Vorige week presenteerde Ahmed Marcouch zijn boek. ‘Mijn Hollandse Droom’. Een prachtig boek. Het is een biografie. Dat klinkt wat vroeg voor een 41-jarige, maar toch heeft Marcouch nu al een bewogen leven achter de rug. Hij kwam hier als analfabeet, islamiseerde, radicaliseerde, werd politieagent, moskeebestuurder en uiteindelijk politicus. Een kronkelend pad, vol obstakels.
Van die hele kraakdiscussie word ik hartstikke rechts. Ik krijg ook van die vlekken in mijn nek als ik zo’n kraker op televisie hoor vertellen dat niet kraken het probleem is, maar leegstand. Nu het Hof die hele kraakwet weer op losse schroeven zette, denken ze ook de overwinning te hebben binnengesleept.
Eerder mocht ik op deze website twee halve verhalen publiceren uit het boek van Eddy Terstall. Nu hebben we de eer om het hele verhaal over de linkse neus van Pinochio te vertellen. Het boek Ik loop of ik vlieg is inmiddels een 'onverbiddelijke bestseller'. Wilt u nog een exemplaar hebben, dan moet u snel zijn. Via bol.com kunt u de laatste exemplaren bestellen
Gisteren stonden drie PvdA’ers naast elkaar. Wouter Bos. Job Cohen. Ahmed Marcouch. Die laatste had een boek geschreven en ging het aan de andere twee overhandigen. Alle drie verlossers. Maar dit verhaal gaat vooral over de terugkeer van Wouter. Over het verlossen van verlossers. (De foto is van Martin Cleaver - de liefdevolle vrind van een meisje van Halal)
‘Dan neem je maar een krantenwijk’, zei mijn vader als ik weer mijn hand ophield en met van die sneue hondenogen voor hem stond. De krantenwijk stond bij ons voor ‘snel geld verdienen’.
Zo niet Eddy Terstall. Die is –ondanks vele filmsuccessen- verschrikkelijk arm. Daar moest een oplossing voor komen. En snel. Een krantenwijk? Achter de bar van zijn stamcafé? Niks van dat alles. Eddy ging een boek schrijven.
We stonden allemaal te juichen. In 2008. Plato had gewonnen. De zwarte redenaar. Hij sprak de taal van de verzoening. Geen gehakketak tussen Democraten en Republikeinen. Nee. Obama wilde er zijn voor ‘all Americans’. Het was een hype. Iedereen wilde erbij zijn. Iedereen liep achter hem aan. Nu wordt hij weggezet als ‘socialistische moslim’ door een stel theedrinkende idioten. Het volk trekt onze helden van hun sokkel. Overal ter wereld.
Harry was links. Harry ging naar Cuba. Harry had namelijk engagement. Dat vond ik. Destijds. God, ik was achttien en voelde mij een weg door het leven. Je moest keuzes maken. Koos ik voor een katholiek, een haatzaaier of een communist? De grote drie. Daar kon je je een slag in de rondte mee discussiëren. Misschien dat ik daarom Remco Campert koos.
‘Politicus is een raar beroep.’ Dat zegt Job vaak tegen zijn vrouw als ze – allebei in PvdA-pyjama – bij het ochtendgloren hun sinaasappeltje pellen. De ene keer ben je het mannetje. Dan ben je de premier. Dan ben je de leider. Want dan houden ze van je. Het volgende moment ben je onderwerp van publieke spot. Het merk Cohen wekt bij velen vooral medelijden. Kan dat nog veranderen?
Ik ben een Eberharder. (ik ben ook Femkenist, maar dat terzijde). Ik hou van zijn hoofd. Van zijn stem. Maar vooral van zijn woorden. Die dansen zo je hart in. Maar toch. Besturen is een soort tango. Dat moet je samen doen. Eberhard kan niet in zijn eentje dansen. Dus danst hij met Maarten van Poelgeest. Dat is hard tegen zacht. Dat is recht tegen krom. Of hij danst met André van Es, de prachtige grijze mevrouw in het college.
Zaterdag in de stromende regen tegen Het Parool gevoetbald. Over de uitslag wordt verder niet gecommuniceerd. Ik neem aan dat de krant ook die discretie in acht neemt. Wat wel noemenswaardig was, was een kort gesprekje met Eberhard - die de symobolische aftrap mocht doen. Ik kan wel zeggen: Eberhard in een notendop.
