Julian Assange. Alleen die naam al. Ge-wel-dig. Hij is de voorman van Wikileaks. Hij was de meest gezochte ‘crimineel’ die er is, omdat hij ‘Amerika in verlegenheid’ bracht met het ‘lekken’ van diplomatieke post. Sarah Palin wil hem ‘opjagen’. ‘Net als Osama Bin Laden’, zegt ze er dreigend achteraan. Als je haar reallive soap hebt gezien, weet je hoe ze dat wil doen. Met een ouderwets geweer, waarmee je beren kunt schieten. Mike Buchanan, naar verluidt ook een presidentskandidaat, weet waar dat jagen toe moet leiden: hij moet vermoord worden. Hatseflats. Geen halve maatregelen.
De laatste tijd kom ik geregeld in de OBA, de grote bibliotheek van Amsterdam vlakbij het station. Boeken. Boeken. Boeken. Alleen de geur al. Heerlijk. Al die kennis. En al die mensen die dat tot zich nemen. Laatst liep ik achter twee moslima’s die op zoek waren naar Jan Wolkers. De één praatte luidkeels: ‘Ik heb Wolkers vorig jaar ontdekt. Geweldig.’ Haar armen maakten groteske gebaren. De ander zweeg en keek naar de treden van de roltrap.
Ik hou van spoorrails die nergens toe leiden. Ik hou van tankstations langs de snelweg. Ik hou van koude perrons met verregende oudere dames. Ik hou misschien wel van de treurigheid. Van het alledaagse. Van dikke vrouwen die door plassen stampen. Van bakvissen die hun pearcings in hun navel laten zien.
De PvdA wilde wat meer reuring, wat meer deining. Wellicht weer een kritische column op de website. Hoewel ik zelden kritiek lever op mijn partij, wilde ik dit keer wel op de uitnodiging ingaan. "De PvdA moet duidelijk zijn. Denk ik. Pakt ze de frêle hand van Femke om een erotische tango te dansen of danst ze de klompendans met Roemer?"
Ze moest het zelf maar proberen, dat kussen. Oefenen. Op de muis van haar hand. Beetje zuigen. Beetje likken. 'Not with your teeth.' Die zijn dodelijk voor een goede kus. Twee meisjes, zo Amerikaans als maar zijn kan, in de trein van gisteren. Ik schat ze op een jaar of zestien, zeventien. En ze denken dat ik er niks van versta. 'Do they speak english here?' Het andere meisje denkt te weten dat we Duits spreken.
Sinterklaas is een naar mannetje. Eigenlijk. Je zou hem eigenlijk helemaal niet in je huis moeten toelaten. Toen ik me in de poëzie van de goedheiligman verdiepte, kwam ik tot die conclusie. Als je de liedjes beluistert, hoor je een slavendrijver, een martelaar (met een roe), een kinderlokker en een gijzelnemer (in de zak). Hij lijkt dus een ‘goedheiligman’, maar is eigenlijk een crimineel op een stoomboot.
Hij speelt mooi. Het is maandagochtend en Urzais zit op de plek waar hij altijd zit, bij de uitgang van de Albert Heijn. Voor hem staat een kartonnen doos waar wat muntjes in liggen. Uit zijn klarinet komt pure blues. Elke toon bibbert een beetje. Ook zijn lichaam bibbert, maar dat zie je niet, want Urzais heeft een soort Boerka aan om hem warm te houden.
Of hij Urzais heet, weet ik niet eens. Het maakt ook niet uit. We kennen elkaar. Hij toetert. Ik geef geld. En we knikken elkaar vriendelijke blikken toe, meer niet.
(uit de oude doos)Vrijheid van meningsuiting heeft een grens: oproepen tot geweld. Beledigen en kwetsen moet kunnen.
Uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting heeft als een doel: meer vrijheid voor iedereen. Vrijheid van meningsuiting heeft een grens. Natuurlijk. Maar die grens moet verder liggen dan dat hij nu ligt. Alleen als er opgeroepen wordt tot geweld moet worden ingegrepen. En niet, zoals nu het geval, bij beledigen en kwetsen.
(Uit de oude doos) Het is Valentijnsdag. Ayaan staat er verlegen bij. De Fransen willen haar hebben. Maar zij wil niet. Nog niet. Ze straalt wanhoop uit en kijkt – zoals alleen Ayaan dat kan – een beetje verlegen van onder haar wimpers vandaan. ‘Ik voel me Nederlands.’ Weer kijkt ze de camera in.
‘Zo kan het niet langer, Ard’, zei een vrouwenstem.
‘Nee, dit is inderdaad belachelijk’, zei de man.
