Piet Huyg. Hij liep rond met een doos Nike schoenen en vroeg aan een jongen van een jaar of dertien: 42 was het toch? In zijn eigen zaak: Huyg Sport. Nog steeds gaat er een trilling door me heen. Piet Huyg. U heeft geen idee wie dat is. Logisch. Hij voetbalde in HFC Haarlem in de jaren zeventig en tachtig. Mijn oma woonde bij hem in de buurt en op een zaterdag heb ik toen een handtekening van meneer Huyg gekregen. Dat was mijn eerste ontmoeting met een bekende Nederlander.
Vandaag geen stemverheffing. De verkoudheid is op mijn stem geslagen. Dus als ik als iets met nadruk wil zeggen, slaat mijn stem om, zoals een zeilbootje bij een eerste zuchtje wind. En weer denk ik aan de PvdA. De PvdA is als een verkoude vrouw, die de stem niet meer kan verheffen. Onhoorbaar snottert zij voort.
Ze zaten op een bankje naar de trein te kijken. Acht uur ‘s morgens. Twee jongens, pubers. Stoned als een garnaal; ‘Je zal maar met de trein moeten.’ ‘Je zal maar moeten werken.’ ‘Je zal maar Jan Smit zijn.’ En bij elke zin lagen ze drie keer in een deuk. Ze hadden de hele nacht geblowd en gingen nu kijken in theater ‘de realiteit’.
Hij liep – hoewel je het ook als schuifelen af kon doen. Met een Albert Heijntas. Daar waar ik hem vaker gezien had. Op het Museumplein - onder het Ezelsoor. Remco Campert. Oudere man. Ik wilde nog iets zeggen over de plotselinge dood van Fritzie. Maar ik zei niets. We stonden een tijdje in hetzelfde gangpad – dat van de kattenbrokken. Aangezien ik geen kat heb, had ik daar niets te zoeken. Maar dat wist hij niet.
Zaterdag ging Pechtold ons zeggen wat hij ging doen. Hij ging inhoud brengen. Eindelijk. Dat beloofde hij in een interview in NRC Handelsblad. Hatseflats. Nou zullen we het krijgen. Maar ook na drie pagina’s kwam er alleen uit dat dit kabinet uit een stel angsthazen bestond en dat hij – als enige – Wilders heeft aangepakt. Sjapo, Alexander. Je bent door naar de volgende ronde. Met je schitterende inhoud.
Gisteren kwam Wouter Bos langs op het partijbureau. Zonder stropdas. Hij ging het pand heropenen. En sprak dus gloeiende woorden. Hoe hij zijn Barbara ontmoette – op het politbureau. "Ik zie haar nog zo aankomen. Daar liep ze. Dat was in 1999." Hij sloot even zijn ogen en liet een stilte vallen. Je zag aan zijn houding dat hij die film van de gelukzalige ontmoeting weer even in zijn hoofd afdraaide. "En nu hebben we ons derde kindje." Altijd mooi hoe vaders trots kunnen zijn.
Marokkanen. Die bevrijden zich. Die gooien het juk van de religieuze en culturele onderdrukking van zich af. Dat blijkt uit het boek ‘opstand der gematigden’ van Annieke Kranenberg en Jannie Groen. En ja, ook zaterdag weer een prachtig stuk van Nora Kasrioui (PvdA-bestuurder) die de orthodox gelovigen opriep van ‘haar vagina af te blijven.’ Kortom de seculiere Marokkanen zijn aan hun lange mars begonnen. En wij zijn daar – als liefdevollen – blij om. Zoals ik al eens eerder zei: “Die mensen. Daar doen we het voor.”
Mijn zoon kon niet fietsen. Hij remde elke keer. Hij wist het rondje met de trappers niet af te maken. Maar gisteren was het zover. Hij fietste. In één keer. Hij keek erbij alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ik keek ernaar alsof ik zojuist de Amstel Goldrace won. Mijn armen hingen in de lucht. En ik schreeuwde tot God, Allah en Joop den Uyl dat het een lieve lust was. God, wat kan een mens trots zijn.
Hè, gezellig weer. Een columnistenoorlog. Bij Het Parool gillen de columnisten weer als keukenmeiden. Theodor Holman vindt dat moslim-neven en nichten rustig fukkie fukkie mogen doen, zodat hun soort daardoor zwakker wordt. Dit gaat ver. Te ver, naar mijn idee. Maar Prem Radhakishun gaat nog verder. Die vindt weer dat Holman (en ook Max Pam) racistisch is en een vieze, vuile teringlijer. Wat een niveau. God, wat mis ik Martin Bril op zulke momenten
Het verschil tussen Fortuynisten en Wilderianen stond vandaag in de krant. Fortuynisten – voor zover ze nog bestaan – staan open voor dingen en nodigen hun eigen burgemeester uit – Ahmed Aboutaleb. Die sprak gewoon mooie woorden – zoals alleen hij dat kan. Op de sterfdag van Pim Fortuyn.
