(Uit de oude doos: van vorig jaar, zes juni, toen de PvdA bij de verkiezingen voor het Europees Parlement gigantisch verloor en ik hooopte dat er iets zou veranderen.) Ik ben onrustig. Het zonnetje is het zonnetje. En ik zit de hele tijd met die verdomde kutpartij in mijn hoofd. Over liefdevolle revoluties. Over opstanden. Over boze brieven. En ik niet alleen. Er wordt volop gebeld en gemaild. Heerlijk. Er staat iets te gebeuren. Iets met ‘verandering, waar we in kunnen geloven.’ De lente kan alleen maar mooier worden. Gelukkig hebben we niet een 'beetje' verloren, maar heel erg. Anders zou er weer niets veranderen.
Column voor De Echo: Femke (achternaam overbodig) zit vaak in het Vondelpark. Aan de rand van de zandbak kijkt ze met haar ene oog naar haar tweeling en met het andere oog naar papieren. Femke is zo’n moderne moeder die werk en zorg combineert. Vrouwen kunnen dat. En nog veel meer. Want Femke twittert ook tegelijkertijd. En eet. En rookt. En schept zand in een emmer. En veegt een snotneus af. Aan haar ogen zie je dat ze ook nog denkt. De resultaten van dat denken zet ze op stukjes papier.
(Uit de oude doos:) Hij gaat terug naar Turkije. Of eigenlijk gaat hij heen. Ibrahim is hier geboren. Hij kent Turkije vooral van vakanties. En nu overweegt hij serieus met zijn hele hebben en houwen naar het land van zijn vader te emigreren.
Uit de oude doos. Van april 2008, website PvdA Amsterdam: Toen ik opperde dat Jezus een homo was, keek mijn oude schoonvader me geïnteresseerd aan. ‘Ga maar na. Jezus was 33 jaar. En hij had geen vrouw. In die tijd bezien was dat vreemd.’
Uit de oude doos. Hier een aantal columns uit een ver verlden. Vandaag de column voor de website van de PvdA Amsterdam van 7 mei 2008. Toen Pim vermoord werd, zat ik in een badkuip met bubbels in een hotel in Madrid. Je bent salonsocialist of je bent het niet. Mijn toenmalige bubbelpartner was van dezelfde partij, dus we namen het voor kennisgeving aan. ‘Geef de champagne nog eens aan.’
Zomer en de leegte. De stilte. Op elke straathoek hoor je het zwijgen. Ik zag gisteren op de Kinkerstraat een vlinder. Hij fladderde vrolijk rond alsof hij in de Biesbosch was. Hij ging zitten op een klaproos en kuste haar uitbundig. Een Marokkaans bontkraagje – ja, ook bij deze warmte had hij zijn uniform aan – beëindigde het schouwspel met het lawaai van zijn scooter.
Dit is een moeilijk moment. Voor ons. Je bent niet dood. Je leeft. En toch. Deze woorden voelen als een vaarwel. Alsof wij aan de kade staan, terwijl jij wegvaart. Weg van ons. Weg van Nederland. We zien de vlag wapperen. We zwaaien. Je wordt kleiner en kleiner tot we je niet meer zien. Weg.
Wat is er toch met de dinosaurussen van de politiek? Nu weer Ed van Thijn die zegt: ‘‘De PvdA heeft een achterban die openstaat voor de verlokkingen van het extreemrechts." Ach, natuurlijk. Daar marcheren de fascisten alweer door de straten. Ook Wallage (nu informateur) zei eerder dat de PvdA ‘de agenda van Wilders’ wil uitvoeren. Het is duidelijk: De PvdA is zwaar nazistisch.
Daar zit je dan. Met een huldiging. Je accepteert het. Je doet je handen open om er andere handen in aan te treffen. Je kijkt. Maar je wilt niet kijken.
Ze zijn nu echt aan het klussen. De Paarsplussers. Cohen draagt spijkers aan. Mark heeft de hamer in handen. En Alexander en Femke dragen het hout aan. Er staat straks echt een huisje. Dat sowieso. Maar of het ook zo’n huisje is als dat ik hoop, is weer een tweede. Want zoals ik ook Bondscoach ben (‘Huntelaar voor Van Persie!’), zo ben ik ook formateur (‘Scheffer op integratie’).
