Ik mag graag naar Cruijff kijken. Vooral als hij in het nauw zit. Als hij met een leren colbert in een parkeergarage aan de pers uitlegt dat hij geen ‘jassie’ aan hoeft, dat ze naar hem moeten luisteren. En als dat niet lukt, gaat-ie weer. Golfen in Barcelona. Dat ze dat weten. Er is niemand die zo zijn schouders op kan halen als Johan. Frêle schouders, maar ze bewegen minstens twintig centimeter omhoog en omlaag. Zijn ogen spreken continu dat ene woord uit: logisch.
In zijn gevolg zitten klinkende namen. Er zit visie. Passie. Liefde. En toch. In Enschede staat sinds zondag de beker. Enschede? Stad van vuurwerkrampen. Van textielarbeiders. Van bier. Van mannen met tatoeages. Hutspot. Stamppot.
En toch. Kijk op het veld naar Brian Ruiz. Tenger mannetje. Lichtvoetig. Snel. Slim. Het is al vaak gezegd: maar de Cruijff van 2011 speelt in Twente. Dezelfde bewegingen. Dezelfde manier van juichen. Voor zo’n speler ga je naar het stadion.
Als Johan echt iets wil veranderen, sloopt hij alle tierelantijntjes eruit. Geen arrogantie. Nee. Zelf je schoenen poetsen. Geen vliegtuigstoelen meer. Nee, als je reserve bent, zit je op een houten bank. Werken voor je geld. Zal ik iets geks zeggen: ik denk dat Johan Louis van Gaal naar Amsterdam haalt. Wellicht is het ook nodig om Bobby Haarms uit de dood te wekken.
Mijn vader werkte bij de Hoogovens in IJmuiden. Arbeider was hij. Hij maakte staal in een staalfabriek. Aanvankelijk bivakkeerde hij in een pension, omdat hij toen nog in Den Haag woonde en hij niet op z’n brommert heen en weer kon. Hij woonde samen met Spanjaarden, Italianen, Turken en Marokkanen. Arbeider tussen de gastarbeiders. Ik ben later nog eens in dat pension geweest. Om een collega van mijn vader te bezoeken. Pedro. Maar Pedro had helemaal geen zin in het bezoek van zijn collega en zijn zoontje van vijf. Hij moest de bus in. Die stond al te toeteren. Nu pas. 35 jaar later begrijp ik het. Die bus ging naar de hoeren, geregeld door de NVSH.
‘Wij zijn de boeren’, zongen ze. Ze pisten meteen man of zes tegelijk in de gracht. Ze werden door rose drinkendeboot-dertigers uitgefloten. Een bewoner van de Keizersgracht zuchtte vanaf zijnbalkon.
Koninginnedag in Amsterdam. De Amsterdammerontvlucht zijn stad. En een stroom zuipende provincialen neemt het over. Aan devooravond van Koninginnedag zag ik burgemeester Eberhard van der Laan op AT5.Hij ging strenger optreden. Hij was met name geschrokken van het feit dat deambulance vorig jaar 500 keer uitrukte vanwege alcohol. Daarom mochten ‘deboeren’niet meer met een sixpackrondlopen en eindigden de evenementen en taps een uur eerder. Ook deNS-stations waren alcoholvrij verklaard.
‘Het wordt een mooi feest’, zei Van der Laan.Maar dat kwam er weinig overtuigend uit. Hij zuchtte licht en zijn oogopslagwas er een die boekdelen sprak. Hier zat een burgemeester die weinig behoeftehad aan die oranje hordes die zijn stad vol zeken.
In De Volkskrant vroeg een journalist aan Vander Laan: en als u pech heeft, wordt Ajax ook nog kampioen. Ook hier zuchtteVan der Laan. Ook nu zag hij hordes gillende tieners voor zich.
Eigenlijk zijn tegenwoordig alle evenementenmassaal. Dancefeesten, bevrijdingsfeesten, kampioenfeesten.Het gaat allemaal gepaard met doorcrowdcontrolmanagers gestuurde hordes.
Tien jaar geleden zat mijn opa in een verpleegtehuis. Hij had een hersenbloeding gehad. En hij had Alzheimer. Zijn hersens gingen steeds verder terug in de tijd. En dus zag hij overal waren NSB’ers. Out ofthe blue noemde hij namen. 'En die daar ook. Die daar bij de deur zit.' Bij dedeur zat een al even oude man, met een oranje stropdas. Mijn opa is eigenlijknooit bevrijd. Hij is – naar mate hij ouder werd – eigenlijk steeds meer bezetgeraakt door de Duitsers.
Prachtig beeld van de ‘situation room’. Obama. Clinton. Biden. Ze kijken naar de beelden van de executie van Osama Bin Laden. De militairen hebben trots in hun ogen. Biden is stoer. Maar Obama en Clinton kijken verafschuwd. Ja, ook al is het hun ‘public enemy number one’, dan nog hebben ze moeite met bloed. Met wegsijpelend bloed. Clinton houdt zelfs haar hand voor haar mond. Ze zal zelfs een ‘oh, my god’ losgelaten hebben. Obama, in hemdsmouwen, kan zich beheersen. Maar hij heeft ongetwijfeld geslikt. Als hij later publiekelijk verklaart dat 'justice has been done', proeft hij die woorden ook als: dit moet ik zeggen. Ik kan niet anders. Het is als plassen tegen een boom. Je weet dat het niet mag. Maar wat is het alternatief? Een natte broek.