Elke discussie rond de Vrijheid van Meningsuiting is nuttig. Dat dacht ik altijd. Hoe meer woorden, hoe meer duidelijkheid. Ooit pleitte ik – samen met Mark Rutte, Eddy Terstall en Job van Amerongen – voor een uitbreiding van die vrijheid. Omdat we geloven dat we alleen door veel woorden (die best mogen botsen) ontwikkelen, ontplooien, volwassen worden. ‘Daar wordt Nederland sterker van.’ Daarom keek ik reikhalzend uit naar de rechtszaak tegen Geert Wilders. Nu kon het debat goed beginnen.
Gisteren heb ik haar nog even geaaid. We hebben wat gesproken. We haalden herinneringen op. Ik zei nog dat het niet zo zou moeten zijn. Dat soort laffe uitspraken. ‘Verdomme.’ We hadden plezier, samen. Nu gaat ze weg.
(Echo) De NoordZuidlijn? Leeft die nog? Of is die boor inmiddels – zonder dat wij het weten – het hoekje omgegaan? Zou wat zijn, dat die boor zijn eigen gang gaat. Dat hij zigzaggend onder Amsterdam doorgaat als een bezopen mol. Gisteren was op AT5 te zien dat hij ergens bij De Dam rondhangt. Maar zijn daar ook bewijzen voor.
Zaterdag lag hij op de mat, de Rood, het ledenblad van de PvdA. Met een mooi interview met Jelle Menges, al zeg ik het zelf. Jelle woont in een voor studenten ingerichte container in de haven van Amsterdam. De regen slaat hard tegen de ruiten, het stormt. Goed weer voor een goed gesprek met de nieuwe voorzitter van de Jonge Socialisten, Jelle Menges. Een gesprek over oud-links. Over idealen. Over de PvdA. En de rol van de JS daarin. ‘Die integratienotitie is één van de belangrijkste documenten die er zijn.’
Ik heb veel met Femke (mijn vrouw heeft zelfs een paars jurkje in de kast – speciaal voor haar, mocht dat Paarsplusse kabinet er toch nog komen). Afshin Ellian vind ik een wijze man (hoewel hij af en toe rare sprongen maakt in zijn Elsevier column). Als Femke en Afshin ruzie maken, heb ik dus een probleem. Dan wil ik niet oordelen. Dan wil ik er tussen in zitten en ze bij mekaar brengen. Jongens, toch. Niet vechten. Maar dat pakte niet goed uit. Femke werd boos.
Afshin Ellian en Femke Halsema hebben ruzie om Ayaan. Het komt over als kinnesinne, als klein zeer. ‘Jij mag niet haar vriendje zijn’, zoiets. Maar als het om Ayaan gaat, lijkt alles dramatischer. Alles lijkt groter. Het draait dit keer om de film ‘De Leugen’ van Robert Oey, de man van Femke, over het denaturalisatieproces van Ayaan, door Rita Verdonk.
(Vandaag verschenen op www.deleunstoel.nl). Hij was de zoon van Rutger Hauer. Antonie Kamerling. Dat zeiden ze toen. Ik heb het over zijn filmdebuut, De Kleine Blonde Dood. Antonie had dezelfde flair. Dezelfde tragische schoonheid. Rutger in Turks Fruit was mooier. Zeker. Die hele film was veel mooier. Ook de schrijver – waarop de film gebaseerd is – was veel mooier.
Ze liepen hand in hand. Zoals Maria en Jozef ooit gelopen hadden. Geen ezeltje, maar wel een oude damesfiets hadden ze bij zich. Twee studenten langs de Prinsengracht. Geweldig. Hij droeg een colbert met een embleem. Zij een roze jurk. Het was acht uur ’s ochtends, maar ze gingen duidelijk niet naar college. Waarschijnlijk gingen ze naar bed.
(Feuilleton) Khadija vond Femke helemaal niks. Haar mond moest het ontgelden. Heur haar was of te kort of te lang. Vrouwen kunnen vreselijk onaardig zijn tegen elkaar. Khadija was daarin geen uitzondering. Maar soms ging het ook om de inhoud: Femke roept wel, maar ze emancipeert niemand. ‘Ze zorgt vooral dat alle mannen in mijn omgeving behaagd worden.’ Dat was een jaar of zeven terug.
Het enige lichtpuntje in het binnenkort te presenteren Telegraafkabinet is Melanie Schultz van Haegen. Ze glunderde geweldig (in die zin zou het een vriendin van Lodewijk Asscher kunnen zijn, het glundermannetje) toen ze vertelde dat ze ‘de mobiliteit’ ging doen. Naast al die bejaarden, is de prachtige Melanie een oase (met palmen en een watertje om te drinken).