Ze liepen hand in hand. Zoals Maria en Jozef ooit gelopen hadden. Geen ezeltje, maar wel een oude damesfiets hadden ze bij zich. Twee studenten langs de Prinsengracht. Geweldig. Hij droeg een colbert met een embleem. Zij een roze jurk. Het was acht uur ’s ochtends, maar ze gingen duidelijk niet naar college. Waarschijnlijk gingen ze naar bed.
(Feuilleton) Khadija vond Femke helemaal niks. Haar mond moest het ontgelden. Heur haar was of te kort of te lang. Vrouwen kunnen vreselijk onaardig zijn tegen elkaar. Khadija was daarin geen uitzondering. Maar soms ging het ook om de inhoud: Femke roept wel, maar ze emancipeert niemand. ‘Ze zorgt vooral dat alle mannen in mijn omgeving behaagd worden.’ Dat was een jaar of zeven terug.
Het enige lichtpuntje in het binnenkort te presenteren Telegraafkabinet is Melanie Schultz van Haegen. Ze glunderde geweldig (in die zin zou het een vriendin van Lodewijk Asscher kunnen zijn, het glundermannetje) toen ze vertelde dat ze ‘de mobiliteit’ ging doen. Naast al die bejaarden, is de prachtige Melanie een oase (met palmen en een watertje om te drinken).
Toen Job Cohen het overnam van Wouter Bos was ik niet alleen teleurgesteld over de koers van de partij. Het voelde ook niet goed dat een babyboomer het overnam van iemand van mijn generatie. Dat zie je nu ook met dit Telegraaf-kabinet (zoals René Cuperus het noemt in de Volkskrant). Dieptepunt is Donner op Binnenlandse Zaken. De jaren vijftig zijn nu toch wel een keer voorbij?
Gisteren was de eerste dag van de rest van mijn leven. Dat denderde de hele dag door me heen. Ik heb geschuurd en geschilderd in mijn nieuwe kantoor en, inderdaad, het voelde alsof ik het nieuwe leven – met de verf – in mijn longen zoog. Heerlijk. Bureau Duyvestijn is geboren en ik ben (opnieuw) de vader.
Kraken heeft iets geks. Vroeger was het gaaf. Hip. Inspirerend. Ik ben in kraakpanden geweest waar een sfeer van vrijheid, van feest en liefde hing. Krakers verzetten zich tegen de leegstand. Krakers hadden idealen. Mooie idealen.
De haat tegen links zit diep. Het lijkt een soort afrekening. Je ziet het overal. Geert is niet zozeer blij voor z’n eigen partij. Zijn belangrijkste doel is dat die ‘vreselijke’ Cohen niet regeert. Eindelijk kunnen ze die linkshandigen in de hoek zetten. En logisch: Het zijn geen barstjes in het linkse ongelijk. Het zijn gaten waar Hansje Brinker geen vingers meer voor heeft. Tel daarbij de betweterigheid op en je snapt de rancune van rechts.
Maandag wordt zijn boek gepresenteerd. Maar op deze site alvast een voorproefje van Ik loop of ik vlieg. Het is het verhaal dat Eddy Terstall optekende naar aanleiding van een gesprek met Ernst Hirsch Ballin, over Godslastering. Het is een gedeelte van het verhaal, het middenstuk. Wie het in zijn geheel wil lezen, zal naar de boekenwinkel moeten. Eddy is inmiddels straatarm, want hij mag geen films meer maken. Dus als u iets wilt doen aan de armoede, in deze - voor linkse hobbyisten ingewikkelde tijd, steun hem dan en koop het boek.
Ik zal het maar toegeven. Ik ben gek op Geert. Zijn films. Zijn boeken. Zijn toespraken. Zijn hele leven is in feite een prachtig monument. Het mooiste van het werk van Geert, zijn de momenten vlak voordat hij in actie komt. Vergelijk het met iemand die op de trommel slaat. Je ziet de arm met de trommelstok omhoog gaan, je ziet het machtige lichaam trillen. (...) Je hoort de stilte. En dan...
Het volgende kabinet wordt een Amsterdams verhaal. Ik zal u uitleggen hoe dat zit. Ik ben namelijk betrokken bij een ingewikkeld spel. Dat is een gegoochel met namen, rugnummers en portefeuilles. Maar het komt er op neer dat Wouter Bos terugkomt met een grote coalitie gelijkgestemden. De kern komt uit de hoofdstad.
