Home arrow Columns arrow Huftzak
Huftzak
 

De taxichauffeur was er duidelijk over.
Het zijn kloothommels.
Daar op het stadhuis. Hij zwaaide met zijn arm.

Ik zat in zijn taxi op de dag dat de tramrails verzakt waren, dat het pijpenstelen regende en dat Amsterdam verstopt zat. Ik zakte weg in zijn woorden. Heerlijke woorden, vol emotie, vol adrenaline.

Die Cohen. Die Herrema. Ze mochten een akelige ziekte krijgen. En dan die ambtenaren, die liggen te slapen. Het zou ze ook geen donder interesseren, wat ze de gewone mensen aandoen. Ook de bouwer zelf, van die Noord-Zuidlijn, kijk, die is verzekerd. Die lacht zich – volgens mijn chauffeur – het apelazerus.

Hij was drie seconden stil, waardoor ik me genoodzaakt voelde ook iets te zeggen. Mijn woorden maakten echter geen indruk. Mijn chauffeur denderde door rood, zowel over de weg, als in zijn woorden. Hij vroeg zich af in wat voor land we leven. In Godsnaam. Tijdens het sturen'Dat we dit pikken. Het zijn immers allemaal zakkenvullers. Politici. Hij hapte naar adem. Ik hoopte echt dat we er niet één toevallig in levende lijve tegen zouden komen, want mijn taxichauffeur kon niet voor zichzelf in staan. Zei hij. Ondertussen meldde zijn radio dat er in Nederland 320 kilometer file stond. Op een donderdagmiddag.

Ook wij stonden in de file. Voor ons stopte een busje. Het waren verhuizers. Toen dat busje de beide knipperlichten aanzette, begon mijn chauffeur aan een lange roffel aan vloeken. Prachtig. Hij haspelde er zelfs een paar door elkaar. Huftzak. Klootkut.



Gepost op: 13:48 - 09-10-2008






Reacties op dit bericht (0)

Geen reacties gepost

Reageren



mXcomment 1.0.6 © 2007-2012 - visualclinic.fr
License Creative Commons - Some rights reserved


Weblogs

Laatste tweets

Links

Zoeken

RSS