Al een maand denk ik aan de term ‘nieuwe PvdA’. Nieuw elan. Nieuwe mensen. Oude en nieuwe ideeën. De sociaaldemocratie zoals die bedoeld is. Ik praat daar ook met steeds meer mensen over. Vandaag schreef ik een brief aan een liefdevolle – die nog niet weet dat hij ook een liefdevolle is - waarin ik de PvdA vergeleek met kleren in een klerenkast op zolder. Ze zijn tijdloos en toch mateloos modieus. Maar niemand wil ze aan de man brengen.
De WC is open. Of dicht. Het cordon sanitaire rondom Geert Wilders is nieuws, nowadays. Vandaag was het VVD-voorzitter en bariton Ivo Opstelten die samenwerking niet uitsluit. Eerder was het CDA voorzitter Van Heeswijk die wel een riedeltje met Geert mee wilde zingen- waarop partijideoloog Zijderveld zijn lidmaatschap opzegde. Zo blijft Geert- ook op de wc – in het middelpunt van de belangstelling staan. Morgen wordt ook Willeke Alberti gevraagd wat ze van Geerts wc vindt.
Berlusconi. Ja. Hij is Italiaan. En gedraagt zich daarna. Macho. Vilein. Spraakwaterval. Ik hou wel van geile mannen. Net als Sarkozy en zijn zingende Carla Bruni. Regeren heeft iets met seks te maken. Met neuken. Met een samensmeltend samenspel. Ik durf te wedden dat ook Jan Peter een heerlijke minnaar is voor zijn Bianca.
Met plezier keek ik naar mijn vrouw. Dat heb je wel eens. Dat je denkt: mooie vrouw. Ik dacht het niet alleen, ik gooide het ook op tafel. ‘Mooie broek. Staat je goed.’ Maar dan komt het rare mechanisme boven: complimenten vinden vrouwen maar moeilijk te hanteren.
Raar soort leegte. Eenzaamheid ook. Dit keer heet hij Karst. De vorige keer Mohamed. Daarvoor heette hij Volkert. Ze wonen in Huissen, in Slotervaart of in Harderwijk. Daar waar nooit iets gebeurt. Ik zie leegte in hun ogen. Ik zie… niks. 38 jaar. Zo oud ben ik ook. Hij is nu dood. Hij is van grijs naar zwart gegaan.
We gaan vandaag nutteloze dingen kopen die we straks wegmieteren. En ja. Met een driejarig jongetje dat alles pakt dat roze is, dat plastic is, dat kan bewegen, kom je nog eens met iets of iemand thuis. Zelfs een vrouw met roze hoofddoek vond hij mooi. "Lucas heeft nog de onbeschaamdheid om daar lekker een tijdje naar te kijken."
Vorig jaar ging stadsdeel centrum ‘de overlast’ van het rookverbod tackelen. Buiten roken, mag. Maar je mocht er niet bij drinken. Alleen als er een terras was. Maar zonder asbak. Staand roken en drinken was verboden. Het was duidelijk: gezelligheid was uit den boze. Met de afgekondigde ‘koninginnedagregels’ tackelt Amsterdam wéér de gezelligheid. Mooi staaltje babyboombestuur.
Eddy spreekt met moslims en schrijft mooie woorden over ‘allochtonen’ (morgen op PvdA.nl), ik was op de kermis, met een jongetje van drie dat nu nog met zijn ogen draait en in zijn slaap het stuur van de brandweer in de draaimolen vasthoudt. Ieder z’n ding.
Weer te snel geoordeeld. Ik las gisteravond laat een berichtje dat de JSF er toch niet komt. Dus was ik vrolijk. Zo ging ik ook naar bed. ’s Ochtends kwam de kater. Het besluit is nog niet gevallen, maar we betalen wel alvast. Zucht. PvdA. Ik dacht toch echt dat het over was, dat we echt ergens voor stonden.
Kabinet is gered. JSF vliegt pas in 2010 door christelijk Nederland. De PvdA hield de poot stijf. Dat stemt me wel weer vrolijk. Geweldig. Ik had namelijk niet graag gezien dat het kabinet valt op de begrafenis van Martin Bril. Want respect, dat kennen ze niet, die modderfokkers.