straat staan en met een glimlach ‘met de mensen in het land’ praten, dat kan ze. En ze doet mee in Amsterdam. Niet zelf. Nee. Rita stuurt een maatschappelijk werker van het GVB. Dat verzin je niet. Dan ben je niet minder dan briljant. Dan kun je niet alleen praten. Je weet ook wat vertraging is. Je weet wat kankeren is. Een gouden combinatie voor Trots op Amsterdam. Ik voorspel dat deze maatschappelijk werker het ver gaat schoppen.



Columns | De Echo | 14:00 - 20-01-2010 | Reacties (1) | Lees meer..

 
Amsterdammer van het jaar
 
oudkerk1.jpgDe Amsterdammer van het jaar. Lezers van Het Parool kiezen elk jaar ‘een held’. Meestal iemand die goed is voor anderen. Die iedereen begroet. Die – ook na 120 overvallen – het pistool van diens belager kust. Ik heb de lijst bekeken, maar ik word er niet warm van.


Wie mis ik? Ahmed Marcouch. Man van pieken en dalen. Hoog over de bergen liep hij. Hij keek omhoog. Hij zag alleen God nog, zo hoog was zijn ster. En ineens. Zomaar. Op een namiddag in december wordt hij naar beneden gehaald. Door een timmerman. Ahmed Baadoud. Geen hoogvlieger. Wel iemand die vanaf de grond hoog kan schieten.


Marcouch was de man waar alle PvdA’ers mee op de foto wilden. Zijn lieve glimlach. Zijn hand op je schouder. Zijn woorden die warm waren, maar soms ook koud als ijs. Woorden waar je over nadacht. Die prikkelden.


Hij is de enige Amsterdammer die ik zou voordragen. Maar dat is omdat ik van drama houd. Van teleurgestelde gezichten. Van bijtende lippen. Van hangende hoofdjes. Daarom hou ik ook van Robbie Oudkerk. Ook zo’n gevallen ster. Hij weerstond in Amsterdam de Fortuynistische golf. Hij was de held. De gewone goocheme gast. Maar Robbie verneukte zichzelf. Zijn ster kledderde hard op het natte wegdek.


Net als Robbie gaat Ahmed ook een boek schrijven. Hij dreigt met een eigen kieslijst. Maar zal vervolgens met een paar goede boeken achter de geraniums verdwijnen. Helaas.

Columns | De Echo | 16:54 - 06-01-2010 | Reacties (2) | Lees meer..

 
Zwerver
 
boeven.jpgHij ging nergens heen. Hij kwam ook nergens vandaan. Dat was ook het mooie aan zijn leven. Hij was er nu. Hij had ook geen naam. Toch kwam ik hem vaak tegen. Dan groetten we elkaar.


Ooit botste ik keihard tegen hem aan in de Kinkerstraat. Ik rende met een boek van Remco Campert en hij stond ineens voor me - met zijn straatkrant. Het boek viel door de botsing op straat. Hij keek er even naar. En toen naar mij. ‘Campert’, zei hij bewonderend. Ik vroeg of hij hem kende. Hij lachte daarop een cynisch lachje en sloot af met ‘wie niet?’ Toen liep hij door.


De keer daarna glimlachten we. Ik kwam hem tegen bij de Albert Heijn onder het museumplein - daar waar Remco Campert zijn boodschappen doet. Ik kwam hem tegen bij de ArenA. Bij het gesloten Stedelijk Museum. We groetten. Meer ook niet.


De laatste jaren zag ik hem niet meer. Af en toe dacht ik aan hem. Hij was een vriend, vond ik. Eigenlijk had ik met hem willen praten. Gewoon over Ajax. Over Albert Heijn. Over de politiek. Of over Remco Campert. Dat is er nooit van gekomen.


Vorige week zag ik hem ineens. Althans, daar twijfel ik nu over. Hij reed namelijk in een fonkelrode sportwagen. Hij stond stil voor het stoplicht op de Koninginneweg. Ik stond er met mijn fietsje naast. We keken elkaar even aan. Voordat de herkenning was ingedaald, scheurde hij weg.
 

Columns | De Echo | 22:40 - 03-01-2010 | Reacties (1) | Lees meer..