Eerst gekruisigd. Daarna weer opgestaan. Dat deed Jezus. En niemand die het hem nadeed. Ik was vorige week weer op de mooiste begraafplaats van Nederland: Zorgvlied. Een heerlijke rust waaide daar door de bomen. De dood ritselde wat met blaadjes. De zon bescheen de steen die het graf afdekt.
Vorige week was ik even in het hart van de Amsterdamse democratie, de Stopera. Overal belangrijke mensen. Volksvertegenwoordigers. Mensen die Amsterdam een richting opduwen. Althans, dat gevoel hebben ze zelf.
‘De kinderboeven bestaan echt.’ Mijn zoon van vijf duldde geen tegenspraak. Hij wist ook precies hoe ze opereerden. Ze laten je een lief poesje zien. Of ze geven je een snoepje. En dan trekken ze je aan je arm de auto in.
We rookten. In de richting van het oosten bliezen we de rook uit. Het was 1999, in Aleppo, Syrië. Anwar en ik keken naar de Syriërs die de moskee verlieten. Anwar was toen een jaar of dertig. Het was niet zijn echte naam. Die hoefde ik niet te weten. ‘Voor de veiligheid.’ We bespraken zijn land in een raar soort geheimtaaltje. Syrië was Disneyland. De geheime dienst was Mickey Mouse. En Assad – toen nog de vader – was Donald Duck. Dat dat nodig was, bleek later, toen ik voor verhoor bij de politie zat.
Amsterdam en Rotterdam overleggen samen hoe ze om moeten gaan met integratie, lees ik in de Volkskrant. Wethouders, raadsleden en ‘sleutelfiguren’ uit beide steden kwamen afgelopen weekend in een geheime kelder bijeen.
Robbie Oudkerk. De naam uitspreken, leidt al tot heftige reacties. Ik wil het echter hebben over Robbie, als soort. Over de Jan Schaefers. Over de Ien Dalessen. Dat soort Robbies. De politici die de gewone man aanspreken. Ik durf wel te beweren dat sinds Robbie O. aan de schandpaal hangt, onze partij Robbie-loos is. En dat is ernstiger dan je op het eerste gezicht zou denken.
Ze droeg een smetteloos wit jurkje. Met haar witte pumps schopte ze tegen de banden van Mohameds scooter. Ze keek naar haar eigen voet toen ze verzuchtte: het kan niet, Mo.
‘Geen hoop meer voor stadsdelen’, kopte Het Parool vorige week. Dat is iets te boud gesteld. ‘Met het afschaffen van de deelgemeenten verdwijnt enkel het politieke bestuur', zei hij.
Stel. Je bent directeur van een school die best wat extra leerlingen kan gebruiken. En je weet: In Amsterdam is net een school (ICA) opgeheven. Dan ga je je hengel pakken. Dan moet je vissen. Logisch. Ook als school moet je voor groei zorgen.
Kom je aan God, dan kom je aan mensen. Het opiniestuk over God op je belastingformulier heeft beroering gebracht. In De Volkskrant verschenen brieven, en Dirk-Jan Nijsink schreef een opiniestuk waarin hij betoogde dat het geloof meer is dan zomaar een mening. Volgens deze jonge SGP’er is het geloof in God geen mening maar een ‘transcendente werkelijkheid’.
Het was jaren geleden. Ik lag op de bank met mijn – toen hoofddoekloze- moslima. Ik gleed met mijn handen door heur haar. We keken naar een idiote vechtfilm, waar ik me weinig van herinner. Ik keek vooral naar mijn handen. Ik keek naar haar zwarte haar. En ik dacht aan Allah. En ik vroeg me zelfs af: wie zit ik eigenlijk lief te hebben?
Ik zit dit te schrijven in een vakantiehuisje in Egmond. Een paar dagen ondergedoken. Om een boek te schrijven. En nu geef ik mezelf een uurtje vrijaf om dit te schrijven. Het voelt als voetballen, na zonsondergang. Het is de dag van de Provinciale Statenverkiezingen, als er spanning in Nederland hangt. Electorale spanning. Ik ken mensen die gekozen gaan worden.
Zij had een grote roze jurk aan. Hij een krokodillenpak. Ze kwamen van een carnavalsfeest. Ze zaten op het achterste bankje van de tram. Het was twaalf uur. Ze zoenden als godsvruchtige mensen. Totdat de krokodil op zijn knieën voor de roze mevrouw ging zitten en haar slappe handje pakte. Zij kirde dat hij dat niet moest doen. ‘We zitten in de tram, Pat.’
Na de verkiezingen voor de provinciale staten is er één partij die de échte winnaar genoemd mag worden: de SGP. Met de liefdesverklaring van Mark Rutte op zak kunnen de mannenbroeders ongekend veel macht naar zich toetrekken. Er breken mogelijk gouden tijden aan voor Nederlandse gelovigen, zolang ze natuurlijk christen zijn. En dat terwijl gelovigen in Nederland nu al in veel gevallen worden voorgetrokken.