Luis Súarez is de leukste Ajacied, sinds Stefan Pettersen. Dinsdag was hij alleen in de pauze van Nederland - Uruguay vol in beeld, toen hij in het reclameblok een gehoorspecialist bezocht. "Irritante fluiten." En: Súarez zit nooit op de bank." Het is zo slap als Bassie en Adriaan, maar toch. De spot is leuk, omdat Luis leuk is.
Iedereen gaat maar dood. Dat zong Huub van der Lubbe. En telkens als er weer iemand dood gaat, denk ik aan die zin. Dat doe ik, totdat Huub zelf overlijdt - ooit. Gisteren dacht ik aan Huub, omdat Jan Blokker overleed. Weer een stuk uit de krant geknipt. Weer dat gevoel: ik word ouder.
Zijn blik is goed. Zijn das zit goed. Zijn woorden zijn goed. Mark Rutte is ineens ontzettend goed. Volwassen. Sterk. Het spel om de kabinetten speelt hij voortreffelijk. En dat was niet zo lang geleden heel anders, toen hij - volgens Arend Jan Boekestijin - geen ideeën had (‘en dat is eng hoor’).
‘De waarheid is als een pepermuntje, Marcel. In het begin is het fris, maar het verkruimelt. En dan is het weg. Dan heb je alleen de herinnering.’ Robbie zat op het bankje naast me en keek naar de zeeleeuwen. Hij had zijn makkelijke schoenen aan. Hij keek tevreden. We zaten daar om de frisheid te proeven. ‘Ik kan dit ook allemaal tegen een journalist vertellen, maar die slikken zo’n pepermuntje direct door.’
Ik deed de deur van de wc open en de geur van mijn voorganger was bijna tastbaar. Op het moment dat ik met ingehouden adem en gesloten ogen stond te plassen, dacht ik aan Hero Brinkman. Toen ik mijn handen waste en mezelf in de spiegel bekeek, gingen mijn gedachten ineens uit naar Job Cohen. Ik liet vervolgens de warme wind van de föhn over mijn handen glijden. Pas toen voelde ik dat er een stukje in mijn mouw zat. Over Hero. En over Job.
Eberhard is een denker. Hij is ook Amsterdammer. Ook een bestuurder. Ook een man met een frappant kapsel. Natuurlijk. Maar hij is vooral een denker. In vergelijking met Cohen is hij een Spinoza en de vorige burgemeester Jan Smit. Dat klinkt wat al te grof, maar sinds ik Cohen heb ontmoet, zakte er een wereld in. Cohen wíl gewoon niet denken. Hij doet maar wat. Dat geeft wel weer iets vaderlijks. Absoluut. Zo doen vaders dat, die houden hun gezin ook ‘een beetje bij mekaar’, zonder dat ze weten wat ze nou doen.
Martin Sommer schreef in De Volkskrant dat paarsplus nu onnodig is, omdat er geen ‘ethische kwesties’ zijn die opgelost moeten worden. Dat was wel het geval in 1994, bij het maken van Paars 1. Dat ben ik niet met hem eens. Het is wederom wenselijk het CDA een tijdje aan de zijkant te zetten om een seculiere agenda mogelijk te maken.
Deze column gaat over de crèche van mijn kinderen. Ik neem jullie mee naar vroeger. Zet de focus even op zwart wit. Draai oude jazz uit de jaren dertig. En voel een zacht zomerbriesje door je haren wapperen. We gaan terug naar 1935. Een crèche in Haarlem. Pepijn. Het gebouw staat. De leidsters zijn er.
Met Khadija liep ik een keer over de boulevard in Zandvoort. Ineens stond ze stil. Ze zei niks. Maar wees. Verderop stond een groepje bontkraagjes. Van verre had ze een neefje gesignaleerd. Toen gingen we naar Bloemendaal. Maar ook daar keek ze continu om zich heen. Ze zat in een onzichtbare burka gevangen. Uiteindelijk gingen we naar huis en zaten we - zoals altijd - op mijn balkon. Toen pas haalde Khadija weer adem.
Cohen is thee. Eberhard is koffie. (En een borrel. En een sigaret.) Eberhard is wat de PvdA nodig heeft. Een oppepper. Iets stevigs. Iets realistisch. Niet iets waarvan je in slaap valt. Als Eberhard straks de opvolger wordt van Cohen, als partijleider, wil ik wel weer terugkeren bij de partij die - op papier - nog steeds mijn idealen uitdraagt.