 
Amateur Cohen
 

job_cohen.gif“Wij zijn allemaal amateurs.” De uitspraak is van Job Cohen. Hij zei dit tegen de commissie die hem ondervroeg over de Noord-Zuidlijn. Hij blijft rondspoken, die zin. Elke keer als je langs de Noord-Zuidlijn fietst, hoor je hem opstijgen uit de modderpoelen. Hij staat gekalkt op de scheefhangende woningen naast maison Descartes. Een Duitse arbeider neuriet het. Op het CS fluit de conducteur dit riedeltje op zijn fluit.

 

Hij had het nooit willen zeggen. Denk ik. Job Cohen was vooral de tefal-burgemeester. Alles gleed van hem af. Als hij een misser had, vergat je het snel. Ook als een collega een fout maakte, straalde dat niet op hem af.

 

Toch vrees ik dat deze blijft hangen. “Wij zijn allemaal amateurs.” Hij is ook zo mooi. Je ziet Cohen in een sportbroek en een Ajax-shirt in de ArenA. Je ziet hem zingen in het concertgebouw. Je ziet hem achter één van de laatste ramen op de wallen. De amateur. Hij die dingen doet die hij eigenlijk niet kan.

 

Je kunt vinden wat je vindt, maar Cohen is geen amateur. Raadsvergaderingen leidt hij gedisciplineerd. Een debat wint hij altijd. Zijn rustige stem overtuigt. Zelfs de lege slogan ‘de boel bij mekaar houden’ verhief hij tot poëzie.

 

Maar dan ineens die fout. “wij zijn allemaal amateurs”. Je ziet Geert Wilders lachen (‘jullie wel’). Hoe kan hem zoiets gebeuren? Dit komt niet meer goed. Hier strandt een briljante carrière. Vanwege een woord: amateur



Columns | De Echo | 10:40 - 23-12-2009 | Reacties (1) | Lees meer..

 
Toespraak voor D66
 

Toespraak voor het D-café, het politieke café van D66

 

Ik kreeg de opdracht mee om achteruit te kijken en vooruit te zien. Ik heb hem dus flink in z’n achteruit gezet en kwam uit bij het jaartal nul.

 

d66_wilders.gifVandaag het verhaal van Jozef. U kent hem wel. Hij is de man van Maria. Hij liep jaren terug met een ezel langs Bethlehem. Zijn vrouw was zwanger, maar het was niet van hem. Maria was namelijk onbevlekt. Die was maagd. Dat wist Jozef natuurlij ook wel. Hij had het lieve meisje met geen vinger aangeraakt. En toch was ze zwanger. Maar Jezus, zo ging dat toen. Je was verliefd en liep dus met zo’n meisje mee, all the way naar een afgelegen stal om daar dat kind in een kribbe te leggen.

 

Pas dan hoort hij wie de echte vader is.

God.

De Heer.

U kent hem wel.

 

Die man van hemel en aarde. Die water en aarde ging scheiden. Een groot man. Een man met een missie. Een soort Hans van Mierlo, misschien dat jullie dan beter begrijpen wat een groot man die God eigenlijk was. Maar hij was dus ook een man die toevallige passanten uit Nazareth bezwangert.

 

Terug naar Jozef.

 

Hij is een simpele timmerman. Hij speelt het spelletje mee. Met die onbevlekte ontvangenis. God heeft immers macht. Hij laat engelen zingen. Hij laat een ster aan de hemel verschijnen. En hij laat drie wijze koningen naar de stal komen waar Maria – zonder ruggeprik  - ligt te bevallen. Jozef accepteert het. Sterker nog. Hij denkt dat het voor het goede doel is. En dus gaat hij rustig in die kerststal staan, geeft hij de ezel te eten, telt de schapen en zwaait naar de herders die komen kijken.

 

Maar dan is ook over. Zijn rol is dan uitgespeeld. Maria wordt nog volop vereerd. Maar Jozef doet er niet meer toe. Hij komt niet meer in het verhaal voor. In het boek dat over zijn zoon geschreven is, wordt hij alleen nog in de kantlijn genoemd.

 

Het is deze Jozef, dames en heren, die maakt dat ik PvdA’er ben geworden.

En geen D66’er.