Het grote vingeraflikken kan beginnen. Er is een regeer-, gedoog- en herenakkoord. Binnenkort staan CDA en VVD ministers naast de keunigin, zal Geert zijn duim opsteken op het grasveld vóór het paleis en roepen de mannenbroeders van de SGP vanuit de rododendrons dat ze de regering steunen. En de keunigin maar weemoedig lachen.
‘Ik ben een neger met een hele lange lul.’ De vrouw die dat zei was lelieblank. Ze liep met twee Albert Heijntassen vlakbij het Lieverdje op ’t Spui. De zin bleef door mijn hoofd spoken. Haar gezicht hing rond in mijn hersens als een hangjongere.
Het is piratentijd. Mijn zoon loopt met een afgescheurde spijkerbroek, een lap over zijn oog en een hoed met een doodskop erop. Met zijn zwaard gaat hij mij ‘dóóóód maken!’. Hatseflats. De jeugd groeit op voor galg en rad. Dat is duidelijk. En dat begint al op vierjarige leeftijd. Boeven. Ridders. Draken. De criminaliteit wordt er al vroeg ingespoten.
‘Loop jij Wilders maar achter z’n reet aan’, kreeg ik ooit te horen van een bekende babyboomer uit de partij. Zo zijn de omgangsvormen bij sommige oud-linkse leden. Iemand als Marcel van Dam duidt Jeroen Dijsselbloem consequent aan als ‘De Wilders van de PvdA'. Maar er zijn er meer.
Ahmed Marcouch is uit ‘Amsterdam’ vertrokken. Hij wilde graag een zetel in de Gemeenteraad van Amsterdam combineren met die van de Tweede Kamer. Maar dat vond zijn partij niet goed. De PvdA vindt dat je niet dé Amsterdammer én de rest van Nederland kan vertegenwoordigen. Raar eigenlijk.
Laat dat ‘Kabinet Wilders’ er nou maar komen! Ik gooi mijn armen in de lucht! Ik geef me over. Mark wil graag met Maxime. En nog graager met Geert. Dan moet-ie het zelf weten. En toch denk ik met weemoed aan een uitspraak van Wouter Bos: Tussen Mark, Femke en mij zit weinig licht. Das war einmal.
Soms denk je: die hele Terry Jones bestaat niet. Het vervelendst van al die islam-provocaties is dat ze zo voorspelbaar zijn. Dreigen met een boekverbranding. Dan woedende baarden met tulbanden in beeld. Dan oproepen van ‘hoog geplaatsten’- zelfs Obama bemoeide zich er mee. En dan ssst. Dan niks. Dan gaan we weer verder. Op naar de volgende actie.
‘Remco Campert. Eigenlijk nooit iets van gelezen.’
Ok. Ze was jong. Ze was mooi.
En toch. Dat was geen excuus om Remco Campert nooit gelezen te hebben. Eens in je leven moet je Remco Campert geconsumeerd hebben. Dat is het woord: Consumeren. Je hebt schrijvers die je leest. Sommige schrijvers moet je zelfs bestuderen om ze te begrijpen. En sommige schrijvers kun je gewoon tot je nemen – als een linksdraaiende yoghurt met aardbeien, die je naar binnenzuigt.
Ik droomde dat Jan Peter Balkenende in Amsterdam ging wonen. In zijn eentje. Bianca bleef achter in Capelle. Hij had een etage gehuurd in de Reguliersdwarsstraat. ‘Ik wil het leven opzuigen’, zei hij. Op een groene mountainbike fietste hij uit beeld. ‘Emsterdem, Hier ei kum!’ brulde hij met een vinger in de lucht.
Het is stil. Er vallen wat blaadjes. Het regent. Maar voor de rest is het rondom de PvdA doodstil. Ik wil niet voor de zoveelste keer de zeikerd uithangen, maar er is helemaal geen reden om glimlachend voor je uit te kijken. Integendeel. Het is nu een tijd om jezelf opnieuw uit te vinden. Ikzelf zou zeggen: opheffen en met iets beters komen. Maar goed, ik ben de beroeps zeikerd.