Daar zaten ze. Sinterklaas, alias Ard. En een vrouw in een Zwarte Pietenpak. De mijter lag tussen hen in op het bankje. Sinterklaas zat voorover gebogen, met zijn handen in zijn haar. Zwarte Piet zat te frummelen aan haar veer en keek de man van de mijter verontschuldigend aan.
Het spel is op de wagen. Femke heeft het er officieel opgezet, toen ze haar twintigjarige partij toesprak. De links-progressieve samenwerking van GroenLinks, D66 en PvdA. Maar ook: ‘De opgave voor progressieve partijen is samen het aantal zetels vermeerderen door ook gematigde VVD’ers en CDA’ers en zwevende en jonge kiezers te verleiden.’ Ik heb Femke inmiddels gesuggereerd: alle partijen opheffen en dan opnieuw beginnen, met nieuwe mensen en een nieuw gezamenlijk verhaal.
(Echo) Subsidie is een raar woord. Vroeger was het een mooi woord. Je ondersteunde iets moois. Iets kostbaars. Nu is het besmet, alsof alle subsidievreters linkse hobbyisten zijn die nergens goed voor zijn.
(Uit de oude doos, maar weer actueel) Er is bijna niemand die zo vrolijk met een kinderzitje kan fietsen als Lodewijk Asscher. Wapperende panden van zijn jasje. Licht briesje door de achterover gekamde haren. Maar vooral die benen die zich spreiden, omdat er een kinderzitje tussen zit. Prachtig.
Zaterdag stond er een mooi interview met Lodewijk Asscher in De Volkskrant. De enige kanttekening die ik kan maken, is dat hij – compleet onnodig - Geert Wilders drie keer noemt. De interviewer – Coen Verbraak – vroeg er ook de hele tijd naar. Geert is kennelijk het ijkpunt. Een vraag zonder Geert is geen vraag. Een leven zonder Geert is een leeg leven.
Robbie. Ik mag de naam graag even laten vallen in een gesprek. Dan leg ik hem ineens achteloos op tafel. Groot politicus. Groot schrijver. Groot oeuvre. Vaak steken mensen hun tong uit, gatver. Of fronsen hun voorhoofd. Hoezo Robbie? Laatst zei een meisje het mooi: ‘Ik zie een emmer slavinken voor me waarop iemand tomatenketchup giet.’
Nog één keer Harry. Na een maand van Harry-mania moet hij maar echt dood zijn. Samen met Harry is ook de Tweede Wereldoorlog voorbij. En de literatuur. En de filosofie. En het Leidse Plein. Met name het Americain zou ritueel opgeblazen moeten worden. Dan kunnen we alle boeken van Harry netjes in de boekenkast zetten en gaan we voort met onze levens.
16 miljoen bondscoaches. Nee, dominees. Of schreeuwers. Als je de afgelopen dagen de televisie volgde, zie je een arm volk. Pedofielen, straatterroristen, fascisten. Alles kwam voorbij. Vanavond schaar ik mij officieel bij het rijtje roeptoeters. In de zeventiende eeuw vonden de Spanjaarden al dat wij botte mensen waren. Ik zal mij vanavond op de radio een goede Nederlander tonen.
Ze zaten naast de fontein op het Leidseplein toen Harry Mulisch voorbijkwam. Het meisje met de hoofddoek en de jongen met de bontkraag. Harry droeg een bruin colbertje en een rode choker. Hij was mager. Toch liep er iemand. Het was de wind die even opstak. De zon die extra zonnestralen op dat magere lichaam liet vallen.
Dit wordt alweer een zeikcolumn. Het spijt me. Ik ben opgewekt van aard. Echt waar. Maar als Ed Wagemaker [hoofdredacteur van De Provinciaal] me vraagt of ik weer een column aan wil leveren, schieten twee onderwerpen door mijn hoofd: De provincie. De PvdA. (…) Dan gebeurt er een tijdje niks (bij wijze van spreken sabbel ik even aan mijn pijpje) en dan kom ik tot de conclusie dat het woord ‘afschaffen’ weer voor in mijn mond ligt.
Hij had moeite om ‘geschikte’ kandidaten te vinden. Dat zei Geert. Door intimidatie en bedreigingen zouden veel aspirant politici voor de PVV afhaken. Dat is inderdaad niet makkelijk. Wat restte, waren gelukzoekers. Die zijn er genoeg. Dat blijkt nu weer met Eric Lucassen, die een verleden van intimidatie, grofheden en bedreigingen achter de rug heeft. Daar kwam - sinds gisteren - ook nog ‘ontucht’ bij. De zoveelste PVV’er die door de mand valt.