Jozef is namelijk de man die door niemand gezien wordt. Hij is de man die alleen achterblijft in een portiekflat, in een wijk met schotelantennes. Hij is de man die door moet timmeren, tot ver na zijn 65-ste. Hij is de man die de alimentatie betaalt, maar geen kind heeft. Hij is de man die niet eens bij het kruis komt kijken, als zijn zoon daar rondhangt.

 

Jozef.

Mijn man.

 

D66’ers komen op voor Jezus. Voor Johannes. Voor Paulus. Dat zijn immers de kenniswerkers. Dat zijn de mensen van de boeken. Frisse fruitige mensen met designerbrillen. Ze komen niet op voor allochtonen als Jozef, maar wel voor expats als Paulus. Dat was een Romein.

 

Die discipelen wonen ook in de grachtengordels van Jeruzalem. Wereldburgers zijn het, die reizen maken naar Rome en die geloven in één grote wereld, waar alles in het Hebreeuws, maar ook in het Engels staat genoteerd, is het niet Jan.

 

En Jozef?

Daar kijken jullie niet naar om. Jozef is ongetwijfeld zo’n mannetje dat zich druk maakt om zo’n ongewoon geurtje in het trapportaal, zoals jullie huidige profeet Pechtold zei. Jozef is volgens jullie iemand die het niet kan verkroppen dat hij zelf zo’n verloren leventje leidt.

 

Winnaars.

Verliezers.

 

Daar gaat het om. Jullie komen op voor elkaar. Ook voor mij. Voor ons soort mensen. Van die mensen die geen behoefte hebben aan betutteling. Mensen die zelf wel uitmaken of ze naar de hoeren gaan of niet. Mensen die zich druk maken over het behoud van de zelfstandige gymnasia.

 

Jullie komen ook voor mij op. Ik ben één van jullie. Ik ben een D66’er. Een kenniswerker. Één en al beschaving. Goeie baan. Goed inkomen. Lieve vrouw. Lieve kindertjes – die ook nog eens liefdevol opgevoed worden. Voor mijn rijtjeswoning staat een middenklasser. En toch ben ik ontzettend leuk, hip, fris en fruitig. Ik ben wat je noemt een model D66’er.

 

Zucht.

 

Maar wat is daar nou leuk aan? Wat is er nou leuk aan om je over mij te ontfermen? Ik red me wel. Kijk eens naar Jozef. Die zit daar te verpieteren in zijn portiekflatje. De islam gonst om hem heen. Hij wil wel Geert Wilders stemmen, maar dat voelt niet lekker. Hij is toch de vader van Jezus. En Jezus was een PvdA’er.

 

Ja. Wel degelijk. Jezus was zo’n PvdA’er die niet voor zijn eigen vader opkwam. Zo’n man die wildvreemden genas. Die doden weer liet lopen. Die – net als Wouter Bos – de geldwisselaars uit de tempel mept. Dat is het moralistische dat je in elke PvdA’er herkent.

 

Wie de bijbel leest, weet het zeker. Jezus is zo’n drammer van de PvdA die alleen in zijn eigen gelijk gelooft en die zijn eigen volgelingen afsnauwt. Maar ook iemand die zo dom is, dat hij naar Jeruzalem gaat, terwijl hij weet dat hij verraden is. Door Judas, zo’n Alexander Pechtold-achtig mannetje dat alleen maar anderen kan afkraken, maar zelf totaal geen inhoud heeft.

 

Hatseflats.

 

Terug naar Jozef.

Bij ons thuis staat Jozef vooraan in de kerststal. De schapen om hem heen. De herders luisteren naar zijn verhaal. Helemaal achterin de stal staat Maria met de drie wijzen te smoezelen. Ze doet maar. Voor mij is ze uit het zicht.

 

Jozef heeft de toekomst. Hij is de nieuwe Joe the Plumber. Hij is de man waar de nieuwe PvdA – mocht die ooit weer opstaan – voor moet gaan staan. Want dat is het, de PvdA moet niet kijken naar andermans evangelie. Ze moet luisteren naar het doodgewone verhaal van Jozef. Jozef de timmerman.

 

Dan kunnen jullie weer gewoon op het evangelie van Wilders richten

 

Dank u.



Columns | Overige | 22:15 - 20-12-2009 | Reacties (0) | Lees meer..

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 1 - 10 van 135


Weblogs

Laatste tweets

Links

Zoeken

RSS